New Jersey omarmt 'het Nederlandse milieumodel'

De Amerikaanse staat New Jersey heeft enthousiast 'het Hollandse model' omarmd. Overheden, bedrijfsleven en bewoners kijken naar Nederland waar het gaat om aanpak van de milieuvervuiling.

Sinds 1993 is Christie Todd Whitman gouverneur van de staat en zij stuurde een delegatie naar Nederland om de kunst af te kijken. De samenwerking tussen overkoepelende werkgeversorganisaties en overheid om de vervuiling van aarde, water en lucht terug te dringen maakte veel indruk. Met de voortschrijdende vervuiling in New Jersey hoopte Whitman dat New Jersey dat kon navolgen.

Op een conferentie dezer dagen over de transatlantische zakenrelatie tussen Nederland en New Jersey kwam 'the Dutch model' natuurlijk ook aan de orde. De conferentie, georganiseerd door de Erasmus Universiteit en Rutgers University, keek naar mogelijkheden voor meer uitwisseling en samenwerking. Tevens wilde men nagaan hoe de Amerikaanse staat en het Europese land, die in veel opzichten vergelijkbaar zijn, van elkaar konden leren.

Met gepaste trots legden Hans van den Akker van de VNO/NCW en Paul Hofhuis, medewerker bij de ambassade in Washington, tijdens een panelzitting uit hoe in Nederland de in totaal tachtig convenanten over terugdringing van de vervuiling sinds het eerste nationale milieubeleidsplan van 1989 tot stand zijn gekomen. Vooral Van den Akker legde er de nadruk op hoe de industrie juist door mee te werken zijn eigen zeggenschap vergrootte en de efficiëntie van de uitvoering verbeterde. “We hebben ons opgesteld als een adviserende, meewerkende partner”, aldus Van den Akker. “Daardoor konden we invloed uitoefenen op de aard en het tempo van het te formuleren beleid.”

De aanwezige Amerikanen schoven wat onrustig op de stoelen heen en weer. Een dergelijke bereidheid tot het vinden van consensus is hier praktisch onbekend. Amerikanen graven zich eerst in, beginnen elkaar vervolgens te beschieten en kijken dan of er misschien te praten valt. Toen in New Jersey de 'Green & Gold Task Force' voor het milieu werd gevormd, zaten er partijen om de tafel die elkaar in de eerste plaats wantrouwden.

Dorothy Bowers, werkzaam bij het farmaceutische bedrijf Merck, was een van de vertegenwoordigers van de industrie en zij moest zien samen te werken met de overheid en met een natuurbeschermingsorganisatie. “Wij waren natuurlijke vijanden maar we moesten proberen samen te werken”, aldus Bowers.

De vijftien man in 'Green & Gold' wilden bekijken hoe ze konden profiteren van de Nederlandse opzet, hoe groepen in New Jersey zouden kunnen samenwerken en welke principes ze moesten formuleren. De aanwezigen besloten zich daarom eerst maar op te delen in subcommissies.

Bowers: “Er kwamen aanbevelingen en we zijn met een samenwerkingsproces begonnen maar standpunten raken hier onmiddellijk gepolariseerd. We hebben onszelf de vraag gesteld: “Is er niet een manier waarop we kunnen vermijden dat wat er op tafel ligt meteen het mikpunt is van actie- en belangengroepen?”

Het blijkt in de praktijk dat alvorens 'the Dutch model' kan worden geïmplementeerd Amerikanen zich eerst moeten openstellen voor het bereiken van consensus. Paul Hofhuis is medewerker milieuzaken aan de ambassade in Washington en legt beroepshalve talloze malen uit hoe het Hollandse model in Nederland werkt. “We krijgen veel verzoeken van staten om informatie”, aldus Hofhuis. “Niet alleen New Jersey maar bijvoorbeeld ook Minnesota, Oregon en Pennsylvania hebben belangstelling.” Volgens Hofhuis is er een cultuurverschil tussen de VS en Nederland dat het klakkeloos overhevelen van het Nederlandse milieubeleidsmodel onmogelijk maakt. Dat hangt onder meer samen met de individualisering in de VS die consensus building en compromissen in de weg staan. Van den Akker wijst er bovendien op dat er in Nederland vakorganisaties bestaan die een hele industriesector kunnen vertegenwoordigen. In de VS hoef je daar niet om te komen. Iets dergelijks is, zeker op nationaal niveau, onbekend.

Volgens Chris de Jong van de in New Jersey gevestigde handelsonderneming Nedamco ontbreekt het Amerikanen aan standaardisatie van hergebruikregels maar ook aan een goede coördinatie. Hij merkt op dat recycling per county geregeld is - New Jersey heeft 21 counties - en dat de regels tussen die counties vaak verschillen. Bovendien neemt men het niet zo nauw met recycling. “Gescheiden verzameld afval verdwijnt aan het eind van de dag nog wel eens in een en hetzelfde vuilnisvat of op een vuilnisbelt”, aldus De Jong.

Terug bij het panel vat Bowers de vorderingen in New Jersey samen. “We zijn hier in New Jersey nu precies een jaar bezig en het gaat met gletsjersnelheid”, aldus Bowers. “We hebben uitgevonden dat we het vaker eens zijn dan oneens en dat is al heel wat.”

Volgens Bowers is het proces gecompliceerd omdat de overheden op lokaal, statelijk en federaal niveau slecht samenwerken. Als de industrie bereid is verantwoordelijkheid te nemen en voor het algemeen belang wil werken moet er vooruitgang te boeken zijn. Bowers: “We kunnen dan op een goedkopere manier sneller tot resultaat komen dan vroeger, toen iedereen voortdurend tegen elkaar werd opgezet.”