'Feodale' loonstructuur in automatisering

HOUTEN, 3 OKT. Tussen de vakbonden en de werkgevers in de automatiseringssector heeft het nooit echt geboterd. Voor de meeste ondernemers in deze branche zijn vakbonden synoniem aan verstarring en gezapigheid. Arbeidsvoorwaarden moeten in hun ogen niet in het keurslijf van een CAO worden gegoten.

“Werknemers die klagen dat er geen pensioenvoorziening is, krijgen te horen: hier is een auto van de zaak. En nu niet verder meer zeuren”, zegt bestuurder M. Wigman van de vakbond voor hoger personeel VHP.

Met het volwassen worden van de automatiseringssector is in de verhouding tot de vakbonden wel enige verbetering opgetreden. De saneringen die de branche begin jaren negentig troffen, leidde ook bij de automatiseringsdeskundigen tot het plotselinge besef dat hun baan op de tocht kon komen. De organisatiegraad in de IT-sector (80.000 tot 100.000 werknemers), die jarenlang beneden de één procent had gelegen, steeg mede als gevolg van deze ontwikkelingen tot ruim tien procent. Hoewel de vakbonden bij de meeste ondernemingen nog niet als onderhandelingspartner werden geaccepteerd, mochten zij wel steeds vaker als adviseur van de ondernemingsraden bij gesprekken over collectieve arbeidsvoorwaarden en afvloeiingsregelingen aanwezig zijn.

Begin vorig jaar leken de bonden de kroon op het werk te kunnen zetten. In nauw overleg met de betrokken ondernemingsraden slaagden de vakbonden erin om met de werkgeversvereniging Vifka afspraken te maken over een CAO voor de hele automatiseringssector. De oude CAO voor de kantoormachinebranche (waar circa 15.000 werknemers onder vallen) zou vervangen worden door een collectief model voor de branche van informatie-, communicatie- en kantoortechnologie. Zowel de Vifka als de bonden waren opgetogen over het bereikte akkoord: “Het wordt geen keurslijf, maar een raamwerk”, zei Vifka-directeur J. Struijk vorig jaar in het blad De Werkgever.

In eerste instantie zou de nieuwe uitgebreide CAO alleen gelden voor de circa 400 bedrijven die verenigd zijn in de Vifka. Daarbij gaat het om ondernemingen die gespecialiseerd zijn in de produktie en verkoop van hardware (onder andere IBM, NCR, Apple en Digital), met een totaal personeelsbestand van om en nabij de 40.000 werknemers. Daar zou het niet bij blijven: de ICK-CAO moet een soort'instapmodel' worden - ook werkgevers die niet bij de Vifka zijn aangesloten (zoals de meeste software-bedrijven) zouden zich op vrijwillige basis aan de CAO-afspraken kunnen onderwerpen. Stiekem hoopten de bonden er al op dat uiteindelijk zo'n 100.000 werknemers onder één automatiserings-CAO zouden vallen.

Die hoop is inmiddels vrijwel vervlogen. Na anderhalf jaar onderhandelen over de inhoud van de nieuwe CAO staan werkgevers en bonden nog steeds recht tegen over elkaar en vliegen de verwijten over en weer.

De Vifka is van mening dat het wensenpakket van de vakbonden tot te hoge kosten leidt, waardoor bedrijven die zich niet aan de CAO hoeven te houden teveel concurrentievoordeel krijgen. Volgens de bonden verschuilen de werkgevers zich achter het kostenargument, maar hebben de ondernemers in werkelijkheid vooral angst voor de invloed die de vakbonden dankzij de CAO zouden kunnen verwerven. “De arbeidsverhoudingen in de automatiseringssector zijn zo feodaal, die werkgevers doen net alsof ze nog in de middeleeuwen leven”, zegt Wigman.

In de ogen van de VHP-bestuurder en zijn collega-onderhandelaars is er bij deze CAO-onderhandelingen sprake van de omgekeerde wereld: “Wij willen een moderne CAO, met een grote rol voor de ondernemingsraden in de bedrijven, met de mogelijkheid van prestatiebeloning, met flexibele werktijden, eventueel zelfs zonder toeslagen voor de zaterdag. In elke branche zouden de werkgevers zich de vingers aflikken bij dergelijke voorstellen, alleen de Vifka niet.”

Al maandenlang puilen de kranten en tijdschriften uit van de pagina-grote advertenties waarmee automatiseringsbedrijven als IBM, CMG en Roccade proberen nieuw personeel binnen te halen. Na de saneringen eind jaren tachtig, begin negentig hebben de meeste ondernemingen de investeringen in het personeelsbestand op een laag pitje gezet. Als gevolg daarvan is ook het animo onder jongeren voor een opleiding tot automatiseringsdeskundige sterk afgenomen.

Nu de markt onverwachts sterk aantrekt, leidt dat tot een felle strijd om het juiste personeel. “Wanneer er een CAO voor de hele branche zou zijn, zou concurrentie op arbeidsvoorwaarden vermeden kunnen worden. Bovendien zou de aantrekkingskracht van de automatisering voor nieuwe werknemers veel groter kunnen worden. Die argumenten lijken bij de werkgevers echter absoluut niet door te dringen”, zegt R. Daamen van de Dienstenbond FNV.

In een laatste poging tot een branche-CAO te komen, hebben de vakbonden half september een ultimatum gesteld aan de Vifka. De werkgevers kregen tot 1 oktober de tijd om op de voorstellen van de bonden in te gaan, maar hebben niets van zich laten horen. Volgende week hebben de bonden een bijeenkomst belegd met alle betrokken ondernemingsraden om te praten over een nieuwe strategie. Daamen: “Als de Vifka-CAO er niet komt, dan gaan we naar de afzonderlijke bedrijven toe. Dan laten we daar zien wat we in de etalage hebben.”