Milde reacties op extreme Talibaan

De Koude Oorlog is voorbij, maar de gevolgen zijn nog steeds merkbaar. De inname van de Afghaanse hoofdstad Kabul vorige week door de moslim-fundamentalistische Talibaan maakt deel uit van de gewelddadige erfenis van de ruim veertig jaar durende machtsstrijd tussen Oost en West die als Koude Oorlog de geschiedenis is ingegaan, maar waarbij het er nogal eens heet aan toe ging.

Het rijtje is bekend: Vietnam, Laos, Cambodja en, later, Angola, Nicaragua, El Salvador, Jemen, Ethiopië, Somalië èn Afghanistan.

Afghanistan bestaat uit een verzameling etnische groepen. Een tijdlang heeft het aan de frontlijn gelegen tussen het tsaristische Rusland en het Britse Imperium. De communistische machtsovername in 1978 bracht het land in de invloedssfeer van Moskou - voor Pakistan, China en de Verenigde Staten aanleiding om het anti-communistische verzet der fundamentalistische moslims te gaan steunen.

Zo herkreeg Afghanistan zijn weinig benijdenswaardige positie van frontstaat, maar ditmaal in de context van de Koude Oorlog. De Russische invasie van 1979 kwam intussen eerder voort uit een poging orde op zaken te stellen binnen de onderling verdeelde Afghaanse communistische beweging dan een antwoord te geven op de toen nog zwakke moslim-rebellie.

Alles veranderde met het presidentschap van Reagan. Deze conservatieve Republikein had zich voorgenomen de worsteling met de Sovjet-Unie tot een spoedig einde te brengen. Reagan bezigde taal die nog niet eerder vanuit het Witte Huis was vernomen: hij noemde de Sovjet-Unie een “evil empire”. Ook zette hij de Amerikaanse inspanningen in een hogere versnelling. In plaats van containment - de politiek van beheersing van het communistische gevaar - diende de Sovjet-Unie op alle fronten, economisch, politiek en strategisch, te worden geconfronteerd met een agressieve tegenstander.

Niet dat de president ook maar een seconde heeft overwogen Amerikaanse troepen regelrecht in te zetten tegen Russische eenheden. Maar waar al anti-communistisch verzet bestond, diende dat te worden gesteund. Het kanaal waardoor dat gebeurde was de CIA. In Polen bleef de steun beperkt tot geld en propagandamateriaal voor Walesa's Solidariteit. Maar steeds meer en steeds betere wapens, zoals de draagbare luchtdoelraket Stinger, stroomden Afghanistan binnen. De mujahedeen drongen tenslotte het Rode Leger in de verdediging. Pakistan zorgde voor de transito, aanvankelijk voorzichtig omdat het Sovjet-represailles vreesde, later onbelemmerd toen de kansen op de verschillende slagvelden begonnen te keren.

Als operatie in de context van de Koude Oorlog was de politiek van Reagan een succes. In 1989 trokken de Russen zich terug, weliswaar met achterlating van het hun welgevallige regime van Najibullah maar ook deze moest begin 1992 het veld ruimen. Uitgaande van de zogenoemde Reagan-doctrine lag Afghanistan vanaf dat moment open voor de Amerikaanse gospel van democratie en vrije markt.

Maar de werkelijkheid was heel anders. De mujahedeen, jarenlang door de Amerikanen gedoodverfd als vrijheidsstrijders tegen een verderfelijke en totalitaire ideologie, ontpopten zich eensdeels als religieuze fanatici, anderdeels als opportunisten die de veroverde macht voor eigen verrijking aanwendden. Een strijd van allen tegen allen was het resultaat. Pogingen de facties met elkaar te verzoenen teneinde een begin te maken met een stelsel van wet en orde sloegen stuk op de moorddadige vechtlust van alle betrokkenen.

De gevolgen bleven niet tot Afghanistan beperkt. Een nieuw type terrorist verscheen op het internationale toneel, aangeduid als Afghani's. Dat zijn niet altijd en zelfs meestal niet Afghanen, maar fundamentalisten uit islamitische landen die hebben meegedaan aan de strijd tegen de communisten in Afghanistan. De degelijke opleiding die zij daar, met hulp van de CIA, hebben ontvangen voor het verrichten van sabotage brengen zij nu in de praktijk waar hun fanatisme hen maar heenvoert. Ook werden Afghani's uit Iran aangetroffen in de gelederen van de Bosnische moslimtroepen, extremisten die na 'Dayton' zeer tegen de wil van het bewind in Sarajevo maar op last van de Amerikanen over de grens zijn gezet.

De Talibaan die na wisselende successen nu de andere facties hun wil hebben opgelegd, hebben een duistere achtergrond. De uitleg dat zij verontruste leerlingen zijn van islamitische scholen is op zichzelf onvoldoende verklaring van de gebeurtenissen. De berichten dat zij door Pakistan worden gefinancierd, hebben aan geloofwaardigheid gewonnen sinds dat land onmiddellijk na de val van Kabul tot erkenning van het Talibaan-regime overging en nadat bekend werd dat de Verenigde Staten al geruime tijd met de Talibaan in gesprek waren. Een nieuwe as Amerika-Pakistan lijkt in het licht van de recente geschiedenis aannemelijk en zou het militaire succes van de Talibaan verklaren.

Opvallend zijn de gematigde reacties op de machtsovername van wat toch een nieuwe exponent van het moslimfundamentalisme is. De moord op Najibullah en zijn broer heeft op de toonzetting geen invloed gehad. De extreme kanten van de Talibaan-religie - de verregaande inkapseling in strenge leefregels van de vrouwelijke helft van de Afghaanse bevolking bijvoorbeeld - worden gerelativeerd met verklaringen uit vage bron dat het in Kabul zelf allemaal wel zal meevallen. Zo zou vrouwelijk medisch personeel al op een uitzonderingspositie mogen rekenen.

Niet onbelangrijk voor de beoordeling van wat er in Afghanistan aan de hand is zijn ook de (ingestoken?) verhalen, dat het fundamentalisme van de Talibaan iets heel anders is dan dat van de Iraanse mollah's. De Talibaan zou geen aspiraties hebben over de Afghaanse grenzen heen. Dat klinkt als een geruststelling voor iedereen die zich zorgen maakt over de terroristische uitwassen van het moslimfundamentalisme. Tegelijkertijd is het een signaal aan Moskou. De oudere vormen van Afghaans militantisme werden daar als een bedreiging gezien voor Ruslands nabije buitenland: bijvoorbeeld de burgeroorlog in Tadzjikistan is vanuit het zuidelijke buurland aangewakkerd. Van de Talibaan wordt aangenomen dat zij hiervoor geen interesse hebben.

Afghanistan betaalt opnieuw een prijs. De communistische beweging doorbrak het politieke en etnische evenwicht. De Russische inval en de Amerikaanse en Pakistaanse steun aan de mujahedeen deden het land vervolgens in een bloedige anarchie belanden. De Afghanen krijgen misschien hun rust terug, maar de vrijheid waarvoor Reagan zei op te komen, is verder weg dan ooit.