Madrid mogelijk aangeklaagd wegens vernieling

MADRID, 3 OKT. Opzettelijke vernieling van een officieel monument en een historisch erfgoed. Die aanklacht hangt het conservatieve stadsbestuur van Madrid onder leiding van burgemeester José María Alvarez de Manzano boven het hoofd.

Reden is het haastig neerhalen van een uitgebreid murencomplex dat de afgelopen zomer werd blootgelegd bij de aanleg van een tunnel en een parkeergarage naast het Koninklijk Paleis in het hartje van Madrid. De officier van justitie onderzoekt beschuldigingen van het vernietigen van archeologische resten van het oude Madrid die teruggaan tot in de negende eeuw.

Dat Spanje ronduit slordig omspringt met zijn cultureel erfgoed was al langer bekend. Maar volgens historici en archeologen speelt zich in de bouwput naast het Palacio Real een drama af van tot dusver ongekende proporties. Een dag hadden de graaf- en sloopmachines nodig om de dikke muren die onder de grond werden aangetroffen af te breken. Daarmee werd in een klap resten vernietigd van zestiende- en zeventiende-eeuwse paleismuren, maar eveneens unieke fundamenten van het oude Moorse fort dat ooit de oorsprong van Madrid vormde.

“Een onherstelbare blunder”, zo noemde deze week de hoogleraar geschiedenis Santos Madrazo het afbreken van de aangetroffen resten. “Dit alles wijst op een totaal gebrek aan beschaving van de autoriteiten en de onmacht van ons, de experts.”

Van het oude Madrid is weinig bewaard gebleven. De stad was oorspronkelijk niet meer dan een dorpje rond het Alcázar, het Moorse fort dat in de negende eeuw werd gebouwd als een vooruitgeschoven verdedigingswerk voor de Moorse hoofdstad Toledo. Pas nadat Filips de Tweede Madrid tot centrum van het Spaanse rijk had verklaard, kreeg de stad enig belang. Het Alcázar werd in 1734 door brand verwoest, het middeleeuwse centrum praktisch volledig neergehaald.

Uitgerekend onder het oudste deel van de stad, de Plaza Oriente die voor het Koninklijk Paleis ligt, bouwt de gemeente sinds twee jaar aan een parkeergarage en een verkeerstunnel. Tegen de plannen werd al jaren gewaarschuwd door geschiedkundigen. Hun vrees lijkt nu bewaarheid: afgezien van de neergehaalde muren, zijn meer dan 20.000 aangetroffen gebruiksvoorwerpen en andere resten haastig uit de grond gehaald zonder dat er goed archeologisch onderzoek naar heeft plaatsgevonden.

Burgemeester Alvarez del Manzano lijkt niet goed raad te weten met de kwestie. Vanaf de vele feestelijke gelegenheden die hij aandoet bezwoer de burgervader dat hem door “deskundigen” verzekerd is dat hij slechts wat waardeloze stenen heeft weg laten ruimen.

Er zijn meer tekenen die wijzen op moedwillige haast bij het verwijderen van de resten. Zo is het opmerkelijk dat de twee stadsarcheologen die een oogje in het zeil moesten houden ruzie kregen. Een van hen trad terug uit protest. Te midden van de aanzwellende polemiek had de gemeente precies een dag nodig om de tientallen meters lange, stevige muren tot de bodem af te breken. Niet onwaarschijnlijk is dat de plotselinge haast is ingegeven door de angst voor de kosten van het beschermen van de resten: negen miljoen gulden, zo is de schatting. Een schijntje in verhouding tot de totale bouwkosten van 60 miljoen gulden en het historisch belang, zo klinkt het protest.

Het woord is nu aan justitie om tot eventuele vervolging van burgemeester Manzano en zijn stadsbestuur over te gaan. De ervaring leert evenwel dat een dergelijk procedure wel enige tijd in beslag zal nemen. Inmiddels heeft zich evenwel een nieuwe dreiging aangekondigd. De archeoloog professor Luis Mora-Figueroa, eveneens adviseur bij de werken, heeft gewaarschuwd dat de ondergrondse trillingen van het verkeer in de tunnel de fundamenten van het Koninklijk Paleis aan kunnen tasten. Instortingsgevaar van de muren wordt niet uitgesloten. De gemeente Madrid heeft zijn waarschuwing inmiddels als ondeskundig naast zich neer gelegd.