Hoog niveau

“Mijnheer de voorzitter!

Uit de discussie, die mij natuurlijk ook niet onberoerd heeft gelaten, heb ik begrepen dat er in deze Kamer heel verschillend over deze kwestie wordt gedacht. Wat ik zou wensen is dat er helderheid komt, want ook voor mij is deze discussie, zoals zij wordt gevoerd, onbevredigend.

Daarbij, mijnheer de voorzitter, ga ik uit van het feit dat wanneer deze Kamer iets vindt, dat ook normstellend is. Laat ik echter klip en klaar stellen dat wij, zoals wij hier bijeen zijn op deze plek, niet alleen spreken over de geachte afgevaardigde de heer Balkenbrij. Het gaat namelijk in dit debat, zoals dat hier in deze Kamer wordt gevoerd, om iets dat alle leden van deze Kamer, zoals wij hier zitten, raakt.

Heel duidelijk, meneer de voorzitter, wil ik tot de Kamer, zoals wij hier in gesprek zijn, het volgende gezegd hebben. Over de vraag of de handelwijze van de heer Balkenbrij, zoals hij hier in deze Kamer zit, al of niet oorbaar dan wel toelaatbaar is, bestaat een evident verschil van mening tussen de fracties en daarmee tussen de individuele leden van deze Kamer, zoals zij vandaag met elkaar op deze plaats discussiëren.

Alvorens, meneer de voorzitter, tot een oordeel over te gaan, lijkt het mij en mijn partij, zoals wij hier in dit gebouw van de Kamer plegen te vergaderen en rond te lopen, dat er eerst Kamerbreed een gedragscode zou moeten worden ontwikkeld, waarin regels zijn vastgelegd die bepalen wat wenselijk en wat onwenselijk is. De vraag blijft immers: zijn hier regels overtreden en zo ja, welke regels? En zo nee, welke regels zijn hier niet overtreden?

Maar dat alles wil echter nog niet zeggen, meneer de voorzitter, dat er geen verwijten te maken zouden zijn, want het signaal dat iedereen - dus ook wij die hier in dit Huis met elkaar wetten opstellen - maar kan doen en laten wat hij wil zolang de wet niet wordt vertreden, is een signaal dat naar de samenleving toe een verkeerd signaal zou zijn.

Het is daarom, meneer de voorzitter, een stap van betekenis, die ik verwelkom uit de grond van mijn hart dat nu eindelijk de Kamer alles in het werk stelt om te komen met een toetsingskader, waarmee getoetst kan worden in hoeverre het gedrag van de heer Balkenbrij oorbaar dan wel wenselijk is, al moet ik er onmiddellijk bij zeggen dat het mij hier niet specifiek gaat om het gedrag van de heer Balkenbrij zelf.

Op zichzelf, meneer de voorzitter, is de interactie tussen de politiek en het bedrijfsleven een uitstekende zaak, maar dat laat onverlet dat men de zaken ook weer niet door elkaar moet halen. Het zou natuurlijk erg gemakkelijk zijn om in deze Kamer, zoals wij hier zingen, dansen, springen en weer doorgaan, tot een harde veroordeling te komen, maar dan verliest men uit het oog dat aan een dergelijke veroordeling eerst een openbaar debat vooraf dient te gaan, waarin de aanzet wordt gegeven voor een discussie over de publieke moraal.

Wij zijn, meneer de voorzitter, zoals wij hier in deze Kamer communiceren, reduceren en deduceren, er niet in de eerste plaats op uit om een strafexpeditie te beginnen tegen de heer Balkenbrij, waarbij ik er ogenblikkelijk aan toe moet voegen dat het debat, zoals het in deze Kamer wordt gevoerd, verder gaat dan de heer Balkenbrij an sich en dat het zich ook uitstrekt tot wat in de samenleving speelt en tot wat in de samenleving als wenselijk en toelaatbaar wordt ervaren.

Mijn partij en mijn fractie, meneer de voorzitter, achten het daarom van het allergrootste belang dat er, alvorens een oordeel wordt uitgesproken, eerst wordt gewerkt aan het formuleren van een algemeen toetsingskader dat de Kamer, zoals zij werkt en functioneert, de mogelijkheid geeft om het gedrag van haar eigen Kamerleden te toetsen.''

Zak! Druiloor! Slijmbal! Zeikerd! Kuttenkop! Kwijlebal! Eikel! Apenkop! Badmuts! Mongool! Bal gehakt! Etterbak! Hondenlul! Windbuil! Dombo! Nitwit! Lafbek! Dildo! Geitenneuker! Kwal! Schijtlijster! Hielenlikker! Rot toch op, man!

“Dames, heren! Zoudt u, in plaats van een overhaast oordeel uit te spreken, eerst een algemeen kader willen formuleren, zoals u daar zit op de publieke tribune?”