Uit het donker van de harem

Assia Djebar: Oneindig is de gevangenis. Uit het Frans vertaald door Jan Versteeg. De Geus/Epo.

366 blz., ƒ 49,90

'De vijand', zo noemen de vrouwen van Algerije hun man, en dat zij zich in een gevangenis bevinden staat vast. Althans voor Assia Djebar (1936), de inmiddels bekendste schrijfster uit dat land, en tevens historica en cineaste. Oneindig is de gevangenis bestaat uit verschillende delen, die minder samenhangen dan de aanduiding 'roman' suggereert.

De vertelster in het eerste deel voelt zich ook gevangen, namelijk in haar huwelijk. Toegegeven, haar man is zo kwaad nog niet, hij is zelfs aardig en in elk geval een vent. De knullige jonge geliefde, met wie zij een afstandelijke affaire heeft, is geen begeerlijk alternatief, dat ziet zij wel. Deze liefde dient alleen om haar de ogen te openen: ze wil eruit, ze wil op zichzelf zijn. Dat zij na haar scheiding hertrouwt en weer scheidt voert haar tot de wrange conclusie dat een vrouw haar gevangenis in zich draagt.

In Algerije, waar men vanouds niet zo gewend is aan het onbarmhartige blootleggen op schrift van gevoelens en drijfveren, is zo'n analyse misschien een openbaring. In West-Europa is zoiets al eerder vertoond, en ook het motief van het huwelijk als gevangenis is herkenbaar. Dat dit verhaal toch boeiend blijft, is te danken aan de kwaliteit van Djebars vertelkunst. Honderd bladzijden haarscherpe analyse van de kleinste gebeurtenissen en gevoelens, in een stijl die allesbehalve academisch, maar eerder gloedvol te noemen is.

Nog beter is het complexe derde deel, dat gelaagd is als een spekkoek. Zeven hoofdstukken over het maken van een film, getiteld Vrouw in ontwikkeling, worden telkens afgewisseld door zeven 'veranderingen', waarin de vertelster liefdevol de ontwikkeling van haar grootmoeder en haar moeder toont, en ook laat zien hoe zijzelf zo allergisch voor onvrijheid is geworden. Zij geeft daarbij een rijkdom aan intieme en ontroerende doorkijkjes in vrouwenzielen en harems, en beseft heel goed dat ook haar herinneringen een film zijn. De innerlijke veranderingen van de personages zijn nauw verweven met de changementen; het decor is Berbers, Arabisch of Frans; nu eens een dorp, dan weer een stad.

De ik-figuur ontwikkelt zich van traditioneel-islamitische tot zelfstandige vrouw. Een gevangene bevrijdt zich; een wezen dat object was van blikken begint zelf te kijken. Dat nieuwe blikveld schept zij door zich, gestimuleerd door haar ouders, het decor toe te eigenen van 'de Anderen', de Fransen. Grappig is dat zij zich niet schaart in de traditie van Zoraida, het Algerijnse meisje uit Don Quichot dat door heimelijk briefjes toe te stoppen aan een christen in het bagno weet te ontsnappen uit de gevangenis van haar leven en zich een weg baant naar Europa.

De vertelster kijkt en filmt uitdrukkelijk als vrouw. Het kleine kijkgaatje van de volledig gesluierde vrouw wordt metafoor voor de camera. Geen man kan immers zó het licht ervaren als iemand die kijkt uit het donker van de harem.

De beide delen worden gescheiden door korte studies over de lotgevallen van een Punisch-Libische inscriptie van ver voor Christus, lyrische verhalen over Jugurtha, de held van Sallustius, en over een mysterieuze Touareg-koningin, wier grafkamer in de Sahara eveneens Libische teksten bevat. Deze geschiedenissen zijn spannend, maar hebben weinig te maken met de hoofddelen van het boek. Voor de schrijfster is van belang dat de oude Libische letters voortleven in de moderne Berberse, en dat Algerije een eeuwenoude geschiedenis heeft. Vandaar ook haar hinderlijke gewoonte de moderne steden Cherchel en Constantine alleen bij hun Latijnse namen te noemen. Al dat geflirt met de Oudheid dient blijkbaar om de eeuwige Berberse volksziel te verheerlijken en latere Arabisch-islamitische aankoeksels te relativeren. Het suggereert een continuïteit die er niet is, het werkt onecht en staat in pijnlijk contrast met de compromisloze waarheidsvinding in de persoonlijke gedeelten. Maar wie de delen van Djebars boek los van elkaar leest en de fouten in de continuïteit negeert, krijgt prachtige films over de verandering te zien.