Ik verlang naar de Jordaan; Irvine Welsh over Trainspotting en nieuwe verhalen

“Je hebt de verantwoordelijkheid iets leuks van je leven te maken,” zegt Irvine Welsh, ex-gebruiker en schrijver van de verfilmde roman Trainspotting. Hij baseerde het verhaal over heroïne-junkies op zijn eigen jeugdervaringen in de achterbuurt van Edinburgh: “Net de Bijlmer.”

In het dit jaar verschenen Ecstasy van de Schotse schrijver Irvine Welsh maakt punker Andreas een afspraak met een meisje in een etablissement in het Londense Soho: 'We moeten elkaar ontmoeten in The Ship in Wardour Street om acht uur precies.' Het blijkt hetzelfde café waarin hij met mij heeft afgesproken voor dit interview, en ik vermoed dat het een of ander drugshol is. Maar nee, The Ship blijkt een doorsnee Engelse pub, met een oerdegelijke klandizie. Als Welsh er stipt op het afgesproken tijdstip binnenkomt valt hij er niet op. Hoewel de film naar zijn eerste boek, Trainspotting, waar hij zelf in meespeelt, een groot succes is en van de roman drie jaar na verschijning nog altijd stapels op de bestsellers-tafels van de grote boekwinkels van Charing Cross Road liggen, is er niemand die hem herkent. Dat wil hij zo houden. Van de hype rond Trainspotting, geregisseerd door Danny Boyle, en zijn persoon moet hij niets hebben. “Hype heeft alleen maar met de buitenkant te maken, niets met mijzelf.”

De 37-jarige auteur ziet er uit als een bleke 'gabber' in een zwart trainingsjack met felgroene strepen en toont zich vriendelijk, humorvol en goedlachs. Voordat hij in nauwelijks verstaanbaar Schots binnensmonds begint te praten, bestelt hij een spa. The Ship als pub heeft geen bijzondere betekenis voor hem, mompelt hij, zonder ook maar een keer het stopwoord uit Trainspotting, fuck, uit te spreken. Hij is zelfs vergeten dat deze pub In Ecstasy voorkomt. De enige reden dat hij hier heeft afgesproken, is dat hij in de buurt van het café werkt aan een nieuwe speelfilm, waarvoor hij het script schreef. De film gaat over Britten die vakantie houden op Ibiza en zich daar klem drinken of zich bizar gedragen, omdat er thuis in Engeland helemaal niets mag. De personages zijn mensen uit de 'working class', het milieu waaruit hij zelf afkomstig is en dat hij van binnenuit kent, net zoals de Edinburghse drugs-scene in Trainspotting.

Is Trainspotting autobiografisch?

“Ja, ik heb er veel van mijn eigen geschiedenis in verwerkt. Het gaat over een groep vrienden die elkaar van de lagere school af kennen. Mijn twee beste vrienden ken ik ook al vanaf mijn zesde. Ze zijn opgegroeid in dezelfde achterbuurt van Edinburgh waar ik ook vandaan kom, vergelijkbaar met de Bijlmer in Amsterdam. Ik ken Amsterdam goed, want ik heb er bijna twee jaar gewoond, in de Buitenbantammerstraat en op de Brouwersgracht. Mijn favoriete cafe's zijn Thijssen, Café Nol en Rooie Nelis en verder ging ik vaak naar Mazzo, Paradiso en de Melkweg. Ik verlang nu al weer naar de Jordaan en de Nieuwmarktbuurt en als mijn film klaar is, volgende zomer, ga ik er weer wonen. Ik hou van Amsterdam omdat iedereen er zo ongelooflijk ontspannen is. Niet voor niets laat ik de hoofdpersoon van Trainspotting aan het eind van het boek naar Amsterdam vertrekken.

Rotschool

“Het bestaan van die jongens in Edinburgh is volkomen uitzichtloos, vandaar dat ze zich aan drank en drugs overgeven. Dat gold voor mij ook. Ik ben op mijn zestiende van school gegaan, omdat het een rotschool was, omdat ik er geen zin in had en omdat iedereen op zijn zestiende van school ging om in de fabriek of in de bijstand terecht te komen. In Edinburgh bestaat een scherpe tweedeling tussen rijk en succesvol enerzijds en arm en kansloos anderzijds. Ik zat aan de verkeerde kant. Ik kreeg een technisch baantje bij de televisie, daarna ben ik naar Londen gegaan, net als Marc Renton uit Trainspotting. Eerst om wat rond te hangen in clubs en later om een carrière te maken in het makelaarswezen. Uiteindelijk heb ik nog een universitaire graad in de economie gehaald en een managementscursus gedaan, maar vervolgens ben ik toch weer in Schotland beland. Eigenlijk gaat Trainspotting meer over vriendschap, loyaliteit en verraad dan over drugs. Het is een coming of age-roman, over de teleurstellingen van het volwassen worden, wanneer je merkt dat je vrienden veranderen naarmate hun karakters zich vormen. Ik heb met Trainspotting willen laten zien dat je niet moet generaliseren als het over junks gaat, het zijn allemaal individuen met specifieke karaktereigenschappen.”

