Frans-Duitse as neemt EU op sleeptouw

BRUSSEL, 4 OKT. Slechts met moeite heeft Ierland de datum kunnen vaststellen voor een ontmoeting van de vijftien Europese staats- en regeringsleiders, morgen in Dublin. Ierland kreeg als voorzitter van de Europese Unie in juni opdracht de top te organiseren om voortgang te boeken in de Intergouvernementele Conferentie (IGC), de herziening van het Verdrag van Maastricht.

Aanvankelijk zou de bijeenkomst plaatshebben op 18 of 19 oktober, toen dreigde ze te worden afgelast en na veel onderhandelen werd gekozen voor 5 oktober.

De moeite die het kostte om de top bijeen te krijgen, is tekenend voor de sfeer waarin deze plaatsheeft. Vrijwel niemand ziet het nut in van de bijeenkomst, omdat de afgelopen zesenhalve maand IGC te weinig hebben opgeleverd om nu knopen door te hakken. Maar Frankrijk bleef aandringen op de top, die een 'impuls' moet geven aan de conferentie. Duitsland steunde het voorstel en de overige lidstaten durfden niet te weigeren, hoewel met name Groot-Brittannië duidelijk maakte dat het enkel uit beleefdheid meedoet.

Dat de top plaatsheeft terwijl alleen Frankrijk en Duitsland er in geloven, is tekenend voor de rol die de twee landen spelen: ze werpen zich steeds meer gezamenlijk op als motor van de intergouvernementele conferentie. “De Frans-Duitse dynamo zal het proces moeten versnellen”, beloofde deze week de Franse minister van buitenlandse zaken, Hervé de Charette, na een onderhoud met zijn Duitse collega Klaus Kinkel. Duitsland en Frankrijk hebben er beide belang bij dat de verdragshervorming snel wordt afgerond, om over te gaan tot het - volgens hen belangrijker - volgende agendapunt dat de EU te wachten staat: de Economische en Monetaire Unie, die in 1999 van start moet gaan. Bonn en Parijs hebben beloofd vóór de tweede top van Dublin eind dit jaar, met een gezamenlijk IGC-standpunt te komen. Met gemengde gevoelens zien de overige lidstaten dit document aankomen. Enerzijds vrezen ze voorstellen waar ze zelf niet op zitten te wachten. Anderzijds lijkt de Frans-Duitse as als enige in staat om de IGC uit de impasse te trekken.

Om geen hooggespannen verwachting te wekken voor de top morgen in Dublin, heeft de Ierse premier Bruton vast aangekondigd dat er geen besluiten te verwachten zijn. Het wordt een soort “bijeenkomst rond het haardvuur”, zoals een Ierse diplomaat het uitdrukt. Op de agenda staan algemene onderwerpen als: Hoe brengen we de Unie dichter bij de burger? en: Hoe kan de EU efficiënter werken, ook na de uitbreiding naar Oost-Europa? Onderwerpen die al werden besproken op de top van Turijn in maart, toen de aftrap voor de IGC werd gegeven. In de tussentijd werd nauwelijks vooruitgang geboekt - omdat Groot-Brittannië een zeer minimalistische inzet heeft, maar ook omdat de overige lidstaten het nog lang niet met elkaar eens zijn en niemand nu al veel van zijn onderhandelingspositie wil prijsgeven.

Een vaak gehoorde klacht is dat de IGC te vroeg komt. Het verdrag van Maastricht trad pas in 1993 in werking en moet nu al herzien worden. Dat de conferentie dit jaar moest beginnen, is bepaald in Maastricht omdat daar geen bevredigende antwoord werd gevonden op onder andere de vraag: hoe kan de Unie werkbaar blijven als ze straks dertig leden heeft? Zonder aanpassingen zou de uitbreiding naar Oost-Europa leiden tot een onwerkbaar legertje van 35 commissarissen en een soort Poolse landdag van 1200 europarlementariërs. Ook de huidige besluitvorming, die voor de meeste beleidsterreinen met unanimiteit gebeurt, zou verlammend gaan werken. Een voorproefje gaf Groot-Brittannië eerder dit jaar, toen het uit woede over een wereldwijd exportverbod op Brits rundvlees zo'n honderd besluiten blokkeerde.

