Minister legt zich erbij neer; Kamer wil rol Docters nog meer inperken

DEN HAAG, 3 OKT. De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 vinden dat de leidende rol van de voorzitter van het college van procureurs-generaal verder moet worden ingeperkt. Minister Sorgdrager (Justitie) legt zich hierbij neer.

Dit bleek vanmiddag tijdens een debat tussen de vaste Kamercommissie voor Justitie en minister Sorgdrager over de toekomstige verhoudingen tussen de minister van Justitie en het openbaar ministerie (OM).

Enkele maanden geleden stelde Sorgdrager voor het college van procureurs-generaal bij meerderheid besluiten te laten nemen over het beleid van het openbaar ministerie. Om de leidende rol van de voorzitter van dat college, A. Docters van Leeuwen, te onderstrepen stelde de minister voor dat meerderheidsbesluiten slechts konden worden genomen als Docters' stem bij die meerderheid zat.

De Kamer liet Sorgdrager vandaag weten niets te voelen voor die constructie. Het Kamerlid De Graaf (D66), partijgenoot van Sorgdrager, noemde haar vondst er één “met een hoog absurdistisch gehalte”. Kalsbeek (PvdA) zei dat een dergelijke vorm van 'collegiaal bestuur' in Nederland nog niet eerder was bedacht. Zij vreest dat de voorzitter van het college een soort “onderminister van Justitie” wordt. Ook VVD'er Korthals zei niet te begrijpen wat de reden was voor de uitzonderingspositie van Docters van Leeuwen. De Kamer liet minister Sorgdrager de afgelopen maanden al verschillende keren weten niets te voelen voor extra bevoegdheden voor Docters van Leeuwen binnen het college van procureurs-generaal.

Sorgdrager zei dat zij binnen de dagelijkse leiding van het OM één persoon wil kunnen aanspreken op beleidsbeslissingen. “Ik wil af van groepsverantwoordelijkheden binnen het OM”, aldus de minister. “Ik kan moeilijk iemand aanspreken op zijn verantwoordelijkheid als hij het zelf niet eens is met de beslissing van het college.”

Op voorstel van De Graaf stemde Sorgdrager uiteindelijk in met een tussenvorm. Het college van procureurs-generaal neemt in de toekomst beslissingen bij meerderheid, maar de minister van Justitie krijgt de mogelijkheid deze besluiten te vernietigen.

De meerderheid van de Kamer is het met minister Sorgdrager eens dat zij de volledige verantwoordelijkheid voor al het handelen en nalaten van leden van het OM krijgt. Daarmee eist Sorgdrager tevens alle zeggenschap over het OM op, hoewel zij met klem stelt dat zij zich zeer terughoudend zal opstellen als het gaat om interventies in individuele strafzaken. Slechts “bij hoge uitzondering” en “in het algemeen belang” zal de minister een aanwijzing kunnen geven aan leden van het OM, aldus Sorgdrager. Zij heeft in die uitzonderlijke gevallen de bevoegdheid het OM aanwijzingen te geven over vervolgingen of het seponeren van zaken, en ook over de “hoofdlijnen van het requisitoir” van een officier van justitie. Om de parlementaire controle op dit punt te garanderen zal de minister elke aanwijzing schriftelijk vastleggen.

Onlangs werd de Groningse officier van justitie Drenth door Sorgdrager berispt omdat hij tegen haar aanwijzing de rechter vroeg het OM niet-ontvankelijk te verklaren omdat hij het niet eens is met het euthanasiebeleid. Sorgdrager gaf in die zaak de aanwijzing de arts Kadijk uit Holwierde te vervolgen om jurisprudentie te verkrijgen over het beëindigen van het leven van een ernstig zieke pasgeborene. Bij dergelijke individuele zaken moet de minister “in het algemeen belang” een rol kunnen spelen, vindt Sorgdrager.