Luchtmacht trekt lering uit ramp Hercules

EINDHOVEN, 4 OKT.De Koninklijke Luchtmacht aanvaardt de volle verantwoordelijkheid voor de falende hulpverlening bij de ramp met de Hercules C130 op het vliegveld Eindhoven. Bevelhebber generaal B.A.C.Droste heeft dit gisteren meegedeeld bij de presentatie van de onderzoeksrapporten over deze ramp. In overleg met de minister van Defensie heeft hij drie verantwoordelijke officieren op de militaire basis uit hun functie gezet. Voor hen wordt ander werk gezocht.

Op 15 juli j.l. kwamen 32 inzittenden van een militair vrachtvliegtuig van de Belgische luchtmacht na een vlucht uit Villafranca om het leven. Later overleden nog twee militairen aan hun verwondingen. In drie Nederlandse en één Antwerps ziekenhuis liggen nog zeven zwaargewonden. Bij het onderzoek is gebleken dat bemanning en passagiers kort na het neerstorten nog in leven waren. Door gebrekkige communicatie tussen verkeersleider en alarmcentrale, het falen van de brandweer van de basis en afwachtende hulpverleners veranderde het ongeluk in een catastrofe. Een onderzoekscommissie van binnenlandse zaken stelde vast dat de hulpverlening een klein half uur eerder had kunnen beginnen, waardoor er “wellicht minder slachtoffers waren gevallen”.

Minister Voorhoeve vindt het een te ruime interpretatie van de politieke verantwoordelijkheid om af te treden naar aanleiding van de 'betreurenswaardige' fouten. “Er zijn daar menselijke inschattingsfouten gemaakt op kritieke momenten in een kort tijdsbestek”, aldus de minister. De deugdelijkheid van de Defensie-organisatie is voor hem niet in het geding, noch van het beleid.

De Leidse hoogleraar bestuurskunde U. Rosenthal noemt 'menselijk falen' als oorzaak “een gepasseerd station”. Het leidt volgens hem af van de echte oorzaak. “Ik wijs dan op de zeer gebrekkige organisatie op de vliegbasis, de achterstand van militaire luchtvaart ten opzichte van de burgerluchtvaart. Kijk maar naar de volstrekt ontoereikende alarmcentrale waarover men beschikt”, aldus Rosenthal. Voor generaal Droste blijft het inderdaad niet bij enkele personele ingrepen. “We zullen de nationale en internationale regelingen moeten veranderen. Dat er passsagiers aan boord zijn, zal voortaan opgenomen worden in het vliegplan, maar we zullen ook andere landen hiervan moeten overtuigen.” Verder heeft de bevelhebber de commandanten van de militaire bases opgedragen om samen met de burgerautoriteiten rampenplannen te ontwikkelen en die samen te oefenen.

In het rapport van de Belgisch-Nederlandse commissie die de technische oorzaak van het ongeluk heeft onderzocht, wordt een combinatie van factoren beschreven. De piloten besloten bij het zien van vogels boven de baan om een doorstart te maken. Bij het optrekken vlogen honderden spreeuwen in 'balvorm' op, waarbij er enkele in de motoren werden gezogen. Het vliegtuig verloor veel vermogen en begon te tollen. “Het werd in feite onbestuurbaar”, aldus de Belgische generaal G. Vanhecke die het onderzoek heeft geleid. Luchtvaartdeskundige H. Heerkens vindt de doorstart niet logisch: “Het doorzetten van de landing had minder risico opgeleverd. Iedere vlieger weet dat je veel vermogen kwijtraakt in een doorstart. Komen er dan vogels in de motor, dan heb je een groot probleem”.