Moritz Küng toont onrustwekkend ijle kunst

'Snowball' in Deweer Art Gallery, Tiegemstraat 6A, Otegem, België. T/m 20 oktober. Open van wo t/m zo, 14-18u. Catalogus (250 bfr.) is voorzien.

'Snowball'. Het woordje kan prettig, maar ook koud en hard klinken, al naargelang het kunstwerk. 'Snowball' is namelijk de associatieve titel van een tentoonstelling met acht kunstenaars, bij elkaar gebracht door Moritz Küng, in de ruimten van een galerie die voluit Deweer Art Gallery heet. Die galerie is gevestigd in het Westvlaamse Otegem, in een pand dat werd gebouwd om de kantoren te herbergen van de tapijtweverij van Mark Deweer, de galerist. Over kunst verraadt de kraaknette gevel dan ook niets.

Deweer Art Gallery bestaat al lang, honderd tentoonstellingen lang om precies te zijn. Om dat te vieren, wilden Mark Deweer en zijn assistent Jo Coucke een 'jonge kracht' carte blanche te geven. Zo kwamen ze bij Moritz Küng terecht, de Zwitser die al heel wat aardige tentoonstellingen heeft gemaakt in zijn Brusselse appartement.

Zijn 'Snowball' begint luchtig en kleurig, met een stapeltje cirkelvormige kleurschijven van Joëlle Tuerlinckx. Bovenop de stapel ligt een plastic lensschijf, en als je die voor zo'n kleurschijf houdt, heb je de indruk dat je de 'kleur zelf' in handen hebt. Met diezelfde kleurtjes heeft Tuerlinckx een videospektakel in elkaar geknutseld. Op een kleine monitor volgen gele, groene en anderskleurige kleurvelden elkaar in flikkertempo op. De visuele trilling kluistert je aandacht tot ze wordt onderbroken en de camera een glimp van een ruimte achter dat spektakel toont. Wat blijkt? Tuerlinckx zit gewoon in haar werkruimte te spelen met de kleurschijven, die aan de ingang lagen. Ze houdt ze voor de camera, ritselt er doorheen, terwijl ze dat ook nog filmt. Zo simpel is dat. Afwisselende kleurtjes: Tuerlinckx herleidt het spektakel 'kunst' tot een primaire, visuele pulsie. Ze maakt kunst die met de ogen knippert.

In de reserveruimte van de galerie toont ze nog een gelijksoortige film. Dit keer zette ze kleurvelden op computer. Die filmde ze opnieuw, en ondertussen zwiepte ze af en toe met haar hand voor de camera. Bedoeling is dat wij dat spelletje herhalen, door voor de projector te lopen. Daar zijn vooral kinderen dol op. Maar wij misschien ook wel, heimelijk.

'Snowball' toont kunst die de basisvoorwaarden van kunstspektakels laat zien. Richard Venlet heeft, parallel aan een van de vaste muren, een vals muurtje geplaatst. Verder schilderde hij op de vloer hier en daar een witte streep, alsof hij overwoog om daar nog een wandje bij te plaatsen. Verder dan een herhaling van de witte strakheid van het tentoonstellingskader, gaat zijn werk echter niet. Dan maakt Marijke Van Warmerdam het spannender, al toont ze ouder werk. In haar filmprojectie 'Sprong' (1994) maakt een man, oog in oog met de camera, achterwaartse salto's. Waarom doet hij dat? Op die vraag kan je gemakkelijk een diep menselijk antwoord verzinnen, iets in de trant van 'existentiële uitzichtloosheid'. Maar nog iets anders valt op. Terwijl hij salto's maakt, beschrijft de man lussen, net als de film waarop zijn beeld wordt vastgelegd. Het lijkt wel alsof filmprojector en filmbeeld in eenzelfde lus gevangen zitten.

Het werk van Tuerlinckx en Van Warmerdam is scherp, fris en licht als een welgemikte sneeuwbal. Iets zompiger wordt het parcours, wanneer we bij de twee betreedbare kunstwerken van 'Snowball' aanbelanden. Frédéric Hage bracht een enorme plexi-bol mee, die op een open constructie rust en onderaan een gat heeft, waardoor je er met hoofd en bovenlijf in kan. Op de binnenwand van die reuzebal heeft Hage zijn (Brusselse) omgeving vastgelegd. Hoe ervaar je de wereld vanuit een kerstbal, dat leert hij ons. Maar vermoedelijk wil hij ook iets kwijt over de plaats van de kunstenaar, over het vacuüm van waaruit die kunstenaar de wereld bekijkt. Als je dit beseft, wordt dit ding een zeepbel.

Dan is er het hok van Christoph Fink. Wie binnenstapt en de deur dicht doet, hoort stadsgeluiden, gekras van een balpen en gescheur van papier. Over Fink weten we dat hij veel reist, en dat hij die reiservaringen via allerlei notatiesystemen in kaart brengt. Dus denk je: het is Fink die de stad doorkruist en met papier en pen in de weer is. Dat is het probleem van dit werk. Het blijft teveel rond een navelstarende kunstenaar cirkelen. Het mist de distantie en de luchtigheid van Tuerlinckx en Van Warmerdam.

Een fris idee was het wel, deze combine met Küng, ook al wisselt zijn 'Snowball' spitse bijdragen af met werk dat gadget-achtige neigingen vertoont. Leuk is verder het contrast tussen gast en gastheer. Als je weet wat voor warme kunst Deweer doorgaans verdedigt, dan moet Küngs 'Snowball' voor deze galerie iets van glazige sneeuw hebben: erg frisjes en onrustwekkend ijl. Zelfs de schilderkunst uit 'Snowball' vormt daar geen uitzondering op, zoals blijkt uit een grappig doek van Albrecht Schnider. Het toont vijf identieke, robotachtige mannenfiguren, geschilderd in wit en melkig blauwgrijs. Heel fijn geschilderd: net uit sneeuwpoeder.