Dodewaard volgend jaar stopgezet; Sluiting centrale wordt proefproject

DEN HAAG, 4 OKT. De kerncentrale Dodewaard wordt in maart volgend jaar stopgezet en zal dan geen elektriciteit meer produceren. Daartoe hebben de Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP) gisteren besloten.

De SEP sluit de centrale omdat er geen enkel uitzicht meer bestaat op de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland. Dodewaard is namelijk een proefreactor die voor onderzoek naar kernfysische processen werd geëxploiteerd en in het bijzonder een rol speelde bij studies voor de ontwikkeling van een generatie nieuwe, veiliger kerncentrales in de Verenigde Staten. Voor de stroomproduktie is de proefreactor, die een vermogen heeft van slechts 58 megawatt, nauwelijks van belang.

De SEP heeft nu besloten van Dodewaard een “nieuw, voor Europa uniek project” te maken, namelijk een planmatige, effectieve en veilige buitengebruikstelling, die ook van belang is voor de toekomstige sluiting van Borssele”, aldus directievoorzitter ir. N.G. Ketting van de SEP gistermiddag. Het overgrote deel van de huidige 153 medewerkers van de centrale kan daarbij aan nieuwe banen worden geholpen. Volgens Ketting zijn er niet of nauwelijks nadelige sociale gevolgen te verwachten omdat het project zeker zeven jaar zal duren.

Nu de onderzoeksfunctie van Dodewaard voor Nederland op afzienbare termijn geen nut meer heeft zijn de kosten voor exploitatie van de centrale - zo'n 40 miljoen gulden per jaar - niet meer verantwoord, aldus Ketting. Ook de voorgenomen modernisering van de centrale gaat nu niet door. De afgelopen jaren is al 90 miljoen gulden aan de voorbereiding van deze modificatie besteed. Voor de feitelijke bouwwerkzamheden en de technische aanpassingen stond nog eens 25 miljoen op de begroting.

De kosten van sluiting en ontmanteling belopen in totaal 165 miljoen gulden, een bedrag waarvoor de SEP al voorzieningen heeft getroffen. Volgens ir. Ketting zullen de elektriciteitsverbruikers geen enkel nadeel van de operatie ondervinden. De stroomtarieven worden na dit besluit niet verhoogd.

Na het uitschakelen van de reactor in maart, het moment dat er nieuwe splijtstof ingestopt zou moeten worden, volgt een periode van drie jaar van voorbereiding voor het aanvragen en verkrijgen van vergunningen. Daarna is met de feitelijke, technische aanpassing om de installaties “in de mottenballen” te zetten en de sloop van (alleen) omliggende gebouwen nog vier jaar gemoeid. De reactor zelf en de omheining zullen veertig jaar blijven staan en constant worden bewaakt. In die periode (de 'halfwaardetijd') neemt de straling zodanig af dat er daarna veiliger kan worden gesloopt. Vervolgens worden de restanten veilig opgeslagen in bunkers van de COVRA, de organisatie die kernafval honderden jaren bewaart zonder dat er straling in het milieu kan vrijkomen.

Dodewaard is de eerste in Nederland gebouwde kerncentrale. In 1969 werd de centrale feestelijk door koningin Juliana geopend.

Pagina 2: Kerncentrale te duur om open te blijven

Directievoorzitter van de Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP), ir. N.G. Ketting, constateert dat het kabinet in nota's een duidelijke visie op het energiebeleid heeft ontwikkeld. Daarin is echter geen ruimte meer voor meer kernenergie. Hij betreurt dit omdat kerncentrales met hun grote aantal produktie-uren, hoge bedrijfszekerheid en lage variabele kosten uit economisch oogpunt aantrekkelijk zijn. Doorslaggevend voor het SEP-besluit is de beslissing van minister Wijers (economische zaken) geweest om geen geld meer beschikbaar te stellen voor voortzetting van het zogenoemde PINK-programma ( Project Instandhouding Nucleaire Kennis) dat door zijn voorganger Andriessen was opgezet.

De SEP-directie heeft met pijn in het hart tot sluiting van de kerncentrale besloten, omdat hierdoor het laatste restje actief onderzoek in Dodewaard, dat een grote rol speelde bij het instandhouden van de kennis op kernenergiegebied, ook wordt stopgezet. “We betreuren dat dit uiteindelijk nodig is”, aldus ir. Ketting.

Het besluit om zeven jaar eerder te stoppen met Dodewaard heeft volgens ir. Ketting behalve met het kritische, politieke en maatschappijke klimaat ten opzichte van kernenergie ook te maken met de toenemende marktwerking in de elektriciteitssector.

De produktiebedrijven zijn gewikkeld in een omschakeling van een pure nutssector die sterk door de overheid werd gestuurd, naar een marktgeoriënteerde omgeving waarin ze zowel nationaal als internationaal tegen de concurrentie moeten opboksen. Dat betekent, aldus Ketting, dat elk project zichzelf binnen enkele jaren moet terugverdienen. Daarin past geen duur en langlopend project als Dodewaard meer, behalve wanneer er uitzicht komt op nieuwe kerncentrales.

“We betreuren dat dit uiteindelijk nodig is”, aldus ir. Ketting. “Maar er is geen enkele uitzicht op uitbreiding van ons kernenergievermogen op afzienbare termijn. We kunnen geen onrendabele activiteiten blijven voortzetten.”