Dodewaard wordt weer een gewone gemeente

DODEWAARD, 4 OKT. De burgemeester was amper terug van de boterham thuis toen de telefoon rinkelde in zijn werkkamer. Het ministerie van Economische Zaken aan de lijn. 'Kerncentrale Dodewaard gaat volgend jaar dicht', luidde de boodschap. Afgelopen voorjaar had de burgemeester nog de eerste paal geslagen voor nieuwbouw.

Burgemeester A. Harinck van de gemeente Dodewaard kreeg het telefoontje van EZ gistermiddag om half twee en nog geen minuut erna hing Harinck al aan de lijn met de leiding van de centrale. Het werd een gesprek tussen diep-teleurgestelden. “De sfeer in de centrale is zeer down, kun je wel zeggen. En dat is toch ook geen wonder?” De burgemeester was er van uitgegaan dat 'Dodewaard', zoals de centrale in de volksmond wordt genoemd, in ieder geval tot het jaar 2004 open kon blijven, gewoon volgens planning. En als voorzitter van het beleidsteam van de centrale hoopte Harinck er van harte op dat de kerncentrale nog vele jaren langer kon blijven functioneren.

Ook voor Harinck kwam het nieuws van de sluiting als een volstrekte verrassing. “Je verwacht het gewoon niet. Er is in de centrale de afgelopen jaren wild gewerkt om de vergunning rond te krijgen, die eerder vanwege een procedurefout was afgewezen. Ze werkten lange tijd met een gedoogvergunning, en hadden eindelijk de echte vergunning. Dan reken je toch niet op sluiting. Helemaal niet als je ziet met welke omzichtigheid er in de centrale gewerkt wordt.”

De kerncentrale is met zijn 150 medewerkers de grootste werkgever van Dodewaard, waar iets meer dan 4.000 mensen wonen. Ongeveer veertig personeelsleden wonen ook in de gemeente. Maar de werkgelegenheid wordt gelukkig goed geregeld, aldus Harinck. “Ik heb begrepen dat er geen gedwongen ontslagen vallen.”

Financieel gezien komt de sluiting Dodewaard slecht uit. Alleen al aan onroerende-zaakbelasting leverde de centrale jaarlijks meer dan twee ton op. Die inkomsten vallen vanaf volgend jaar weg. “We wisten dat de centrale in 2004 dicht zou gaan. Dus hebben we een paar jaar geleden besloten de onroerende-zaakbelasting meer te verhogen dan dat de kosten stegen, iets van drie procent terwijl één procent reeël was. Zo zou de klap niet zo hard aankomen, leek ons. Maar nu weer wel, inderdaad.”