Suriname beperkt kappen bos

WASHINGTON, 4 OKT. Suriname zal afzien van grootschalige bosexploitatie. Enkele buitenlandse bedrijven zullen de gevraagde concessies van elk ruim een miljoen hectare niet krijgen. Dit heeft de Surinaamse minister van Financiën, Atta Mungra, in een gesprek met NRC Handelsblad gezegd.

Volgens Mungra zal de nieuwe regering van president Wijdenbosch zeer waarschijnlijk gebruik maken van een eerder aanbod van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) om te helpen met de controle op kleinschalige en milieuvriendelijke houtkap. “Wij hebben de IDB gevraagd ons over die controle meer inlichtingen te geven”, aldus Mungra. De Surinaamse bewindsman, die in Washington is voor de jaarvergadering van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank, heeft eergisteren met de president van de IDB gesproken.

De vorige Surinaamse regering, van president Venetiaan, had in 1995 al modelcontracten opgesteld met de Indonesische houtkapbedrijven MUSA en Suri-Atlantic en de Maleisische Berjaya-groep. De gevraagde concessies beslaan een kwart van het oerwoud waarmee 80 procent van Suriname is bedekt. Internationale druk weerhield de regering-Venetiaan ervan de concept-afspraken aan het parlement voor te leggen.

Met name Amerikaanse milieugroepen maakten de dreigende houtkap in Suriname tot speerpunt in hun acties voor behoud van het regenwoud. Hun acties leidden tot reportages in bladen als de Washington Post en Time. Naast de IDB hebben ook de VN-landbouworganisatie FAO, de Europese Unie en Nederland aan Suriname hulp aangeboden voor behoud van het regenwoud.

Minister Mungra spreekt van een “duidelijke koerswijziging”. Ook over de goudwinning zal aan de IDB advies worden gevraagd over een milieuvriendelijke aanpak. “Milieubescherming is internationaal aanvaard. Suriname moet de boot niet missen.”

Mungra zei ook dat Suriname gebruik wil maken van stimuleringsregelingen van de Wereldbank voor buitenlandse investeringen. Suriname heeft dit mede door de hulp van Nederland nooit eerder gedaan.

Pagina 12: 'Suriname niet voor eeuwig beloofde land'

“We willen de Wereldbank vragen om te kijken naar de mogelijkheid om bonafide investeerders zo snel mogelijk aan te trekken,” aldus minister Mungra. Het gaat hierbij zowel om garanties, deelnemingen en leningen van de speciale Werelbank-afdelingen die zich hiermee bezighouden. “We moeten in Suriname de produktie opvoeren. Overal krijg ik hier in Washington de vraag waarom ons land zelfs boven Nederland staat op de ranglijst van landen met de meeste hulpbronnen, terwijl het met de economie zo slecht gaat. Suriname kan niet eeuwig het beloofde land blijven.”

Mungra zegt de opdracht van de regering te hebben de relaties met de multilaterale instellingen “zo veel mogelijk te activeren”. Hij onderstreept dat Suriname de nauwe “vriendschappelijke” relatie met Nederland wil handhaven.

Mungra is voormalig directeur van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij en komt uit de zakenwereld. Hij behoort tot een een hindostaanse groepering die zich na de verkiezingen van de hindostaanse partij VHP afsplitste om met de NDP van voorzitter Desi Bouterse te gaan samenwerken.

De Surinaamse bewindsman zal het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) vragen de voor elke lidstaat gebruikelijke periodieke inspectie van de economie te benutten voor een “dieper” onderzoek. Dat kan volgens hem de regering een “betere richtsnoer” geven voor beleid. “Ik streef er zeker naar een goed IMF-cijfer te krijgen.” Nederland heeft de vorige Surinaamse regering steeds voorgehouden de beoordeling van het IMF als uitgangspunt te nemen voor het verlenen van een belangrijk deel van de ontwikkelingshulp. Na het aantreden van president Wijdenbosch liet Den Haag de nieuwe Surinaamse regering weten deze op haar daden te beoordelen. Mungra vindt dit een “heel prettige opstelling”.

De minister zegt te streven naar een overschot op de staatsbegroting in het volgend jaar. In de regeringsverklaring van president Wijdenbosch werd eerder deze week al gesproken over de noodzaak van “begrotingsdiscipline”. Tijdens een kortstondig vice-presidentschap in 1991 maakte NDP'er Wijdenbosch naam met een verdubbeling van het overheidstekort door monetaire financiering. Minister Mungra verzekert dat daarvan onder zijn verantwoordelijkheid geen sprake zal zijn: “Ik ben absoluut niet van plan daaraan mee te doen.”

Volgens Mungra ging de begroting van zijn voorganger voor 1997 uit van een overschot van 5,1 miljard Surinaamse gulden (ruim 20 miljoen Nederlandse gulden). Uit voorlopige becijferingen van het ministerie van financiën blijkt dat er sprake is van een tekort van 18 miljard Surinaamse gulden, onder meer omdat een aantal rekeningen nog niet is betaald. Volgens Mungra hoeft het inmiddels in gang gezet 'honderd-dagenplan' van de NDP (o.a. repareren van wegen en schoolbussen) geen extra beslag op de begroting te leggen, omdat hiervoor nog onbenutte middelen beschikbaar zijn.

Hoe denkt Mungra al volgend jaar een begrotingsoverschot te bereiken? De minister noemt de afslanking van het veel te grote ambtenarenapparaat. Maar hij beseft dat dit pas op termijn geld oplevert, omdat de regering ontslagen wil voorkomen. Voorts dienen volgens Mungra de subsidies voor de talrijke staatsbedrijven te worden verminderd. Mede met het oog hierop zou in de visie van de minister de privatisering “snel” op gang moeten komen. Mungra erkent dat er verschillen zijn met de NDP, die op het punt van de privatisering veel terughoudender is. “We hebben een coalitie van uiterst links tot rechts. Maar er is ruimte om tot pragmatische oplossingen te komen.”

In het verkiezingsprogramma van de NDP staat dat de president van de Surinaamse Centrale Bank zou moeten verdwijnen. Maar minister Mungra gaat er vanuit dat bankpresident André Telting, die twee jaar geleden een eind maakte aan de monetaire financiering in Suriname, op zijn post blijft. “Ik heb geen enkel geluid gehoord dat hij weg zou moeten. Er is geen reden te twijfelen aan het werk dat hij heeft gedaan,” aldus Mungra.

De bewindsman, die ooit werd verdacht van deviezensmokkel en die directeur was van een verzekeringsmaatschappij, zegt al zijn zakelijke belangen te hebben afgestoten. “Want waar ze anderen onder een loupe bekijken, leggen ze mij onder een röntgenapparaat.”