Regen verdreef actievoerders van eerste uur

NIJMEGEN, 4 OKT. Hij sprong gisteren “echt een gat in de lucht”. Volkert Vintges (44) uit Nijmegen bevond zich begin jaren tachtig in de voorste linies van de anti-Dodewaardbeweging en mocht eindelijk het genoegen smaken van een overwinning. “'t Heeft lang geduurd, maar je moet je zegeningen vieren.” Dat gaat wat hem betreft nog gebeuren, want gisteravond ontbrak hem de tijd: “Ik moet op mijn twee kleine kinderen passen.”

Vintges, coördinator bij de Vereniging Milieudefensie, speelde destijds een hoofdrol in een van de vele basisgroepen die samen opereerden onder de kreet “Dodewaard gaat dicht”. Elke plaats van enig gewicht had zo'n groep van gemiddeld tien tot vijftien man, maar Nijmegen sprong eruit met meer dan honderd. Tot hun spectaculaire daden behoorden twee massale demonstraties rond de blokkendoosachtige kerncentrale in het Betuwse dorp aan de Waal. Vooral de eerste, najaar 1980, vervult hem nog met dankbare gevoelens.

Vintges: “We hadden Dodewaard - en niet Borssele - uitgekozen, omdat we daar in het hart van Nederland zaten en bovendien was het een onderzoekscentrale, bedoeld om de techniek verder te ontwikkelen en nieuwe kerncentrales mogelijk te maken. Aanvankelijk, in de jaren zeventig, gingen we nog vrij rustig te werk, maar toen veranderde onze strategie. Om Dodewaard dicht te krijgen, moesten we metterdaad in het offensief.” Dat gebeurde op die herfstige dagen van 1980, toen naar schatting 15.000 activisten uit heel Nederland ter plekke een menselijke blokkade opwierpen, zodat er geen personeelslid in of uit kon. “Nou ja, later zijn er nog een paar over de Waal met een bootje binnengekomen en bij dat alles bleef de centrale draaien.”.

Vintges noemt deze actie “zeer geslaagd”, enerzijds omdat het niet tot lijfelijke botsingen met de politie kwam, anderzijds omdat ze volgens hem duidelijke signalen naar de politiek gaf. “Die blokkade heeft er zeker toe bijgedragen dat de kernenergie-optie tot 1985 in de mottenballen verdween. Toen kwam Van Aardenne die optie nieuw leven inblazen, maar hij werd een jaar later weer teruggefloten door de ramp in Tsjernobyl.”

De eerste betoging kwam tot een eind door zware regenval. “We kampeerden met z'n allen op een soort recreatieterrein, een kilometer of vijf van Dodewaard, en daar begon het zo te hozen, dat de een na de ander vertrok. Jammer, maar in Den Haag begrepen ze ons en daar was het om begonnen.”

Minder opgetogen is hij over de tweede actie, een jaar later op dezelfde plek. Vintges: “Toen ging het allemaal veel grimmiger. Er werden karrevrachten materiaal aangevoerd om de poort te versperren en dat leidde tot een complete veldslag met de ME, die geen middel onbeproefd liet om ons te verdrijven. Traangas, harde klappen en arrestaties. Nee, voor mijn gevoel was die demonstratie minder geslaagd dan de eerste, die vreedzaam verliep. Na '81 is de anti-Dodewaardbeweging ook langzaam in elkaar gezakt.”

Nu deze centrale op korte termijn dicht gaat, kan het volgens Vintges niet anders of ook Borssele komt spoedig aan de beurt. “Volgens de planning blijft die tot het jaar 2004 open, maar in het licht van de jongste gebeurtenissen zou het me niet verbazen als het eerder gebeurt. En dat zouden we natuurlijk bijzonder toejuichen, want we zien geen enkel heil in atoomenergie.” Waar verwacht hij dat heil dan wel van?

Vintges: “Er worden in Nederland nog vele tientallen miljoenen guldens in kernonderzoek gestoken. Alleen al het ECN in Petten staat jaarlijks genoteerd voor zeventig miljoen. Laten ze dat geld in duurzame alternatieven stoppen. Zonnecellen, aardwarmte, windenergie, warmtekrachtkoppeling. Daar is een prima markt voor en ze scheppen werkgelegenheid, maar op het ogenblik is het in die tak van industrie uitsluitend kommer en kwel. Kernergie heeft wat mij betreft geen toekomst, in Nederland zeker niet, maar in het buitenland evenmin. Frankrijk, dat voor een groot deel op atomen draait, komt nog voor geweldige problemen te staan als al die centrales hun middelbare leeftijd bereiken. Steeds meer storingen en steeds meer kans op ongelukken. Alleen, Frankrijk heeft jammer genoeg geen krachtige antikernbeweging.”