Fondsbeheerder Tony Dye wacht op beurskrach

LONDEN, 3 OKT. De barometer van de Londense beurs, de FTSE 100 index, mag gisteren de 'magische' 4.000-grens gepasseerd zijn, voor Tony Dye is dat nog geen reden om zijn mening bij te stellen. Hij is ervan overtuigd dat Londen en New York aan de vooravond van een beurskrach staan.

Met zijn eeuwige glimlach onder een Lee Towers-bril en boven een zwart maatpak is Dye een onopvallende verschijning. Maar hij wordt tot de honderd machtigste mannen van Groot-Brittannië gerekend. Hij is hoofd investeringen van PDFM (Philips & Drew Fund Management), een dochterfirma van de Union Bank of Switzerland en één van de grootste beleggingsfondsen van het Verenigd Koninkrijk met een vermogen van ruim vijftig miljard pond.

Dye gokt al twee jaar op een ineenstorting van de beurs hoewel hij dat zelf nooit gokken zou noemen. Hij beschouwt zichzelf als koele rekenaar en realist, één van de weinigen die zich niet laten gek maken door een opspattende markt. In de laatste veertig jaar, zegt Dye, zijn de aandelen nog nooit zó overgewaardeerd geweest.

Sinds de invoering van de FTSE-100 index in 1984 heeft de 'Footsie' toppen en dalen gekend maar op de lange termijn en over de hele linie was de opmars onstuitbaar: 2.000 in maart 1987, 3.000 in augustus 1993. En ook dit jaar schoten koersen razendsnel tot ongekende hoogten.

Handelaren in de City, Londens financiële centrum, verklaren die hausse door te wijzen op lage inflatie en rente. Onderliggende economische factoren zijn in decennia niet zo gunstig geweest. Daarbij komt dat de winsten van de aan de Londens beurs genoteerde bedrijven over het algemeen hoger uitvielen dan de analisten verwachtten. Ook de vooruitzichten zijn rooskleurig. De Britse economie trekt weer aan en de Conservatieve regering zal het dit keer niet wagen die stabiele groei met een onverantwoorde belastingverlaging op het spel te zetten. Dergelijk stuntwerk heeft in de aanloop naar de verkiezingen in het recente verleden veel schade aangericht. Ook heeft de City er alle vertrouwen in dat een eventuele Labourregering even behoedzaam met de overheidsfinanciën omspringt dan het huidige kabinet.

Maar Dye zegt dat al die factoren een hoogtij van de aandelenkoersen nog niet rechtvaardigen. Hij spreekt over “een zeepbel” en “een luchtkasteel”. Beleggers blijven alleen in effecten investeren omdat ze niet weten wat ze met hun overvloed aan liquide middelen anders moeten doen, meent Dye.

PDFM onttrekt zich aan die goldrush die volgens Dye zal culmineren in een beurskrach. De onderneming houdt meer dan vijftien procent van haar vermogen - twintig miljard gulden - als baar geld beschikbaar. Nooit eerder heeft een groot beleggingsfonds zo'n groot deel van zijn vermogen niet vastgezet.

Dye's klanten zijn niet allemaal zo blij met zijn stellige standpunt. Concerns als de farmeutica-gigant Glaxo die hun pensioenfondsen bij PDFM in beheer hebben gegeven, maken zich zorgen omdat het beleggingsfonds dit jaar de beurshausse heeft gemist. De prestaties van PDFM blijven achter bij die van de concurrenten. Maar Dye heeft zijn klandizie gevraagd de zenuwen nog even in bedwang te houden. Tot de zeepbel barst.