Vaders, moeders, kinderen

Al een hele poos ritselt en kraakt het op de Nederlandse tv van de familie- en bloedbanden. Wij zijn op zoek naar onze wortels, en wij willen dat graag weten.

Progamma's als KRO's Spoorloos en Ik mis je zo van Viola Holt bij RTL 4 zouden niet kunnen bestaan zonder mensen die hun leven nog maar één doel lijken te hebben gegeven: het terugvinden van hun biologische ouders, broers en zusters. Die speurtochten zijn vaak fascinerend en ze worden - zoals Spoorloos - gelukkig met minder sentimenteel effectbejag gemaakt dan vroeger.

Het nadeel is dat genoemde programma's erg op elkaar beginnen te lijken. Bij Viola Holt zat de laatste keer een vrouw die haar moeder voor het gerecht had gedaagd om de naam van haar echte vader te weten te komen. Ze had na vier jaar procederen gewonnen, maar ma blijft het vertikken de naam van de verwekker prijs te geven. De dochter had inmiddels zo'n intense haat ontwikkeld jegens haar moeder dat ze haar alleen nog als 'baarmoeder' wilde aanduiden.

Diezelfde week zat ook in Spoorloos een vrouw die haar vader zocht. Haar moeder was lang geleden gestorven en had een tante op haar sterfbed bezworen nooit de naam van de vader te onthullen. Die tante heeft zich tot op de dag van vandaag kranig aan deze belofte gehouden, ook al wordt ze nu ook bestookt door het team van Spoorloos.

Derk Bolt zat in de KRO-studio klaar om tips te verwerken van kijkers. Zijn ploeg stond in de startblokken om met loeiende sirene uit te rukken. Het begon er uit te zien als een nationale actie: zoek pa. Mijn sympathie had het niet: ik moest steeds denken aan die arme, belegerde tante die niets anders doet dan de wens van de gestorvene eerbiedigen.

Haar telefoon gaat.

“Met Bolt weer. Wie is het nou toch?”

“Dat gaat u niets aan.”

“U bent nog niet van ons af.”

Ook in de eerste aflevering van een nieuwe serie van De ronde van Witteman boog men zich gisteravond over 'bloedbanden'. Het ging om mensen 'bij wie de familieband onder druk was komen te staan'. Zoals gebruikelijk bij Witteman, waren er weer een aantal ongemeen boeiende voorbeelden door zijn researchers gevonden.

Een dochter van een 'moffenhoer' had haar Duitse familie opgespoord. Haar vader was dood, maar de kennismaking met broers en zus was een troostende compensatie gebleken. Een andere vrouw, geadopteerd door Nederlanders, was naar Griekenland gereisd om haar zwakbegaafde Griekse moeder op te zoeken. Verbaal contact was niet mogelijk, ze konden elkaar alleen zoenen en omhelzen, maar daar leken ze beiden méér dan tevreden mee. Er sprak zoveel liefde uit hun (gefilmde) ontmoeting dat de tv spontaan veranderde in een traanbuis, en ditmaal zonder dat je je als kijker gemanipuleerd hoefde te voelen.

Een broer van Poncke Princen legde uit wat het weerzien met zijn broer in Indonesië voor hem had betekend: een complete bekering. Ze hadden vijftig jaar geleden in Indonesië in elkaar bestrijdende kampen gevochten, maar de broer koos nu ondubbelzinig voor de (Indonesische) kant van Poncke. Sommige levens zijn als een roman.

En dan was er Mirjam Meijer, de vier jaar jongere zus van Ischa. Haar verhaal kenden we ten dele al uit haar navrante boekje Mijn broer Ischa, waarin ze schrijft: “Als ik terugdenk aan Ischa, is het zeker niet met liefde. Ik vond hem niet aardig, niet sympathiek. Als ik hem vergelijk met mijn ouders, dan concludeer ik dat zij, zelfs mijn vader, mij sympathieker waren dan Ischa.”

Haar afkeer van Ischa moet wel érg groot zijn geweest, want in de VARA-studio konden we van haar horen dat ze vol overtuiging tegen haar vader had gezegd: “Je bent een heel slechte vader” en “Ik haat je”. In Ischa's publieke optredens herkende Mirjam het gezin van vroeger: altijd schreeuwen, altijd ruzies. Ze kon niet geloven dat de oorlog de enige oorzaak was van dit gedrag: haar vader was altijd een jaloerse, onzekere man geweest.

Het schrijnendst was haar anekdote over die keer dat ze naar het ouderlijk huis was teruggegaan om haar kind te laten zien aan haar moeder. Vader deed het raampje open en zei: “Wie bent u, mevrouw?”