Tot nu toe is over bijna geen enkel punt op de IGC-agenda overeenstemming bereikt. De meeste voortgang werd nog geboekt op het gebied van gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB). Algemene steun krijgt het voorstel een planningseenheid in het leven te roepen, die het buitenlands beleid moet voorbereiden. Ook is de kans groot dat er een secretaris-generaal voor buitenlands beleid wordt aangesteld. Dit zal niet de autonome 'meneer GBVB' zijn die Frankrijk in gedachten heeft en die alleen aan de hoofdsteden verantwoording schuldig is, maar eerder een hoge ambtenaar die is verbonden aan het secretariaat van de raad van ministers.

Heikel agendapunt is werk. Zweden, Denemarken en België willen in het nieuwe verdrag een aparte paragraaf wijden aan het bevorderen van werkgelegenheid. Maar Groot-Brittannië en Duitsland zijn hier fel op tegen. Ook de discussie over het uitbreiden van besluiten met meerderheid zit vast. Groot-Brittannië zegt 'nee' tegen ieder vetoverlies.

De verwachtingen voor de IGC, die aanvankelijk werd gepresenteerd als een historische kans om Europa voor te bereiden op de 21ste eeuw, zijn stilaan naar beneden bijgesteld. Zelfs Duitsland, dat gold als voorbeeld-leerling in het Europese klasje, is minder enthousiast over Europa. Op een enquête die de Ierse regering naar de vijftien hoofdsteden stuurde, met per onderwerp de vraag of de regeringen vetorecht willen vervangen door meerderheidsbesluiten, antwoordde van alle Duitse ministeries alleen Buitenlandse Zaken met een volmondig 'ja'. Eurocommissaris Monika Wulf-Mathies heeft haar regering verweten dat ze bestaat uit “eurosceptische afremmers”. Bondskanselier Kohl, tot nu toe de grootste verdediger van de IGC lijkt zijn ambities te hebben bijgesteld. Hij verklaarde deze week dat de IGC “de simpele basisdingen moet doen voor het grondwerk van Europa” en voorspelde nu al dat een Maastricht III nodig kan zijn. Duitsland is daardoor dichter bij Frankrijk komen te staan, dat sowieso geen hoge inzet had. Daarom ook kunnen de twee landen zich, gemakkelijker dan in het verleden, samen opwerpen als IGC-motor.

Het wordt steeds duidelijker dat de IGC een bescheiden resultaat zal geven en dat, veel meer dan deze conferentie, de Economische en Monetaire Unie de toekomst van de Europese Unie zal bepalen als vertrekpunt van verdere integratie op monetair èn politiek gebied. Het optimisme over het doorgaan van de muntunie is, na een periode van aarzeling, op dit moment groot. “We zijn er meer dan ooit van overtuigd dat de monetaire unie een groot succes zal worden”, schreven onlangs eensgezind de Duitse en de Franse minister van financiën in de Herald Tribune. Grote vraag is: wie voldoet aan de vereiste toelatingscriteria? De kandidatenlijst wordt begin 1998 bekend gemaakt, maar nu al wordt erover geruzied. Woedend reageerde Italië deze week, toen de Franse president Chirac zijn twijfels uitsprak over de Italiaanse kansen. Italië doet juist, net als Spanje, verwoede pogingen bij de kopgroep te horen.

Nederland bereidt zich er inmiddels op voor dat het grootste deel van de onderhandelingen in de eerste helft van volgend jaar, onder zijn voorzitterschap, zullen plaatsvinden. De afronding van de IGC is voorzien voor juni volgend jaar in Amsterdam. Complicerende factor vormen de Britse verkiezingen, die uiterlijk in mei volgend jaar plaatshebben. Voor die tijd wordt weinig beweging verwacht in het minimalistische standpunt van Groot-Brittannië en omdat verdragswijzigingen met unanimiteit moeten worden doorgevoerd, kan één land de onderhandelingen tegenhouden. Premier Kok sloot vorige week niet uit dat de finale pas in de tweede helft van 1997 plaatsheeft, onder Luxemburgs voorzitterschap.