Voorbij het wilde plakken; Hoe Bizon en Plakker de stad verdeelden

Geen stukje stadsmeubilair of er zit wel een affiche op geplakt. Een bron van ergernis voor de een, van amusement voor de ander. Achter de affiches schuilt een wereld van legale en illegale plak-activiteit. De geschiedenis van het 'wilde plakken' is inmiddels geboekstaafd.

Serge Markx: 'Verboden aan te plakken'. Uitg. De Kan, Amsterdam, ƒ 29,50.

Toen hij een jaar of zeventien was en als scholier best wat wilde bijverdienen, werkte Marc Krone als wildplakker. Bij nacht en ontij trok hij met een stapeltje affiches en een emmer lijm de stad in om te plakken op muren en lantaarnpalen, schuttingen en schakelkasten. Op een keer werd hij in de Kalverstraat, samen met zijn broer, klemgereden door de politie en naar het toenmalige bureau Leidseplein gebracht. Daar werden ze goedmoedig toegesproken door een dikke wachtmeester. “Jongens kom nou eens even hier zitten,” sprak de man. “Jullie doen het helemaal fout! Jullie moeten een gele overall aanschaffen en een grote emmer en het dan lekker overdag doen, dan lijk je officieel en val je niet op. Dan hoef ik jullie niet meer te arresteren. Dat bespaart me een boel tijd en die plakzooi in mijn kantoor, daar heb ik ook helemaal geen zin in.”

Zo richtten de gebroeders Krone in 1972 een eigen bedrijfje op dat ze de Bizonkids noemden. Aanvankelijk waren ze illegaal, want hun activiteiten bleven in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam, die in artikel 8.3 verbiedt “een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen”. Voor alle zekerheid is het volgens die APV zelfs verboden “zich tussen zonsondergang en zonsopgang op de openbare weg te bevinden met enig aanplakbiljet, plakmiddel, plakgereedschap, kleur- of verfstof.”

Marc Krone is intussen werkzaam in het theaterbedrijf en het bedrijf heet nu Bizon. Stap voor stap is het plakken legaal geworden - eerst door het verwerven van officiële plakrechten op de door plakmarktleider Publex afgestoten schakelkasten van het Gemeente Energie Bedrijf, en daarna door de rechten op glas- en papierbakken en peperbussen in de wacht te slepen. Als er opdrachten voor wildplakken binnenkwamen, werden die doorgeschoven naar de firma Plakker & Co, de nieuwe generatie wildplakkers op blinde muren, dichtgetimmerde ramen en andere ietwat smoezelig ogende lokaties. Iedereen wist dat de jongens van Bizon op die manier toch nog met één been in hun illegale verleden stonden, maar niemand kon hen op heterdaad betrappen.

Tot het oorlog werd, want de boetes voor wildplakken stegen van ƒ 35,- naar ƒ 300,-, de reinigingspolitie ging zich in burger hullen om niet meer vanaf een afstand herkenbaar te zijn en zodoende wilde Plakker &o Co ók legaal. Een paar jaar lang zag Bizon zijn affiches voortdurend onder aanplakbiljetten van Plakker & Co verdwijnen. Eén keer nam Bizon wraak door een paar jongens van een sportschool op een vennoot van Plakker & Co af te sturen. Eén keer nam Plakker & Co wraak door een strookje 'afgelast' te plakken op Bizon-affiches voor een circus dat in de stad was. Terwijl de niets vermoedende burger slechts geamuseerd of geërgerd langs de bonte afwisseling van rimpelende of afbladderende aanplakbiljetjes voor theater, disco of popconcert kuierde, stonden de plakkers elkaar bijkans naar het leven.

Maar inmiddels is de strijd bezegeld, schrijft Serge Markx, zelf ex-wildplakker, in zijn onderhoudende boekje Verboden aan te plakken dat volgende week ten doop wordt gehouden op een forumdiscussie over buitenreclame in Paradiso in Amsterdam, zelf al jarenlang klant van de wildplakkerij. Enerzijds heeft de gemeente besloten in het centrum van de stad des te harder op te treden tegen de vervuiling door graffiti en wildplak, en anderzijds wordt Plakker & Co begin 1997 officieel pachter van de helft van de peperbussen, schakelkasten en glas- en papierbakken (de andere helft blijft bij Bizon). Op dat moment is het georganiseerde wildplakken in Amsterdam na 25 jaar voorbij, concludeert Markx. “De stad zal schoon zijn. De reinigingspolitie kan het weer rustig aan doen. De wethouder promoveert naar Den Haag. Tenzij er nieuwe plakkers opstaan.”

En dat laatste is geen vrome wens of ongefundeerde vrees. Toen zijn boekje al ter perse was, vroeg de uitgever nog wat meningen van prominente stadgenoten - om te publiceren op de achterkant van een fleurig affiche met 73 op klein formaat afgedrukte aanplakbiljetten die dit voorjaar werden gefotografeerd op wildplakplaatsen. Eén van de reacties kwam van mr. A.M. Franssen, als officier van justitie gespecialiseerd in milieuzaken. Hij liet weten dat het APV-artikel tegen wildplakken op dit moment volgens het Openbaar Ministerie buiten werking is, sinds een rechterlijke uitspraak over de vrijheid van meningsuiting. Met andere woorden: wie nu wildplakt, kan niet worden vervolgd. Dat schept inderdaad volop ruimte voor nieuwe plakkers.

Forumdiscussie 'De strijd om de aandacht op straat, buitenreclame en de rol van de gemeente.' 9 okt., Paradiso, Amsterdam, 17.00-19.00u.