Hoe zit het nu precies met u en de drugs?

“Midden jaren tachtig was ik bijna aan de heroïne verslaafd. Waarom ik er ooit aan begonnen ben, weet ik niet. Eén van de grootste mythes van heroïne-gebruik is dat er maar één enkele reden zou zijn waarom mensen eraan beginnen, terwijl er talloze redenen zijn. Heel belangrijk is de sub-cultuur waarin ik terecht kwam. Stoppen is moeilijk, zowel fysiek als mentaal. Ik ben gestopt omdat er geen reden was om door te gaan met gebruiken. Wat mensen ertoe beweegt om te stoppen, is dat het leven hun nog iets te bieden heeft. Ik had een heleboel ideeën en ambities, er waren mogelijkheden om de dingen te doen die ik wilde doen en bovendien kende ik mensen die succes hadden.”

Is het dus puur een kwestie van kiezen?

“Ja, er doen zich steeds momenten voor, waarop je kunt kiezen, hoewel dat natuurlijk van persoon tot persoon verschilt. Het heeft met je omstandigheden te maken, met je sociale en culturele context. De junks in Edinburgh die ik beschrijf, hebben niets in hun leven. Geen opleiding, geen mogelijkheden, niets. Dat leidt tot een heel ander soort drugsgebruik dan bijvoorbeeld op een middleclass school, waar kinderen gaan gebruiken omdat dat de enige manier is om aandacht van hun ouders te krijgen. Maar in wat voor omstandigheden je ook verkeert, iedereen die aan de heroïne gaat, kiest voor een junkie-bestaan.”

Wat vindt u van het verwijt dat Trainspotting heroïne-gebruik verheerlijkt?

“Als dat zo was, zou de film niet zo'n succes zijn. Als het een propagandafilm voor heroïne was, zou niemand er heen willen en als ik een waarschuwende vinger had opgestoken ook niet. Ik heb willen laten zien wat mensen aan drugs ontlenen. Als je een shot hebt genomen voel je je briljant en geweldig, maar uit de film blijkt hoe je er werkelijk aan toe bent. Hetzelfde geldt trouwens voor alcohol. Er gaan in Schotland veel meer mensen dood aan alcohol dan aan drugs. Ik ben opgegroeid in een alcohol-cultuur, precies zoals de jongens in Trainspotting. Daarna kwam ik in de heroïne-scene en vervolgens ook nog in de yuppie-scene. Ik heb geen voorkeur voor een bepaald soort dope, ik heb alles gebruikt. Maar nu ben ik al een half jaar clean. Ik ben zes weken in India met vakantie geweest en dat was heel gezond en ontspannend.

Muziek en voetbal

“Hier in Engeland heeft de sensatiepers gewaarschuwd voor Trainspotting, waarschijnlijk zonder de film gezien te hebben. In Amerika heeft Bob Dole, nog voor dat de film daar werd vertoond, op een verkiezingsbijeenkomst gezegd dat films als Trainspotting en Pulp Fiction gevaarlijk zijn en niet gemaakt mogen worden. Daarna donderde hij van het podium af. Ik weet niet waarmee hij zich volgestopt had.”

Hoe ontdekte u dat u schrijver bent?

“Op school en op de universiteit hebben docenten me gezegd dat ik dat kon. Maar als je uit een arbeidersmilieu komt, ligt het schrijversschap niet voor de hand. Mijn ouders waren altijd erg aardig en behulpzaam, maar schrijven of iets anders kunstzinnigs doen, hoorde er gewoon niet bij. Dat was onbereikbaar. We waren straatarm, er was geen cent. Van mij werd verwacht dat ik naar de fabriek ging.

“Ik ben pas op mijn 25ste gaan schrijven, uit verveling, toen ik met Greyhound-bussen door Amerika reisde. Het was zo saai dat ik een pak papier heb gekocht en sketches ging schrijven. Pas jaren later heb ik die omgewerkt tot korte verhalen en daaruit is in 1993 de roman Trainspotting ontstaan.”

Welke schrijvers hebben u beïnvloed?

