Vogels oorzaak vliegramp met Hercules C130

EINDHOVEN, 3 OKT. Een aanvaring met een grote zwerm spreeuwen en kieviten en een mislukte doorstart vormen de directe aanleiding tot het ongeluk met de Hercules C130 van de Belgische luchtmacht op 15 juli op Eindhoven Airport.

Dit staat in het rapport van de Belgisch-Nederlandse onderzoekscommissie die de afgelopen tweeëneenhalve maand de toedracht heeft onderzocht. In een rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld dat de hulpverlening ten minste 25 minuten eerder op volle kracht had kunnen beginnen wanneer de aanwezigheid van passagiers was gemeld.

“Het aantal dodelijke slachtoffers zou vermoedelijk kleiner zijn geweest”, aldus het rapport. Dit staat haaks op wat burgemeester Welschen van Eindhoven direct na de ramp verklaarde.

Doordat de vogels in de motoren terechtkwamen, verloor het vliegtuig aanzienlijk vermogen, wat aanvankelijk nog goed met de rechter buitenmotor kon worden opgevangen. Direct daarna begon het toestel over links te hellen en snelheid en vooral hoogte te verliezen. Anderhalve minuut later raakte de linkervleugel de grond en brak af. De onderzoekscommissie concludeert dat vervolgens een aantal andere tegenslagen tot de ramp heeft geleid. Een brandstoftank raakte beschadigd waardoor op de grond brand uitbrak en een propeller brak af.

Het militaire toestel verongelukte op 15 juli om drie minuten over zes. Van de 41 inzittenden, inclusief de Belgische bemanning, kwamen 32 bij het neerstorten om het leven. Negen personen werden levensgevaarlijk gewond overgebracht naar ziekenhuizen. In de afgelopen weken zijn twee van hen overleden, de toestand van de anderen is nog steeds kritiek.

Het militaire vliegtuig met vluchtnummer CH 06 was vertrokken van Melsbroek bij Brussel voor een vlucht via Nederland naar Villafranca en Rimini in Italië. Op de terugweg stapte het bijna voltallige fanfarekorps van de Nederlandse Landmacht aan boord.

De Belgisch-Nederlandse onderzoekscommissie onder leiding van de chef-staf van de Belgische luchtmacht, ir. G. Vanhecke, heeft zich vooral gericht op de technische oorzaak van de ramp. Een andere commissie, ingesteld op initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken, heeft nagegaan hoe de hulpverlening direct na het ongeluk is verlopen.

Pagina 3: Verklaringen spreken elkaar tegen

De brandweer verkeerde in de veronderstelling dat er geen passagiers aan boord waren. Pas na veertig minuten werd overgeschakeld op een hoger niveau in het rampenplan, waardoor meer mensen en materieel, onder meer een traumateam, werden ingezet. De verkeersleider was daarentegen door een toeval op de hoogte van de aanwezigheid van het fanfarekorps. Verklaringen van de verkeersleider en de betrokkene in de telefooncentrale spreken elkaar op dit punt tegen. Dit blijkt uit het vandaag gepresenteerde onderzoek naar de ramp.

Het openbaar ministerie in Den Bosch is ook zelf nog bezig met een onderzoek. Dit is voornamelijk gericht op de vraag “of er tijdens of na de crash sprake is geweest van enig strafrechterlijk handelen of nalaten”. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee.

Uit het rapport van binnenlandse zaken blijkt dat de brand om tien minuten over zes onder controle was. De onderzoekscommissie vraagt zich af waarom niet toen al met de reddingsopratie via de linker achterdeur of het gat in de romp is begonnen. “Een belangrijke factor is dat de hulpverleners uitsluitend rekening hielden met de aanwezigheid van de uit vier personen bestaande bemanning. In hun perceptie moest de bemanning zich in de cockpit bevinden. Gelet op de hevige brand ter hoogte van de cockpit werd aangenomen dat hun overlevingskansen nihil waren” aldus het rapport.

Later bleek dat de bemanning zich bij de passagiers in het ruim bevond. “Nadat omstreeks 18.38 de eerste passagiers waren ontdekt, veranderde de situatie totaal”, aldus de onderzoekers. Pas daarna werd aan de hulpverleners doorgegeven dat er meer dan veertig mensen in het toestel zaten.

Het rapport gaat uitgebreid in op de vraag hoe ondanks de aanwezigheid van een vogelwachter toch vogels zoveel overlast kunnen hebben veroorzaakt. Kort voordat de Hercules de landing inzette was vanaf de verkeerstoren nog geschoten om de vogels te verjagen. Daarna werden ze niet meer gezien, maar de honderden vogels hielden zich volgens de onderzoekers toen nog op in het pas gemaaide gras naast de landingsbaan.