Fiets maakt stad te vatten

Na driehonderd kilometer op de hobbelige wegen van het voormalige Oost-Duitsland begaf mijn achterband het. Het was op de Karl Marx-Allee, de boulevard waar zeven jaar geleden nog militaire parades voorbij trokken. De band knalde, ik stapte af en naast mij knepen drie Berlijnse fietsers in hun remmen. De eerste wees me waar ik een fietsenmaker kon vinden.

De tweede betuigde zijn medeleven. De derde vond de bandenpleisters die ik pakte veel te klein en bood mij een grote pleister uit zijn eigen voorraad aan.

Fietsen in Berlijn is een groot plezier. Niet dat de stad ervoor gemaakt is of dat er een keurig net van roodgekleurde fietspaden ligt. Nee, je moet het allemaal zelf uitzoeken. Soms moet je je op een brede autobaan tussen dikke rijen auto's wagen, zoals op Alexanderplatz. Gevaarlijk is het niet, want de Berlijnse automobilisten zijn beleefd en voorkomend - zeker in de ogen van de Nederlandse fietser. Soms moet je een heel stuk over trottoirs rijden. Ook dat is heel gewoon en de trottoirs zijn trouwens breed genoeg.

Om twee redenen is fietsen in Berlijn een waar genoegen. Ten eerste past het goed bij de rommelige fase die Berlijn nu doormaakt. Alles is in aanbouw of wordt overhoop gehaald en een fiets - het liefst een van het ATB-type - is het ideale middel om langs de zandhopen te slalommen, de bouwplaatsen te bekijken en de kasseien in het voormalige Oost-Berlijn te nemen. De fiets brengt je overal waar je wilt zijn en stalling is meestal geen probleem.

De schaal van de stad is een andere factor die het fietsen aantrekkelijk maakt. Berlijn is een uitgestrekte stad, maar het is geen Londen of New York - de afstanden zijn net niet te groot voor de fietser. Voor de wandelaar zijn die afstanden al gauw wel een probleem, vooral omdat de stad met uitzondering van een paar wijken geen hoge bebouwingsdichtheid heeft. Per honderd meter biedt de stad dan net te weinig om de aandacht gevangen te houden. De metro is een efficiënte wijze van vervoer, maar je ziet niks en de samenhang van de stad ontgaat je.

Pas op de fiets wordt de stad begrijpelijk. Geen betere introductie tot Berlijn dan een fietstocht van de Kurfürstendamm via Zoologischer Garten naar de Strasse des 17. Juni, vervolgens onder de Brandenburger Tor door en dan een adembenemende kilometer Unter den Linden. Doorrijden naar Alexanderplatz en dan een flink stuk Karl Marx Allee, eventueel nog voortgezet op de Frankfurter Allee. Je hebt dan het hoogkapitalisme van de twintigste eeuw, de Pruisische hegemonie en de opkomst en de ondergang van het communisme aan je voorbij zien trekken - en dat alles in anderhalf uur. Voor de terugweg zijn er verschillende mogelijkheden. Je fiets meenemen in de U-Bahn of de sneltram (Strassenbahn) of terugfietsen, bijvoorbeeld via de Bersarinstrasse naar de Prenzlauer Berg - op dit moment een van de interessantste wijken van Berlijn met veel goede en niet te dure restaurants.

Ook aan te bevelen zijn fietstochten langs de grillige rafelrand die nu in plaats van de muur door de stad slingert. Het is een strook vol zand, bouwkranen en glaspaleizen in aanbouw en vanaf de fiets is deze wereldstad-in-wording goed te bekijken. Neem wel een pompje en een doosje met bandenlichters, plakkers en solutie mee.