Hoogbouwrage woedt in dynamisch Azië; Architecten VS halen meeste omzet uit Azië

De constructie van imposante wolkenkrabbers leek eind jaren tachtig met een instortende vastgoedmarkt definitief op z'n retour. Bovendien gaven de nieuwe industrie- baronnen van de informatie-economie de voorkeur aan rustieke laagbouw temidden van veel groen. In Azië wordt met steun van Amerikaanse hoogbouwarchitecten echter meer en hoger gebouwd dan ooit. En als de tekenen niet bedriegen, krijgt ook het Westen de smaak weer te pakken.

Tot in de jaren tachtig werden 's werelds hoogste gebouwen in Amerika gebouwd en waren de voornaamste wolkenkrabberbouwers Amerikanen. Dat zijn zij nog altijd. Deze architecten ontwerpen zelfs steeds hogere kantoor- en commercietorens. Maar nu zetelen hun voornaamste opdrachtgevers aan de andere kant van de wereld, in Azië. Daar genereert de Amerikaanse crème de la crème der wolkenkrabberontwerpers nu bijna tweederde van haar omzetten.

Neem de firma Callison uit Seattle die de zojuist voltooide, 236 meter hoge Grand Gateway in Shanghai ontwierp; of John Portman & Associates uit Atlanta die tekende voor de in 1999 te voltooien, 280 meter hoge Tomorrow Square in dezelfde Chinese havenstad. Het bureau Skidmore Owings uit Chicago ontwierp de 364 meter hoge PTT-toren in de Chinese stad Xiamen die in 2000 wordt afgebouwd;en Cesar Pelli uit New Haven ontwikkelde de Petronas Towers in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur die de afgelopen zomer gereedkwam. Met twee onderling verbonden torens van elk 450 meter passeerde dit Maleisische bouwwerk de Sears Tower in Chicago (443 meter) als 's werelds hoogste bouwwerk.

Langer dan enkele jaren zullen de Maleisiërs overigens niet van hun record kunnen genieten. Want volgende maand begint - alweer - in Shanghai het werk aan het 460 meter hoge Shanghai World Financial Center dat is ontworpen door de New Yorkse architect Kohn Pedersen Fox Associaties en in 2000 z'n deuren zal openen.

Tegelijk komt er enig uitzicht op een Westerse reactie op dit door supersnelle economische groei gedreven architectonische 'machismo' in het Verre Oosten. Dan spreken we nog niet eens over de wat wazige plannen voor een 210 meter hoge Larmag-toren in Amsterdam waarover al een jaar of vijf wordt gebakkeleid. Het betreft eerder de door Trafalgar House Property Ltd in Londens financiële City geplande Millennium Tower die met 385 meter het hoogste bouwwerk van Europa moet worden. En wat te denken van de weer opgekrabbelde New Yorkse stuntman-projectontwikkelaar Donald Trump die deze zomer serieuze plannen ontvouwde voor een 546 meter hoge kantoor- en beurstoren langs de East River op Manhattan?

Natuurlijk was de in 1889 voltooide Parijse Eiffeltoren lange tijd het hoogste bouwwerk van de wereld. Maar Amerika werd begin deze eeuw de broedplaats van de wolkenkrabber: commerciële hoogbouw volgepakt met kantoren, winkels, vergaderzalen, appartementen etc. Niet alleen Amerika's opkomst als economisch-politieke wereldmacht lag daaraan ten grondslag maar ook het ontbreken van wettelijke grondslagen inzake grondpolitiek. Wat in de Amerikaanse steden al gauw dwong tot hoogbouw. Dit in tegenstelling tot het veel gereguleerder Europa waar wolkenkrabbers slechts mondjesmaat werden getolereerd als accentuering van het stadsbeeld.

Tegelijk speelden de pronkzucht en het ego van een nieuwe generatie industriële tycoons. “Van begin af aan waren wolkenkrabbers niet alleen bedoeld om grondgebruik te minimaliseren maar ook om nieuwe grootbedrijven te symboliseren”, aldus de New Yorkse architect-historicus Robert Stern. “Dus werden topondernemers vanaf het begin van deze eeuw met name in New York en Chicago opgezweept om zo hoog en spectaculair mogelijk te bouwen.”

Zo kreeg New York in 1913 zijn 57 verdiepingen tellende Woolworth Building dat het hoogste commerciële bouwwerk zou blijven tot in 1931 in dezelfde stad het 381 meter hoge Empire State Building gereed kwam. Pas zo'n veertig jaar later werd de kroon in dezelfde stad overgenomen door het 110 verdiepingen hoge World Trade Center. Maar al in 1974 kwam de 443 meter hoge Sears Tower in Chicago op kop en zou dat blijven tot de voltooiing van de Maleisische Petronas Towers drie maanden geleden.

