Talibaan: geen klopjacht op tegenstanders

KABUL, 4 OKT. De regering van de Talibaan, de militie van fundamentalistisch-islamitische strijders die vorige week de Afghaanse hoofdstad Kabul in handen kreeg, heeft ontkend dat zij een klopjacht houdt op medestanders van het oude bewind.

Volgens waarnemend minister van Informatie en Cultuur, Amir Khan Mutaqi, zijn geen mensen gearresteerd wegens politieke vergrijpen. “We ondervragen alleen mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan plunderingen in naam van de Talibaan”, aldus de minister.

Zijn verklaring is een reactie op berichten van Amnesty International dat het nieuwe bewind in Afghanstan zich schuldig maakt aan schendingen van de mensenrechten. Volgens Amnesty zijn de Talibaan-strijders in Kabul op zoek naar medewerkers en medestanders van de verdreven regering onder leiding van president Burhanuddin Rabbani. Bij huiszoekingen zouden al meer dan duizend mensen zijn opgepakt en de Talibaan zouden een waar terreurbewind uitoefenen. Minister Mutaqi zei evenwel dat “minder dan 70 mensen” in hechtenis zijn genomen en dat zij terecht zullen staan op basis van de shari'a, de islamitische rechtspraak.

Zijn opmerkingen stroken niet met aanhoudende berichten dat inwoners van Kabul de hoofdstad proberen te onvluchten. “Het is hier als in een gevangenis geworden. Ik wil vrij zijn”, aldus een vroegere regeringsambtenaar die vanochtend met zijn vrouw en kinderen in een kleine busje op weg ging naar de grens met Pakistan. Gisteren zetten de Talibaan inwoners van Kabul onder druk om niet weg te gaan. “Wij garanderen de veiligheid van degenen die terugkeren”, aldus een mededeling.

Na hun verovering van Kabul hebben de Talibaan verordonneerd dat vrouwen niet langer buitenshuis mogen werken, dat ze alleen gesluierd over straat mogen gaan en dat mannen hun baard moeten laten staan. Vanochtend dwongen soldaten van de Talibaan inwoners van Kabul naar de moskee te gaan om daar te bidden op de islamitische rustdag.

Intussen neemt de internationale gemeenschap verschillende initiatieven om in contact te komen met de nieuwe machthebbers in Afghanistan. In de Kazachstaanse hoofdstad Alma Ata begint vandaag een conferentie over de situatie in Afghanistan, waaraan de presidenten van Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië, Tadzjikistan, alsmede de Russische premier Tsjernomyrdin deelnemen. De bijeenkomst is een initiatief van de zieke Russische president Jeltsin. Voorafgaande aan de opening heeft president Nazarbayev van Kazachstan een oproep gedaan aan het buitenland om zich niet te bemoeien met de interne aangelegenheden in Afghanistan, waar “helaas de belangen van veel grote landen samenkomen”. Oezbekistan, dat anders dan Kazachstan wel aan Afghanistan grenst, heeft aangedrongen op een VN-wapenembargo tegen Afghanistan. “Het stoppen van de wapentoevoer is een absolute voorwaarde voor vrede in het land”, aldus de Oezbeekse minister van Buitenlandse Zaken, Abdulaziz Kamilov afgelopen nacht in de Algemene Vergadering van de VN in New York.

De Verenigde Staten zijn op hun beurt voorzichtig begonnen met besprekingen met de Talibaan-regering. Het eerste contact werd gisteren in Islamabad gelegd, de hoofdstad van Pakistan, tussen een Amerikaanse diplomaat en een afgezant van de Talibaan. Volgens een woordvoerder in Washington hebben de VS de afgelopen jaar regelmatig contacten gehad met de Talibaan. De VS hebben er belang bij de invloed van Iran en van Rusland in het gebied te beperken.

De Pakistaanse premier Benazir Bhutto zei vanochtend op de BBC-radio te hopen dat de Talibaan hun beleid ten aanzien van vrouwen zullen matigen en dat zij in het algemeen de mensenrechten zullen respecteren. (AFP, Reuter, AP)