“Weet ik niet. Er zijn zoveel culturen en sub-culturen waaruit ik dingen oppik. Op mijn veertiende zag ik de film Clockwork Orange, zonder dat ik het boek van Anthony Burgess had gelezen. Ik heb bij het schrijven van Trainspotting veel aan die film van Stanley Kubrick ontleend, maar ook aan Lou Reed en andere muziek. De pop-cultuur is voor mij belangrijker dan welke literaire invloed dan ook. Het enige wat ik vroeger wilde was voetballen en muziek maken, maar ik had voor geen van beide talent.

“Trainspotting gaat over dat soort jongens, de no-future generatie van de jaren tachtig. Over arbeiderskinderen die slachtoffer zijn van de afbraak van de verzorgingsstaat. De politiek in Engeland leidt er al jaren toe dat de omstandigheden voor de arbeidersklasse als geheel uitermate beroerd zijn. Een heleboel mensen hebben geen enkele voorstelling bij het woord toekomst.

“Engeland is een echte klassenmaatschappij. Dat ligt hier anders dan in Nederland en de rest van West-Europa, waar nog steeds geprobeerd wordt de verzorgingsmaatschappij in stand te houden. Hier is het onder Thatcher de kant van Amerika uitgegaan. Er is een totaal onteigende onderklasse ontstaan. Dat heeft trouwens niet alleen met Thatcherisme of met de Tories te maken. Labour is geen haar beter. Als die carrièremakers van links de verkiezingen winnen, verandert er niets.”

U klinkt als een ouderwetse links-radicaal

“Ik ben wel anarchistisch, maar ik zie mezelf niet als een politiek geëngageerd iemand. Ik hou er niet van om anderen iets voor te schrijven of een boodschap te verkondigen. Er is veel mis hier, er moet veel veranderd worden. Zelf heb ik het gelukkig te druk met andere dingen. Ik wil mijn eigen leven leiden en daar zoveel mogelijk plezier in hebben, maar ik zie heel duidelijk een verband tussen hoe het mij gaat en hoe het met de maatschappij gaat.

“Ik vond de jaren tachtig een wanhopige, perspectiefloze periode. De jaren negentig trouwens ook. In Trainspotting zoeken desperate mensen extreme oplossingen en daar zijn ze zich heel goed van bewust. Ze zijn in staat om met een zekere distantie naar zichzelf te kijken en om hun problemen te rationaliseren. Het lijkt onzin wat ze zeggen, maar het slaat altijd wel ergens op.”

In Ecstasy, hoe humoristisch ook, verkondigt u wel degelijk een soort boodschap: dat het leven kwetsbaar is, dat je er wat van moet maken en dat verveling en onverschilligheid gelijk staan aan zelfmoord.

“Ja, dat is zo. Als je in een rechtvaardige samenleving gelooft, heb je de verantwoordelijkheid er zelf iets leuks van te maken, je moet in ieder geval zorgen dat je zelf plezier hebt en iets positiefs uitstraalt. Ik weet hoe kwetsbaar, hoe fragiel het leven is. Op mijn zestiende verloor ik een paar vrienden bij een auto-ongeluk en ik heb er daarna nog heel wat zien doodgaan aan heroïne en aids.

In zijn nieuwe verhalen, zoals 'De zaak van Granton Star' (onlangs in vertaling verschenen in het Nieuw Wereld Tijdschrift - red.) laat Welsh het realisme los en gaat hij Kafka achterna met een hoofdpersoon die door God in een strontvlieg wordt veranderd omdat hij weigert iets van van zijn leven te maken.

Bondage

Trots haalt Welsh een videoband te voorschijn van The case of Granton Star. Het verhaal is verfilmd en komt volgend jaar uit. “Net als Trainspotting is het een coming of age-verhaal”, vertelt hij. “Over een jongen die er niet tegen kan dat zijn ouders seksuele wezens blijken te zijn. Daar kan geen enkele puber tegen, en het is ook heel bedreigend. Stel je eens voor hoe het is als je op je kamertje schuchter een meisje probeert te versieren, terwijl je vader en moeder achter de muur in een bondage-scène verwikkeld zijn. Als vlieg ziet de hoofdpersoon hoe zijn moeder pappie vastbindt, met een dildo bewerkt en uiteindelijk in zijn mond schijt. Dat wordt de ondergang van de vlieg. Hij kan de stront van zijn moeder niet weerstaan en zij mept hem dood.”

Irvine Welsh laat geen enkele menselijke aberratie onbesproken. In Ecstasy gaat het over seks met een schaap, incest en niet te vergeten de fantastische necrofiel Freddie ('There was nothing like the sight of a stiff to give Freddie Royle a stiffie.')

Hij schrijft zulke verhalen, zegt hij, omdat Engeland zo schijnheilig en repressief is. “Alles gebeurt in het verborgene, niemand praat over seksueel misbruik of drankmisbruik, zolang het maar binnenshuis gebeurt. Dat is een groot verschil met Nederland, met Amsterdam vooral.”