Management en sport sterk verwant

Oktober is de maand van afscheid nemen, van reflectie en vooruitzien. Gouden volleybalcoach Joop Alberda houdt ermee op en ook Jan Timmer van Philips. “De Nederlandse volleyballers hebben na vier jaar recht op een nieuwe aanpak, een nieuw elan en nieuwe accenten”, zei Alberda op een bijeenkomst in Den Bosch.

Vernieuwing is volgens hem noodzakelijk om aan de wereldtop te blijven. Elk teken van verslapping is funest, volgens de 45-jarige volleybalcoach. “Het speltype dat in '96 goed was voor goud is in 2000 achterhaald”.

Niet bekend

De gouden en bronzen hockeycoaches Roelant Oltmans en Tom van 't Hek namen nog geen afscheid, maar blikten wel terug op hun successen. Op een wijze die herinnert aan de Centurion-operatie van Timmer maakten zij vlak voor de Olympische Spelen schoon schip binnen hun organisatie. De mannencoach Oltmans liet zijn ploeg anders verdedigen en zette liefst acht spelers op andere posities. “Ik heb een harde lijn gevolgd”, zei Oltmans op de laatste dag van september in sportcentrum Papendal. “Dat was niet altijd even leuk. Maar het was nodig”.

Ook Van 't Hek ging als een manager te werk. Hij koos voor een “eenvoudig concept”. “Technische en tactische hoogstandjes zouden alleen maar tot verwarring leiden”, aldus Van 't Hek. De coach gaf de speelsters individuele programma's als huiswerk mee en trainde vooral op basistechnieken. In gesprekken werden de onderlinge problemen over te te volgen tactiek “weggepraat” (NRC Handelsblad, 1 oktober), waarna de selectie zich vlak voor het olympisch toernooi terugtrok in een Amerikaans trainingskamp, in vier piepkleine huizen. “Daar waren we op elkaar aangewezen. Dat heeft voor een groot saamhorigheidsgevoel gezorgd”, zegt Van 't Hek.

Sport en management lijken als twee druppels water op elkaar. Ook de trendsettende Amerikaanse managementliteratuur staat bol van de organisatie-psychologie. “Verreweg de grootste fout die mensen maken als ze proberen organisaties te veranderen is dat ze vergeten een voldoende besef van noodzaak te creëren bij hun collega-managers en werknemers”, schrijft John P. Kotter in zijn recente bestseller Leading change. Van 't Hek heeft het boek kennelijk gelezen. De hockeycoach van de Nederlandse vrouwen houdt zijn vizier strak gericht op de beste ploeg van de wereld: Australië. Van 't Hek: “Wat die ploeg beter doet dan wij? Dat is simpel. Alles!” Er moet dus nog flink wat werk verzet worden.

Aanpassen, daar gaat het om volgens Alberda, Oltmans en Van 't Hek. Stilstand is achteruitgang. Kennelijk bestaat deze sense of urgency ook in het bedrijfsleven. Een artikel over “managers die niet wendbaar genoeg zijn” in deze krant leverde meer dan honderd telefoontjes op van met name mensen uit het bedrijfsleven. In het betreffende artikel (13 september) wordt gesteld dat binnen veel ondernemingen geen generieke drang tot veranderen bestaat. Er bestaat grote voorliefde voor handhaving van de status quo. Als de Nederlandse managers niet (net als de sporters) een tandje bijzetten, dan zal de Nederlandse economie verder wegzakken op de ranglijst van meest welvarende landen, zo wordt gesteld. Nummer 19 staan we nu, pal onder Groot-Brittannië. In 1979 stonden we nog op 8. Far from mighty, staat er boven het staatje, zoals dat op 21 september werd afgedrukt in een bijlage over de Britse economie in het weekblad The Economist.

Een aantal managers is wakker geworden. Boonstra gaat bij Philips scherp varen, zo heeft hij aangekondigd. Bij Nedlloyd heeft topman Leo Berndsen de steven gewend. Net als Boonstra is Berndsen een zeilfanaat. Ook een olympische sport trouwens, waarbij Nederland voor het eerst sinds hele lange tijd weer eens een medaille behaalde. Bij het management en de sporters staan de neuzen de goede kant op, zo lijkt het, al gaat het met Ajax nog steeds niet helemaal naar behoren.

Maar hoe zit het met die andere managers, de managers van het land? De politici. Zijn zij doordrongen van het besef dat er nog veel werk te verzetten valt? Of maken zij één of meer van de door Kotter in zijn boek genoemde fouten. Fout 1: te veel zelfgenoegzaamheid, lijkt inderdaad van toepassing op het kabinet Kok. Er hoeft maar gerefereerd te worden aan de krantenfoto's rond Prinsjesdag, waarop Kok, Dijkstal en Zalm triomfantelijk afgebeeld staan met hun werktassen en koffers boven het hoofd. Fout 2: falen in het creëren van voldoende draagvlak. Ook dat kan het kabinet Kok aangerekend worden. Zo zijn de sociale partners helemaal niet tevreden over de wijze waarop het kabinet bepaalde zaken, zoals een nieuw pensioensysteem, van bovenaf wil opleggen. Ook de fouten 3 en 4: het onderschatten van het belang van een visie en het communiceren daarvan, kunnen het kabinet worden aangewreven. Wie kan de visie van het kabinet Kok in één zin of allinea schetsen? Niet makkelijk!

Een andere veel gemaakte fout van managers is volgens Kotter: te snel de overwinning claimen. Wie de speculaties over een volgend Paarse kabinet heeft gehoord, moet constateren dat Kok c.s. ook hier zijn ingetuind. Als zo'n volgend Paars kabinet er al komt (bijvoorbeeld door te slappe tegenstanders in de oppositiebanken) dan doet Kok er verstandig aan strategen als Alberda en Van 't Hek in zijn kabinet op te nemen. Een college van Kotter in de Trêveszaal zou ook vruchten kunnen afwerpen.