Dubbele moord als levensverhaal

Margaret Atwood: Alias Grace. Bloomsbury, 465 blz., ƒ 55,05 (geb.). Doubleday ƒ 39,50 (geb.)

In november verschijnt de vertaling bij Bert Bakker, ƒ 39,90

Van een krantenkop 'Baantjer geïnspireerd door zaak-Dutroux' kan een mens een beetje misselijk worden. Terwijl je diezelfde week smult van de op ware feiten gebaseerde roman Alias Grace van Margaret Atwood, over een dubbele moord in 1843 op een man en zijn dienstmeid/minnares door zijn knecht en een andere meid, onwaarschijnlijk mooi en pas zestien jaar oud. Seks, jaloezie, geweld en dood. Atwood voegt er nog wat smul-ingrediënten aan toe zoals een ellendige jeugd in Ierland, een overtocht vol ontberingen naar Canada, de hygiënische gewoontes van de dienende sociale klassen (het haar werd éénmaal per drie of vier maanden gewassen), de verhoudingen tussen upstairs en downstairs, een illegale abortus door een enge dokter die fataal afloopt, de regimes van gekkenhuizen en gevangenissen, en als amuse-gueule wat spiritisme en mesmerisme, modieus als dat toen ook was.

De knecht werd opgehangen, maar de doodstraf voor de mooie piepjonge Grace Marks werd omgezet in levenslang, een straf die ze uitzat in een gekkenhuis en een gevangenis, geregeld opgezocht door nieuwsgierigen en onderzoekers. Atwood kon putten uit een vorstelijke hoeveelheid zowel sensationele als wetenschappelijke krantenartikelen over de zaak-Marks. Met haar vorstelijke verbeeldingskracht vulde ze deze aan tot een compleet levensverhaal dat bijna alle 465 bladzijden fascineert. Ze introduceert een jonge, ambitieuze psychiater die Grace's levensgeschiedenis opschrijft en probeert, onder andere in een hypnose-sessie, de gaten in haar herinnering gevuld te krijgen.

Grace lijdt aan een vreemd soort geheugenverlies, waarbij ze zich allerlei sprekende details uit haar jeugd en haar leven als dienstmaagd wèl kan herinneren maar juist de gebeurtenissen rond de dubbele moord niet. De sympathieke dr. Jordan luistert en luistert, maar hoe betrouwbaar is de vertelster? En hoe zuiver zijn zijn eigen motieven? In wie van de twee schuilt het lelijkste monster? Of is Grace een 'moderne' Sheherazade, en dr. Jordan de sultan?

Atwood koos weliswaar voor historische bronnen en een true crime, maar van ondubbelzinnigheid en een glashelder innerlijk leven van een vrouw kan bij haar geen sprake zijn. Gedetineerde Grace Marks zit als een Marmeren Madonna te vertellen en te borduren, maar welke stormen woeden er in haar?

Wat ik miste in deze roman was de malicieuze scherpte die The Robber Bride zo onweerstaanbaar maakte. Alias Grace is grootser, overweldigender. De schrijfster dwingt allereerst bewondering af voor de manier waarop ze, in de breedte, een negentiende-eeuws decor schildert in alle geuren en kleuren. Daarnaast voor de duizelingwekkend diepe nuances waarmee ze de personages neerzet. Haar schizofrene moordenares of onschuldige jonge meid wordt bijna een echt mens, evenals de goedwillende psychiater die zich min of meer per ongeluk laat verleiden door zijn hitsige hospita.

Alias Grace is geen page-turner vol bloederige episodes en cliff-hangers. De lezer moet, net als de nieuwsgierige psychiater, af en toe genoegen nemen met een gedetailleerde verhandeling over vlekkenverwijdering als nu juist de vraag brandt waarom Grace zich voor en tijdens de rechtzaak steeds hulde in de kleren van de vermoorde vrouw. Dat had op het publiek en de jury een ongunstig effect. Atwood maakte twintig jaar geleden al een toneelstuk over de beruchte Iers-Canadese dienstmeid Grace Marks. Van haar roman Alias Grace zou een schitterende film gemaakt kunnen worden. Met veel sprekende stiltes.