Gevaarlijk isolement Israel dreigt

TEL AVIV, 3 OKT. De top in Washington heeft op het eerste gezicht niet veel meer opgeleverd dan een kunstmatig door president Bill Clinton opgewekte, wankele basis van vertrouwen en vriendschap tussen premier Benjamin Netanyahu en de Palestijnse leider Yasser Arafat.

Of dat voldoende is om zoals in Washington werd overeengekomen tijdens onafgebroken, intensief overleg tussen Israel en de Palestijnen bij de 'grenspost' Erez bij Gaza, het Israelisch-Palestijnse vredesproces voor de ondergang te behoeden, is twijfelachtig. Waarom zou in Erez lukken wat in Washington mislukte?

Er zijn vandaag vage indicaties dat Netanyahu de Amerikaanse president onder vier ogen een streefdatum heeft gegeven voor de Israelische ontruiming van Hebron volgens het autonomie-akkoord van Oslo. Van zijn kant heeft Arafat beloofd in te staan voor het einde van het Palestijnse geweld tegen Israel. Er is echter geen garantie dat de zondag te beginnen besprekingen niet door Palestijns geweld of door acties en provocaties van de zijde van Israelische kolonisten in bezet gebied wordt opgeblazen. Arafat kan zeggen en beloven wat hij wil, maar voor zijn Palestijnse achterban is het glashelder dat hij met lege handen uit Washington naar zijn hoofdkwartier in Gaza terugkeert.

Arafat zweeg gisteren, evenals Netanyahu en koning Hussein, tijdens de persconferentie van president Clinton in het Witte Huis. Dat was een heel verschil met vorige gelegenheden op het Witte Huis, waar Israeliërs en Palestijnen het vredesfeest vierden en plechtig hun handtekening zetten onder documenten die een einde zouden maken aan het al bijna een eeuw durende conflict tussen het zionisme en het Palestijns nationalisme.

President Clinton deed zijn uiterste best om aan zijn teleurstelling over de uitkomst van de top toch een mooie draai te geven. Had hij de ineenstorting van het vredesproces niet voorkomen door de hoofdrolspelers in het Israelisch-(Palestijns)Arabische drama naar Washington te sommeren? En was er soms geen nieuw vertrouwen?

Palestijnen en Israeliërs hebben de woorden van Clinton gehoord en de beelden gezien. De grote Palestijnse teleurstelling over de uitkomst van de top in Washington, die overigens door de afwezige Egyptische president Hosni Mubarak was voorzien, staat vandaag al in schrille tegenstelling tot de vreugde in het Israelische nationalistische kamp, met name onder de kolonisten. “Netanyahu heeft geen concessies gedaan” is de hoofdkop in de krant Ma'ariv vandaag, die de tegenstanders van het autonomie-akkoord zoveel genoegen doet.

De keerzijde van deze medaille is dat het Arafat onder deze omstandigheden uiterst zwaar zal vallen zijn volk tot kalmte te manen, zoals hij in Washington beloofde. Hij zou sterker in zijn schoenen hebben gestaan indien Netanyahu de nieuwe uitgang van de omstreden tunnel langs de westelijke Klaagmuur in Jeruzalem, ook al was het maar tijdelijk, had gesloten. Per slot van rekening was de opening van de nieuwe toegang, in weerwil van de hoge spanning onder de Palestijnen, de strohalm die de rug van de kameel brak en tot een nieuw Israelisch-Palestijns bloedbad leidde.

Speculaties dat Arafat de opening van de tunnel zou accepteren in ruil voor Hebron doen de ronde. De Groot-Mufti van Jeruzalem, Ekrima Sa'id Sabri, waarschuwde gisteren echter in zijn bureau in Jeruzalem dat het openblijven van de tunnel tot een lange Palestijnse opstand zal leiden.

Gezien de oplopende Palestijnse frustraties zou er een wonder moeten gebeuren indien de Israelische en Palestijnse onderhandelaars in een rustig klimaat in Erez in conclaaf kunnen gaan tot er resultaten zijn geboekt. Maar mocht het tegen alle verwachtingen in toch goed gaan, dan zijn er nog de Islamitische Jihad en Hamas, die met geweld tegen en in Israel een nieuwe start in het vredesproces kunnen blokkeren. En misschien bereidt zich aan Israelische zijde weer een dr Baruch Goldstein of Yigal Amir voor om alle politieke berekeningen te doorkruisen en het Israelisch-Palestijnse conflict op te zwepen naar een nieuwe openlijke confrontatie.

Netanyahu heeft door zijn politiek in drie maanden een proces in gang gezet dat enerzijds het Israelisch volk diep verdeelt en anderzijds de Arabische wereld tegen de joodse staat verenigt. Wat wijlen premier Rabin uiteindelijk begreep is dat Israels toekomst alleen veilig kan zijn als het Palestijnse vraagstuk op vreedzame wijze als struikelblok op de weg naar Israels integratie in een 'nieuw Midden-Oosten' wordt weggenomen. Netanyahu heeft de Palestijnse kwestie echter opnieuw in het centrum van het Israelisch-Arabische conflict geplaatst en daardoor de klok ver teruggedraaid. Een gevaarlijk isolement van Israel in het Midden-Oosten en in de internationale politieke arena dreigt, waardoor zelfs een nieuwe Israelisch-Arabische oorlog aan de einder opdoemt.

Met de presidentsverkiezingen in het vooruitzicht is Clinton ondanks zijn voorsprong in de opiniepeilingen gevoelig voor de vooral in New York belangrijke joodse stem. Maar indien hij in november voor een tweede ambtstermijn wordt gekozen krijgt Netanyahu te maken met een Amerikaanse president die in naam van de vrede en veiligheid uit een ander vaatje kan tappen. Arafat weet dat. Daarom is het aannemelijk dat hij om tactische redenen het nog wel een tijdje wil uitzingen om in een latere fase zijn winst op Netanyahu binnen te halen.

Arafat heeft echter minder tijd en armslag dan Netanyahu, die als leider van een ordelijke democratie voorlopig de zaak in eigen land goed in de hand heeft. De vraag of het Israelisch-Palestijnse vredesproces volgens het scenario van Oslo kan doorgaan en of Netanyahu zich echt tot deze door Rabin en Peres gekozen vredesoptie heeft bekeerd, zal dan ook in belangrijke mate tijdens het overleg in de komende dagen worden beantwoord.