Geslaagde versie van Pinters 'Bedrog' door RO Theater

Voorstelling: Bedrog, van Harold Pinter, door RO Theater. Regie en vormgeving: Peter de Baan; vertaling: Gerrit Kouwenaar. Spel: Kathelijne Verbeke, Stefan de Walle, Victor Löw. Gezien: 3/10 RO Theater, Rotterdam. Aldaar elke vrij en za t/m 16/11; tournee t/m 13/12. Inl 010-4047070.

“Het thema”, zo laat Pinter een van zijn personages zeggen over een zojuist gelezen boek, “is een groot cliché: bedrog.” Met cynische wreedheid zorgt Pinter er vervolgens voor dat noch dit personage noch diens beide tegenspelers aan dat cliché ontsnappen: Robert, Emma en Jerry in het drama Bedrog kunnen hun driehoeksverhouding alleen maar in stand houden door de waarheid flink te verdoezelen. Soms beseffen zij dat ze elkaar om de tuin leiden en dan accepteren ze dat tot op zekere hoogte: hun oneerlijkheid, die nauwelijks te onderscheiden is van normale beleefdheid, heeft iets geruststellends. Aan de oppervlakte tenminste.

In de versie van het RO Theater informeren Pinters overspeligen steeds keurig bij de bedrogene naar het welzijn van echtgenoot en kinderen. Strikt in deze volgorde, bij wijze van pacificerend ritueel. Wanneer de natuurlijke emoties van het drietal, zoals liefde, moordlust en jaloezie, toch per ongeluk door de hoffelijke façade heenbreken, slaagt men er telkens in de brand bijtijds te blussen. Men lijkt zichzelf volmaakt in de hand te hebben - maar wij toeschouwers ontdekken gaandeweg in het in een omgekeerde chronologische volgorde vertelde verhaal het tegenovergestelde: hoe meer Emma, Robert en Jerry zich aan de goede omgangsvormen vastklampen, des te heviger raken zij verstrikt in hun zelfgesponnen leugenweb.

Er is niets op tegen om Bedrog op te vatten als een bijtend commentaar van Harold Pinter op de hele Britse ofwel Westeuropese maatschappij, die kennelijk slechts functioneert bij de gratie van spontaniteit-dodende regels. Omdat Pinters protagonisten elkaar niet rechtstreeks mogen zeggen wat ze denken of voelen blijft er van henzelf weinig anders over dan een angstaanjagende leegte, door regisseur en vormgever Peter de Baan nogal voor de hand liggend weergegeven in de vorm van een groot, kaal toneel. En die leegte trachten zij op te vullen met symbolen van huiselijkheid. Emma bijvoorbeeld doet een kranige poging het liefdesflatje van haar minnaar Jerry en haarzelf gezellig te maken met behulp van een gehaakt tafelkleed. Om een vertrouwelijke sfeer te scheppen, die natuurlijk uitblijft, worden bovendien liters alcohol geconsumeerd.

Het mooie van deze voorstelling is dat dergelijke moderne theaterclichés (inderdaad, Pinter zag het goed in zijn inmiddels alweer achttien jaar oude stuk) zo onopvallend en anti-larmoyant aan ons voorbijtrekken. Ook al kijken de twee mannen en die ene vrouw dikwijls de zaal in, toch dringen ze zich geenszins aan ons op. We zien drie glimlachende, knappe, haast benijdenswaardige mensen die alles hebben: gezin, carrière, buitenechtelijke relaties en vrienden. Pas na een tijdje merk je hoezeer hun glad georganiseerde levens door hun eigen angsten worden ondermijnd. Overal zoeken zij iets achter; in elke uitspraak van de ander vermoeden zij een valkuil die ze proberen te ontwijken door voortdurend 'hoe bedoel je?' te vragen.

Vooral acteur Victor Löw is ijzingwekkend in de sadistische, als fatsoen vermomde manier waarop zijn personage Robert een van de beide anderen telkens buitensluit. Streelt Robert zijn vrouw Emma, dan geeft hij zijn vriend Jerry daarmee te verstaan dat deze een akelige indringer is in Roberts huwelijksleven. Schept hij op over het wekelijkse lunchen met Jerry, dan laat hij tevens weten dat Emma zich niet met hun mannenvriendschap bemoeien moet. En als hij dan zijn zin gekregen heeft en hij face à face met zijn vriend aan een restauranttafeltje zit - dan vliegt hij niet de minnaar van zijn vrouw naar de strot maar de weerloze ober.

De nog vrij jonge Löw - dat bleek ook uit zijn krachtige bijdrage aan Angels in America - heeft zich ontwikkeld tot een meesterlijke vertolker van ietwat conservatieve, autoritaire heren die vanbinnen verwarder zijn dan hun onkreukbare uiterlijk doet vermoeden. Ook RO-acteur Stefan de Walle deed mee in Angels in America, en zijn rol als de wijze aidspatiënt Prior leverde hem terecht een nominatie voor de Louis d'Or op. In Bedrog speelt hij al even subtiel: Jerry met zijn guitig scheefgetrokken linkermondhoek lijkt op een sympathieke Hollandse knul, en je gaat bijna geloven dat hij liegt om anderen geen pijn te doen. De Vlaamse, eveneens voor een belangrijke theaterprijs genomineerde actrice Kathelijne Verbeke weet in haar rol minder nuances aan te brengen. Haar Emma doet geraffineerd en mooi, meer niet. De mannelijke acteurs zijn hier het sterkst: zo fijntjes spelen zij dat het me niet zou verbazen wanneer zij aan het eind van dit seizoen alweer tot lievelingen van publiek en critici zullen worden uitgeroepen.