Intussen was in de late jaren tachtig de commerciële vastgoedmarkt in de VS in een vrije val geraakt, waardoor er een einde kwam aan een tijdperk waarin ambitieuze ontwikkelaars in nauwe samenwerking met prominente architecten oogverblindende hoogbouw konden ontwikkelen. Daar kwam bij dat de nieuwe industriebaronnen van de informatie-economie zoals Bill Gates van Microsoft, Andy Grove van Intel en Louis Gerstner van IBM uitgerekend de voorkeur gaven aan rustieke laagbouw op meer landelijke plekken temidden van veel groen. En in de fameuze high tech-gordel Silicon Valley tussen San Francisco en San José zijn nauwelijks wolkenkrabbers te bekennen.

Kortom, voor de in hoogbouw gespecialiseerde Amerikaanse architecten leken in 1990 uiterst magere tijden in zicht. Maar ze hadden geluk. Gedreven door hetzelfde ego en machismo van de Amerikaanse tycoons van weleer boden Azië's nouveaux riches, topondernemers en staatsbureaucraten de Amerikaanse hoogbouwers nieuwe kansen. “Wij klommen uit de lappenmand, pakten onze koffers en trokken naar het buitenland”, zegt managing partner Jeffrey McCarty van Skidmore Owings in Chicago die onder meer werkt een de PTT-toren van het Chinese Xiamen. “Die lui daar willen het nieuwste van het nieuwste, dingen die nog niet eerder te zien waren.”

Architect Kevin Roche uit Handen (Conn.) heeft inmiddels de helft van zijn 66 personeelsleden in Azië gestationeerd en werkt aan projecten in China, Singapore, Japan, Maleisië en India. “Ik schat dat ik de afgelopen dertien maanden elf keer de wereld ben rondgevlogen”, zegt Roche.

“Veel Aziatische landen zien hoogbouw als een geijkt middel om zich snel naar de 21-ste eeuw te catapulteren”, aldus Eugene Kohn van de firma Kohn Pedersen Fox in New York wiens clientèle nu voor meer dan de helft Aziatisch is. Deze architect ontwierp het 95 verdiepingen en 460 meter hoge Shanghai World Financial Center dat in 2000 's werelds hoogste gebouw moet worden. Volgens een propectus van de Chinese opdrachtgevers dient dit buitenmodel-bouwwerk “de welvaart van de stad Shanghai te symboliseren en de verheven idealen van het volk van China te belichamen dat een economische vooruitgang zonder precedent beleeft.”

Architect Cesar Pelli uit New Haven, ontwerper van de huidige wereldrecordhouder, de 450 hoge Petronas Towers in Kuala Lumpur, herinnerde zich onlangs in The Wall Street Journal: “Eerst stelden we een bouwwerk zonder spitsen voor, maar toen suggereerde mijn klant, Maleisië's nationale oliemaatschappij Petronas, er juist extra forse spitsen op te zetten. Ik zei ze: oké, als we dat doen kunnen we meteen de Sears Tower in Chicago overtreffen. Dus gebeurde dat prompt.” Wat trouwens mooi spoorde met een glitterbrochure waarin 's lands premier Mahathir Mohamad de bouw van Petronas Towers kenschetste als “onderdeel van onze inspanning om Maleisië tegen het jaar 2020 tot een hoogontwikkelde natie te transformeren.”

Niet alleen Amerika's grote hoogbouwarchitecten profiteren van de Aziatische bouw-'boom'. Neem het bureautje Ahuja Priya Architects in New York dat slechts negen medewerkers telt maar onlangs wel een bijkantoor in New Delhi opende om vandaar z'n drie projecten in India te superviseren. “Veel Amerikaanse firma's proberen nu India binnen te komen”, aldus partner Raj Ahuja.

Terwijl de skyline van veel Aziatische steden zo steeds meer wordt getransformeerd, groeit in traditionele kringen ter plekke de zorg dat hun Aziatische kenmerken ondergesneeuwd raken. “Maar in een land als China overheerst op dit ogenblik nu eenmaal de voorkeur voor space age-achtige vormgeving”, reageert architect John Portman uit Atlanta die het 280 meter hoge Tomorrow Square in Shanghai heeft ontworpen dat in 1999 zal worden opgeleverd. “De oude Chinese vormen blijken nu eenmaal minder populair.” Portman knoopt er aan vast: “Eigenlijk hebben wolkenkrabbers helemaal geen nationaal karakter. Zij scheppen hun eigen cultuur.”

Intussen komen er wat aanwijzingen dat de wolkenkrabber ook in het Westen weer aan populariteit wint. Al blijft het de vraag of dat een reactie is op de Aziatische hoogbouwwoede of een simpel gevolg van de wederopleving van de vastgoedmarkten.

