'Ook hier kan een populist opstaan'; Gesprek met Peter Glotz (SPD)

Na 26 jaar heeft SPD-er Peter Glotz genoeg van de politiek. Hij was senator in Berlijn, stond aan de zijde van Willy Brandt als Bundesgeschäftsführer, kwam in het parlement en het bestuur van de partij. Vorige week vertrok hij uit de Bondsdag

BONN, 4 OKT. “Het grote probleem van Duitsland is zijn onbeweeglijkheid. De verkalking. Partijen hebben zich ingegraven in hun posities. Daardoor verandert er nauwelijks iets. Het huidige conflict over de korting van het ziekengeld is een typisch voorbeeld. Er wordt een symbolisch gevecht gevoerd. Van de sociaal-democratische SPD zou je een alternatief verwachten. Maar er komt niets.”

Peter Glotz (57) is een dynamisch politicus, die als Querdenker te boek staat, een tegendraads figuur wiens onorthodoxe ideeën boven de gemiddelde partijpolitiek uitstijgen. Zijn critici hebben het over Turbo-Glotz omdat hij te snel praat en te snel schrijft. In een ongekend tempo brengt Glotz boeken op de markt. Ruim dertig heeft hij er inmiddels geschreven: over het nationalisme, rechts in Duitsland, de sociaal-democratie in Europa en de uitholling van de Duitse universiteiten.

“Ik heb mijn koffer gepakt; het werd tijd Bonn de rug toe te keren”, begint hij zijn boek. Resigneert de actieve sociaal-democraat Glotz uit München?

Hij lacht. We zitten in de parlementaire persclub in Bonn. “Ik maak graag plaats voor een optimist. En ik verlang ernaar mijn boeken niet meer 's morgens vroeg tussen 6 en 9 uur te hoeven schrijven”, zegt Glotz die inmiddels gevraagd is rector-magnificus te worden aan de nieuwe universiteit van het Oostduitse Erfurt. Een benoeming die hij graag aanvaardt. Daarnaast is hij columnist bij een weekblad en komende maand begint hij op de tv een kritisch discussieprogramma.

Het politieke bedrijf is ingrijpend veranderd vergeleken met de jaren waarin hij begon, vindt Glotz. “Begin jaren zeventig stond het beroep van politicus nog hoog in aanzien. Vervolgens kreeg je allerlei schandalen en corruptiezaken. Er ontstond een atmosfeer waarin het volk zich van de politiek begon af te keren. Dat noem ik de Verdrossenheit, de verwijdering tussen politici en het publiek.” Glotz verwijst naar de titel van zijn nieuwe boek, Die Jahre der Verdrossenheit (Uitgeverij DVA, ISBN 3-421-05045-7), een politiek dagboek over de jaren '93-'94 waarin de SPD de parlementsverkiezingen verloor, dat hij vorige week presenteerde bij zijn afscheid als lid van de Bondsdag.

Politici houden de mensen maar wat voor, zegt Glotz en hij verwijst naar het recente bezuinigingsprogramma van vijftig miljard mark dat de huidige regeringscoalitie heeft opgesteld. “Ik twijfel er niet aan dat de verzorgingsstaat moet worden ingekrompen. Maar politici moeten niet de indruk wekken dat je met deze besparingen ook maar iets aan de werkloosheid doet. Door de globalisering van de economie kan de politiek veel minder beïnvloeden en bereiken dan twintig jaar geleden.”

Kansen worden niet benut. De omstreden korting op het ziekengeld van honderd naar tachtig procent, noemt hij een frappant voorbeeld. Partijen geven een volstrekt scheef beeld van de situatie, vindt hij. “Niemand kan toch beweren dat met de bezuiniging op de ziekte-uitkering de economie wordt gesaneerd, zoals de coalitie beweert. Evenmin kun je zeggen dat met deze ene maatregel meteen de hele verzorgingsstaat in elkaar stort, zoals de SPD doet. De SPD en de vakbonden willen staken. Dat is geen oplossing. Intussen worden de werkelijke barrières van de welvaartsstaat niet weggehaald.”

Er wordt een schijngevecht gevoerd en dat hebben de mensen door, meent Glotz. Hij vreest dat deze afkeer van de politiek op den duur kan leiden tot 'Italiaanse toestanden': de grote partijen hebben geen antwoord meer, het politieke stelsel erodeert. “In Italië zit het hele partijensysteem in problemen. De sociaal-democratie speelt er geen rol meer. Ook de christen-democraten hebben nauwelijks betekenis. De communisten zijn als enigen overeind gebleven. In zo'n klimaat zou ook in Duitsland plotseling een populist als Berlusconi kunnen opstaan.”

Vooral Glotz' eigen sociaal-democratische partij bevindt zich in een vervalproces. Ze is niet meer in staat de situatie te keren, en is conservatief geworden. “Juist van de SPD zou je verwachten dat ze een geloofwaardig alternatief biedt voor sanering van de verzorgingsstaat. Maar dat doet ze niet omdat ze bang is dat er protesten komen die stemmen kosten”, zegt Glotz bitter. Overigens blijft hij wel lid van het SPD-bestuur en de daaraan verwante wetenschappelijke Friedrich-Ebert-stichting.

Of de zwakke oppositie van de SPD te wijten is aan de algehele malaise van de sociaal-democratie in Europa? Glotz meent van niet. De Nederlandse premier Wim Kok en diens Zweedse collega Göran Persson vindt hij twee geslaagde voorbeelden van sociaal-democraten die het wel gelukt is om met conjuncturele tegenwind de welvaartsstaat te hervormen.

“In Nederland zijn op het gebied van de gezondheidszorg en het hoger onderwijs ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Zweden heeft dramatische maatregelen genomen om de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Al zit de SPD in Duitsland sinds veertien jaar in de oppositie, een fundamenteel concept voor veranderingen ontbreekt.”

Volgens Glotz is een nieuwe buitenlandse politiek nodig. Glotz: “Het huidige beleid is gevormd door de Ostpolitik uit de jaren zeventig. Die is sinds de val van de muur voorbij. Maar hoe moet het met de vergroting van de Nato? Hoe moet het in Europa nadat er een monetaire unie is gevormd? Er wordt gedaan alsof je de Europese Unie tegelijkertijd kunt vergroten en verdiepen. Dat is onzin, dat weet iedereen. De SPD zou voor deze belangrijke problemen nieuwe beginselen moeten ontwikkelen. Ook dat gebeurt niet.”

Het grote manco van zijn partij vindt Glotz het gebrek aan teamgeest. De nieuwe generatie van de zogenaamde '68-ers, die de top van de partij uitmaakt, is verdeeld. “Allerlei meningen lopen door elkaar heen. In de Bondsdag zegt de financieel woordvoerder heel wat anders dan de economisch woordvoerder. Fractievoorzitter Rudolf Scharping botst te vaak met partijleider Oskar Lafontaine. En minister-president Gerhard Schröder van Nedersaksen, de derde in de trojka die de partij aanvoert, gaat helemaal zijn eigen weg. Dus kan bondskanselier Kohl diep wegzakken in zijn luie stoel en zeggen: wat willen jullie nu helemaal?”