Aantal huishoudens met weinig geld stijgtDoor een onzer redacteuren

DEN HAAG, 4 OKT. Het aantal huishoudens met een laag inkomen stijgt. Ze komen vooral in de grote steden voor en een groot deel van de huishoudens is langdurig op een laag inkomen aangewezen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het CBS onderzocht de inkomensverdeling in Nederland in de periode 1990-1994. Daaruit blijkt dat in 1994 één op de zes huishoudens rond moest komen van een maandinkomen dat hooguit 250 gulden boven het sociaal minimum lag. In het laatste jaar van de onderzochte periode steeg het aantal arme huishoudens aanzienlijk sterker dan in de drie voorafgaande jaren (gemiddeld 19 duizend per jaar). Het CBS noteerde in 1994 84.000 meer huishoudens met een laag inkomen dan het voorgaande jaar, die toename was groter dan in de periode 1990-1993 als geheel. Een belangrijke oorzaak van deze stijging was de daling van de koopkracht van het sociaal minimum.

In 1994 moest één miljoen huishoudens, in totaal bijna twee miljoen mensen, rondkomen van een laag inkomen. Het totaal aantal huishoudens bedraagt zes miljoen. Bijna de helft van de arme huishoudens moet vier jaar of langer rondkomen van een inkomen op of rond het bijstandsniveau.

Bijna een kwart van deze huishoudens woont in een van de vier grote steden. Zo moet in Amsterdam en Rotterdam één op de acht huishoudens al langere tijd van een laag inkomen rondkomen. Ook in Den Haag en Utrecht ligt het aandeel van deze huishoudens boven het landelijk gemiddelde.

Het grootste deel van de huishoudens met een duurzaam laag inkomen wordt gevormd door bejaarden: bijna eenderde van de 750.000 mensen die gedurende langere tijd op bijstandsniveau zitten is bejaard.