Zo herleeft in Nederland met enige regelmaat de discussie over de zogeheten Larmag-toren, met 210 meter de hoogste wolkenkrabber van het land die à raison van 375 miljoen gulden in Amsterdam-West zou moeten verrijzen.Enkele jaren geleden deed de Zweedse initiatiefnemer Lars Magnussen het project over aan de vennootschap Dela van de Zweedse verzekeringsmaatschappij Folksam. Die heeft het beheer uitbesteed aan het bedrijf Borean terwijl het project is herdoopt tot 'Teleport Toren'. Maar of dit bouwwerk er op afzienbare termijn komt, wordt betwijfeld nu de vorig jaar gereed gekomen Rembrandt toren (135 meter) bij het Amstelstation voor tweederde leeg staat.

Vorige maand lanceerde het Londense Trafalgar House Property Ltd, onderdeel van het Noorse Kvaerner-concern, een uitgewerkt plan voor de bouw van Europa's hoogste kantoortoren in de financiële City van de Britse hoofdstad. De 385 meter hoge en 92 verdiepingen tellende Millennium Tower, een ontwerp van de befaamde arcitect sir Norman Foster, overtreft met ruim 80 meter het zojuist voltooide hoofdkantoor van de Commerz Bank in Frankfurt. Het Londense bouwwerk zou moeten komen op de plaats van de Baltic Exchange die in 1992 zo zwaar door een Ira-bom werd beschadigd dat de beurs definitief verkaste. “Grote gebouwen drukken de energie en aspiraties uit van moderne wereldsteden”, sprak sir Norman tijdens de lancering van het project. “De Millennium Tower weerspiegelt het vertrouwen van de City in de volgende eeuw.” Dat kan natuurlijk van pas komen nu Londens financiële centrum zich zorgen begint te maken over de Britse koudwatervrees ten aanzien van Emu en euro.

Om de bouw te realiseren zal Trafalgar House Property Ltd overigens nog bezwaren moeten overwinnen van zowel de Baltic Exchange, die meer geld wil, en van het ministerie van English Heritage, dat graag zou zien dat de Exchange op dezelfde plaats wordt gerestaureerd.

Tot slot is er Donald Trump, de mega-projectontwikkelaar en casino-koning van de Amerikaanse oostkust, die op Manhattan, de bakermat van de moderne wolkenkrabber, een kantoortoren met 140 verdiepingen en een recordhoogte van 546 meter wil neerzetten. Pal naast deze 'Stock Exchange Tower', ontworpen door het befaamde New Yorkse bureau Kohn Pedersen Fox Associates komt een grote hal die Trump heeft aangeboden aan de beurs van New York. Naar verluidt heeft die er wel oren naar. Het mega-complex moet zo ongeveer verrijzen op de plaats waar Wall Street en South Street elkaar nabij de East River ontmoeten.

Zeven jaar geleden leek Trump in het kielzog van de instortende vastgoedmarkt zakelijk op sterven na dood. Hij dreigde toen te bezwijken onder een last van 960 miljoen dollar aan persoonlijk gegarandeerde leningen en werd door de banken onder scherpe curatele geplaatst. Toen Trump in 1989 op Manhattan van zijn kantoor in de Trump Tower naar zijn lunchstek in de Trump Plaza kuierde, somberde hij op een herfstmiddag tegen zijn financiële directeur Stephen Bollenbach: “Zie je die bedelaar daar, dat is een nul. Maar hij is er stukken beter aan toe dan ik. Ik ben een minus 960 miljoen.”

Maar 'The Donald' wist zich via een conservatiever financieel beleid, een herlevende vastgoedmarkt en het ongekend bloeiende gokwezen in zijn bastion Atlantic City wonderbaarlijk te herstellen. Volgens taxaties van het zakenblad Fortune is hij nu 'netto' al weer goed voor ten minste 700 miljoen dollar en groeit zijn rijkdom snel. Want van de 3,7 miljard dollar die de gokindustrie van Atlantic City per jaar opstrijkt, gaat de komende jaren naar schatting eenderde naar Trump.

Of Donald Trumps recordtoren op Manhattan een realiteit wordt of een fata morgana blijft waaraan hij zijn super-ego tijdelijk kan schurken, moet worden afgewacht. Zelfs architect Eugene Kohn wil daar desgevraagd geen uitspraak over doen: “Ik heb het ding alleen maar ontworpen, verder is het een zaak van Trump.” En de firma Trump beperkt zich tot het opsturen van hooggestemde maar financieel matig onderbouwde faxen. Vast staat dat Trump voor de realisatie van zijn laatste hoogbouwplannen uitsluitend met scherp calculerende particuliere investeerders moet werken, terwijl de 'concurrentie' in Kuala Lumpur en Shanghai tevens kan steunen op ambitieuze overheidsbureaucraten met zeer diepe zakken.