Frans CL wil nog eens 3 mld gulden steun

PARIJS, 4 OKT. “We zijn over de Alpen. Er is reden voor gematigd optimisme, ondanks de algemene scepsis.” Met deze woorden gaf Jean Peyrelevade, president van Crédit Lyonnais, aan dat de Franse staatsbank zich weer bij het peloton van de grote Franse banken begint te voegen.

Over het eerste halfjaar werd een winst van 67 miljoen francs (22 miljoen gulden) geboekt. Het winstherstel is voorlopig symbolisch: het kon alleen worden genoteerd dankzij een nieuwe injectie met staatsgeld van 3,9 miljard francs waartoe de Franse regering vorige week besloot. De Europese Commissie gaf in grote haast goedkeuring aan die noodmaatregel in afwachting van een derde reddingsplan voor Crédit Lyonnais. Peyrelevade hoopt over het hele jaar '96 quitte te spelen. De winst over het eerste halfjaar van '95 bedroeg 36 miljoen francs.

De halfjaarcijfers werden gisteren bekend gemaakt na een week uitstel. Dat was nodig omdat de Franse regering tot het allerlaatste moment worstelde met de vraag hoe zij de bank moest behandelen. Tussen 1992 en 1994 verloor de bank 21 miljard francs (7 miljard gulden). Bovendien kwamen blunders uit het recente verleden boven water die de enige aandeelhouder, de Franse staat, dwongen tot steunmaatregelen ter waarde van 45 miljard francs (15 miljard gulden). Het dagblad Libération schat de uiteindelijke kosten van het CL-debacle voor de Franse belastingbetaler op zeker 100 miljard francs, “evenveel als de Kanaaltunnel, 33 keer de Opéra Bastille, tien keer de wereldhulp aan Palestina”.

Sinds Parijs de nieuwe steunronde heeft goedgekeurd is het accent drastisch verschoven van langdurige gezondmaking naar privatisering (zo mogelijk binnen 1 à 2 jaar). Peyrelevade zei het daar mee eens te zijn, maar formuleerde een aantal voorwaarden vòòr dat daar serieus sprake van kan zijn. De belangrijkste is: een herkapitalisatie om een betere solvabiliteits-ratio te halen. Van de huidige slechte BBB-rating wil de bank naar een AA-score. Daar is een injectie 3 miljard gulden voor nodig, maar de bank moet nog intensief met de Franse overheid en daarna met de Europese Commissie onderhandelen over een compleet plan waar dit onderdeel van zou uitmaken.

Aangenomen wordt dat Brussel verdergaande afstoting van buitenlandse belangen eist in ruil voor een steunpakket. Binnenlandse concurrenten hebben toch al een klacht bij het Europese Hof lopen tegen het voorgaande reddingsplan. Peyrelevade kondigde gisteren en passant dat de eigen klacht die CL bij het Hof heeft lopen tegen de Brusselse eisen, voornamelijk een juridische tegenzet om de concurrenten van zich af te schudden, wordt ingetrokken.

Voor Peyrelevade is de beslissing van de Franse regering de bank helemaal te bevrijden van de lasten van het verleden een overwinning die twee jaar te laat komt. De strafport, die in de ingewikkelde afsplitsingsoperatie uit het vorige reddingsplan zat, kostte CL vorig jaar bijna 200 miljoen gulden en zou dit jaar 1 miljard gulden hebben gekost. Door die last van de bank af te nemen kan CL nu echter verder met de reconstructie.

Peyrelevade gaf aan dat hij alleen wil denken over het afstoten van niet-strategische of verlieslijdende buitenlandse deelnemingen. De Spaanse dochter wordt met moeite uit de verliezen gehaald, maar of de worstelende Duitse dochter 'strategisch' blijft, wilde hij niet zeggen. Een aantal Amerikaanse, Aziatische en Oost-Europese deelnemingen in ieder geval wel. “Ik wil geen belangen afstoten als dat de waarde van de bank zou verminderen”, aldus de CL-president.

Essentieel voor volledig herstel blijft verbetering van de resultaten op de Franse thuismarkt, waar aanzienlijke kostenreducties zijn uitgevoerd (tot 1998 verdwijnen nog eens 5000 arbeidsplaatsen), bijna het hele bankbedrijf opnieuw is opgezet, met inbegrip van de risico-bewaking en overige management-systemen. Desondanks lijdt CL in Frankrijk onder de heftige concurrentie, de lage rente en de aanzienlijke imago-problemen.