Dans

In zijn column 'Op en af' (CS 20-9) concludeert Pieter Kottman terecht dat staatssecretaris Nuis en de Raad voor Cultuur geen plannen horen te honoreren die niet bestaan. Zijn passages over het Groningse dansgezelschap Reflex vragen echter om enkele kanttekeningen. Kottman schrijft: 'Terecht gaat hij (Nuis) er van uit dat Groningen niet zonder dansgezelschap kan komen te zitten.'

Dat is maar betrekkelijk. Groningen kan natuurlijk niet zonder dans, maar Utrecht is na het verdwijnen van het Utrechts Symphonie Orkest toch ook niet zonder muziek komen te zitten. Integendeel, zou ik zeggen. En hoe kan er met een budget van een miljoen ooit een volwaardig dansgezelschap met een brede taakstelling, zoals het Noorden kennelijk wil, van de grond komen?

Nuis reserveert dus een miljoen voor een nieuw gezelschap in het Noorden.

Maar wie zou dat moeten gaan leiden? Je mag aannemen dat al het danspotentieel wel een sollicitatie heeft gedaan voor het nieuwe Kunstenplan, maar blijkens het advies van de Raad voor Cultuur voldoen de meesten niet aan de voorwaarden voor een meerjarige subsidie.

Blijft de mogelijkheid dat één van de positief beoordeelde nieuwe dansinitiatieven wordt gevraagd zich in het Noorden te vestigen, bijvoorbeeld Roebana/Leine of The Meek. Maar die hebben respectievelijk ƒ 300.000,- en ƒ 200.000.- toegewezen gekregen, in beide gevallen minder dan gevraagd. Zouden zij dan nu plotseling in het Noorden over 1 miljoen mogen beschikken?

Het besluit is dus vooralsnog niet wijs, noch te billijken gezien de eerdere conclusie dat plannen die niet bestaan niet gehonoreerd kunnen worden, want strijdig met de Kunstenplan-systematiek.