Geweldige geïmproviseerde muziek van trio

Concert: Borstlap, Vloeimans en Reyseger. Gehoord: 2/10 O42 Nijmegen. Herhaling: 3/10 Vredenburg Utrecht, 4/10 Bimhuis Amsterdam. Daarna elders.

Het is niet gezegd dat drie uitstekende instrumentalisten zonder meer uitstekende geïmproviseerde muziek maken als ze samen het podium opgaan. Meestal zijn hun afzonderlijke verrichtingen dan wel boeiend, maar is de lijn zoek, of te vaag. Nemen ze daarentegen een compositie of een harmonische of ritmische herhaling als uitgangspunt, dan kan dit geweldige muziek opleveren. Dat was het geval bij het trio Borstlap, Vloeimans en Reyseger, dat gisteravond met een toernee begon.

Dat Borstlap, Vloeimans en Reyseger uitstekende muzikanten zijn, lijdt geen twijfel. Cellist Ernst Reyseger is ongelooflijk behendig en onvoorspelbaar, terwijl trompettist Eric Vloeimans in zijn korte uitspattingen van soul blijk geeft. Pianist Michiel Borstlap schrijft stukken die goed in elkaar zitten, veelal lekker klinken en toch niet te gemakkelijk zijn.

Borstlaps inventiviteit werd vorige maand bekrachtigd door het Monk Institute te Washington, zeg maar het Nobelcomité voor jazzmuzikanten, dat hem honoreerde met een compositieprijs, ter waarde van tienduizend dollar. Als bonus zal het uitverkoren stuk Memory of enchantment bij de prijsuitreiking op 25 november worden uitgevoerd door Herbie Hancock en Wayne Shorter.

Misschien om het Monk Institute te eren, speelde het trio een aantal classics van Thelonious Monk zoals Blue Monk - althans, wat zij van diens melodieën over wensten te laten. Iets te vaak heeft dit trio de neiging zich te verliezen in tempo- en structuurloze variaties.

Een van de beste stukken die Borstlap met zijn trio uitvoerde, was weer van hemzelf en klonk vlak voor de pauze. Het was meteen ook het meest jazzy, qua tempo en opbouw, met een pijlsnel thema en een ritmisch simpel maar interessant middenstuk.

Als er iets op Borstlaps spel valt aan te merken, dan is het af en toe zijn gebrek aan timing. Meestal gaat hij te snel, of wil hij teveel akkoorden in een maat proppen. Vloeimans mag misschien in een melodie een noot missen, maar hij legt zijn accenten op de goede plek.

Reyseger speelt in alle gevallen een eigenaardige rol. In dit trio gebruikt hij zijn cello zowel als bas, als gitaar en soms percussie-instrument. In een indrukwekkende solo tijdens het concert gebruikte hij zijn cello uitsluitend als cello en dat blijft het mooist, hoezeer het ook voor de hand ligt.