Chinese dissident Tong Yi komt vrij

PEKING, 4 OKT. De Chinese autoriteiten hebben gisteren de dissident Tong Yi na tweeënhalf jaar vrijgelaten, nadat zij in 1994 zonder vorm van proces werd veroordeeld tot 'heropvoeding via arbeid'. Tong was tussen september 1993 en 4 april 1994, de dag waarop zij werd gearresteerd, de assistent van Wei Jingsheng, China's bekendste voorvechter van democratische vrijheden.

Wei zelf, die in 1993 voorwaardelijk werd vrijgelaten, zes maanden voordat zijn gevangenisstraf van veertien jaar zou aflopen, zit momenteel opnieuw een straf van veertien jaar uit. Daartoe werd hij in december veroordeeld.

De nu 28-jarige Tong, die zich in 1989 aansloot bij de pro-democratische studentenbeweging in Peking, werd in april 1993 opgepakt nadat zij buitenlandse journalisten had geïnformeerd over het lot van Wei, die enkele dagen daarvoor zonder opgave van reden in hechtenis werd genomen. De Chinese autoriteiten beschuldigden Tong van het vervalsen van een officieel stempel, maar lieten de aanklacht enkele maanden later varen. Toen nieuwe aanklachten uitbleven, werd Tong veroordeeld tot 'administratieve detentie', een straf die binnen het Chinese rechtssysteem zonder proces opgelegd kan worden, en werd zij naar een werkkamp in Hewan gestuurd, in de nabijheid van de centraal Chinese stad Wuhan.

Ondanks het feit dat Tong slechts enkele maanden voor Wei heeft gewerkt, nam zij daarmee een groot risico omdat Wei door de Chinese autoriteiten wordt beschouwd als 's lands hardnekkigste dissident. In de maanden voor zijn eerste arrestatie in 1979 - op grond van vermeende staatsondermijnende activiteiten - pleitte Wei openlijk voor de invoering van een democratie naar Westers model, ter aanvulling van Deng Xiaoping's 'vier moderniseringen'-beleid.

Ook in de zes maanden dat hij op vrije voeten is geweest, heeft Wei herhaadelijk gezegd geen spijt te hebben van zijn politieke acties uit het verleden. Bovendien sprak hij zich tijdens gesprekken met journalisten opnieuw uit tegen de alleenheerschappij van de communistische partij.

Doorgaans is de aanpak van de uiterst kleine groep dissidenten in China een graadmeter voor het vertrouwen dat de Chinese autoriteiten hebben in de binnenlandse politieke stabiliteit. In de afgelopen twee jaar is het aantal dissidenten dat niet gevangen is genomen of naar het buitenland is verbannen, tot een minimum geslonken. Slechts enkelingen durven van zich te laten horen.

Zo riepen deze week twee bekende dissidenten, Wang Xizhe en Liu Xiaobo, op tot de vervolging van president Jiang Zemin wegens zijn “onconstitutioneel handelen.” Volgens de dissidenten stelt Jiang de communistische partij keer op keer boven de wet. In hun petitie hebben de dissidenten gepleit voor juridische maatregelen die de macht van de partij aan banden moet leggen.