Forse sanering in landbouw en veehouderij

ROTTERDAM, 3 OKT. Per dag houden in Nederland gemiddeld meer dan vijf agrarische bedrijven op te bestaan. Ondernemers in de landbouw moeten zich steeds verder specialiseren om te kunnen overleven. Dat blijkt uit de nieuwste gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek op grond van de zogeheten landbouwtelling.

Het aantal bedrijven in de verschillende agrarische sectoren daalt voortdurend verder, terwijl de econmische omvang van de bedrijven die doorgaan steeds groter wordt. Het CBS heeft dit jaar 111.000 agrarische bedrijven geteld. Dat zijn er 2.000 minder dan vorig jaar. Het bureau wijst er op dat Nederland in 1975 nog 163.000 agrarische bedrijven telde.

De zwaarste slag om te overleven wordt geleverd in de pluimveesector. Ten opzichte van 1975 zijn inmiddels vier van de vijf bedrijven opgedoekt. In de veehouderij is het aantal bedrijven met melk- en kalfkoeien en varkens met meer dan de helft teruggelopen, vergeleken met '75. Het aantal varkens per bedrijf is in die periode daarentegen vervijfvoudigd. Op dit ogenblik zijn er gemiddeld 700 varkens per bedrijf.

Ook in de rundveehouderij tekent zich een forse schaalvergroting af. Nu ligt het gemiddeld aantal runderen per bedrijf op 84, dat is een toename van 83 procent ten opzichte van 1975. Het aantal melk- en kalfkoeien per bedrijf is in die periode bijna verdubbeld tot 46 stuks.

Ook in de glastuinbouw en de akkerbouw is er een concentratie van bedrijven. In beide sectoren is het aantal bedrijven met een kwart teruggelopen tot 58.000 akkerbouwbedrijven en 13.000 bedrijven met kassen. In die laatste sector tekende zich vorig jaar de hevigste sanering af met een vermindering van vier procent in één jaar. Van de boeren die tuinbouw in de 'open grond' bedreven is de afgelopen twintig jaar één op de twee gestopt.

Uit de cijfers van het CBS blijkt ook dat de totale oppervlakte aan cultuurgrond het afgelopen jaar is gestegen met 17.000 hectare tot 1.982.000 hectare, maar er bestaat verwarring over de verklaring van die toename. Wellicht heeft die te maken met een verandering van de Pachtwet, waardoor kortlopende contracten kunnen worden afgesloten. Deze gebieden werden wellicht vorig jaar ook al als zodanig gebruikt, maar het zou kunnen zijn dat pachtovereenkomsten zijn omzeild en de gronden dus anders zijn geadministreerd. Daarnaast is voor het eerst land als cultuurgrond meegerekend, waarop 'snelgroeiend hout' wordt verbouwd.