'Koppositie Nederland haalbaar'

WASHINGTON, 3 OKT. Nederland moet weer aan de top in Europa komen. Nu de achterstand van de afgelopen vijftien jaar is ingelopen, breekt het stadium aan om een voorsprong te nemen. “Dat kan, denk ik. We zijn er nog niet, maar dat is mijn ambitie. We kunnen oprukken”, zegt minister van financiën Gerrit Zalm (VVD) in een gesprek met NRC Handelsblad.

Over een jaar of tien moet Nederland volgens Zalm “aan de top” van Europa staan wat betreft werkgelegenheid en welvaart per hoofd van de bevolking. Daarvoor moet het beleid van begrotingssanering, lastenverlichting en economische hervormingen onverminderd worden voortgezet.

Nederland dient volgens Zalm op het ogenblik als “voorbeeld” van een land dat er in slaagt om binnen de Europese traditie van sociale zekerheid hervormingen door te voeren. “Ik heb gemerkt dat men gebiologeerd is door de resultaten van werkgelegenheidsgroei en economische groei in Nederland”, aldus Zalm aan het slot van de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank in Washington waar hij met een groot aantal collega-ministers van financiën heeft gesproken. Hij beklemtoont dat Nederland een proces van “zelf gegenereerd economisch herstel” doormaakt. “We doen het duidelijk beter dan de ons omringende landen”.

Verwijzend naar de verbeterde prestaties van Nederland blijft Zalm zo vasthoudend als een terriër. De Miljoenennota die met Prinsjesdag werd gepresenteerd geeft aan dat “de ontwikkelingen gunstig zijn, maar dat de niveau's nog niet deugen”. Hij doelt op de 2,5 miljoen mensen onder de 65 jaar die moeten rondkomen van een uitkering, de omvang van de staatsschuld, het beslag van de collectieve sector op de economie en de hoogte van de collectieve lastendruk. “Je kunt nu vaststellen dat al het zwoegen, de discipline van de vakbeweging, de lastenverlichting en de aanpassingen in de collectieve sector hun vruchten afwerpen”, zegt Zalm. “Dit succes is een aansporing om door te gaan”. Banengroei is naar zijn opvatting “het beste recept voor sociale cohesie”. Het gaat volgens Zalm om de “waardigheid” niet de hand te hoeven ophouden voor een uitkering, maar op eigen benen te kunnen staan. “Meer mensen aan het werk is het enige instrument om een tweedeling te voorkomen.”

Op Prinsjesdag heeft het kabinet een studie naar een radicale herziening van het belastingstelsel aangekondigd met het doel om Nederland op fiscaal gebied concurrerender te maken. Het gaat om verlaging van de inkomstenbelasting, verschuivingen van de directe naar indirecte belastingen en de overstap naar een 'analytisch' belastingstelsel waarbij afzonderlijke inkomensbronnen apart belast worden.

Nederland, erkent Zalm, “loopt niet voorop” bij de verlaging van de toptarieven zoals die in andere Europese landen al heeft plaatsgehad. Deze week heeft de CDU in Duitsland bijvoorbeeld voorgesteld om het hoogste tarief tot 35 procent te laten dalen. Na de koopkrachtmaatregelen voor 1997 sluit Zalm voor 1998 een verdere belastingverlaging uit. Wel moet het volgens hem mogelijk zijn dat in 1998 de sociale premies iets verlaagd worden dankzij de dalende trend in de sociale uitkeringen. Een voorspelde nieuwe stijging van het aantal WAO'ers noemt hij een gevolg van de sterke groei van de beroepsbevolking. Zolang de werkgelegenheid harder groeit dan het beroep op de WAO, is het niet nodig om deze kabinetsperiode nieuwe maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid te treffen, zegt hij. Een beperking van de hypotheekrente-aftrek in ruil voor een verlaging van het toptarief noemt hij “niet voor de hand liggend en dan druk ik me eufemistisch uit”. De fiscale behandeling van het eigen huis zal bij een ingrijpende belastinghervorming “niet anders worden dan nu het geval is”, verzekert Zalm.

Terugkijkend op de algemene beschouwingen over de Rijksbegroting stelt de minister van financiën vast dat het kabinet 90 miljoen gulden van de verlangens van de Kamer heeft gehonoreerd. “En dat is tien miljoen minder dan vorig jaar.” Hij kan zich goed vinden in de wens van de Kamer om de klassen in het basisonderwijs geleidelijk te verkleinen en daarvoor op termijn geld vrij te maken. Verbetering van de kwaliteit van het basisonderwijs is volgens hem belangrijk voor de toekomst van de Nederlandse economie.

De dalende rente-uitgaven bieden in de komende jaren “een ideale bron” voor uitgaven ten behoeve van het basisonderwijs en voor investeringen in de infrastructuur. “Ik geef liever een miljard gulden uit aan het basisonderwijs dan aan de rentebetalingen over de staatsschuld”, zegt Zalm. De gestage daling van het financieringstekort en de lagere rente op de kapitaalmarkten bieden volgend jaar een 'meevaller' in de rentelasten van een miljard gulden. In 1997 zal het rijk geen 31 maar 30 miljard gulden aan rente over de staatsschuld betalen.

In het kader van de Economische en Monetaire Unie is afgesproken dat landen op de middellange termijn moeten voldoen aan een 'stabiliteitspact' met een begroting die zich “dicht bij evenwicht” bevindt. Wat Zalm betreft mag dit voor de volgende kabinetsperiode worden aangescherpt tot “heel dicht bij evenwicht”. Hij wil geen percentage noemen, maar algemeen wordt er van uitgegaan dat dit een gemiddeld financieringstekort van één procent bedraagt.

De financiële voordelen van een laag tekort vormen in Nederland niet langer een onderwerp van politieke meningsverschillen, heeft Zalm vastgesteld. “Hoe lager het tekort, des te meer geld voor andere wensen beschikbaar komt door de daling van de rente-uitgaven”, zegt hij. Zo kan een minister van financiën zichzelf rijk rekenen met de vruchten van bezuinigingen.