IRT

De minister van Justitie zegt in het vraaggesprek (in de krant van 27 september) bij de IRT-affaire niet te willen afgaan op het 'volksgevoelen'. Dit is een gevaarlijk woord en behoeft niet te worden geaccentueerd. Het gaat om iets anders.

Terecht vraagt de voorzitter van de inmiddels ontbonden parlementaire enquêtecommissie wat de follow up is van het door de commissie met zoveel objectiviteit en waardigheid verrichte onderzoek. Met een verklaring als bovenbedoeld lijkt de gestelde vraag niet adequaat te zijn beantwoord, maar veeleer een opstapje te zijn voor een ministerieel 'soedah, laat maar waaien'. En daarmee is niet iedereen gelukkig.