Een bescheiden Nederlands aandeel

Slechts weinig Nederlandse ondernemingen zijn betrokken bij de megaprojecten in Berlijn. 'Ze kijken eerst de kat uit de boom.' Haast is geboden voor wie wil profiteren van nu nog gunstige subsidieregelingen.

Direct na de Wende in 1989 waren het vooral geluksridders die ook vanuit Nederland naar Berlijn trokken om te kijken of er iets te verdienen viel. Handelaren in kaas, bloemen, jeans en auto's. Ze verkochten hun spullen op straat. Daarna pas kwamen de grotere ondernemers. Bouwers als HBG, projectontwikkelaars als Groenhof, chemiereuzen als Akzo, voedingsbedrijven zoals Campina, Unilever en CSM.

“Iedereen kwam in Berlijn kijken”, zegt Jan Atema, directeur van de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel in Berlijn. Sommigen gebruikten Berlijn als springplank om zich te oriënteren. Zij vestigden zich in andere Oostduitse deelstaten. Een deel bleef in de hoofdstad. Weer anderen gingen snel failliet, zoals een fabrikant van bakkerijmachines.

“Nederlanders zijn voorzichtig met investeren. Ze kijken eerst de kat uit de boom”, weet Atema. Hij is juist met een Berlijnse handelsmissie in Nederland geweest om ondernemingen te interesseren voor de aanleg van jachthavens aan de rand van Berlijn. De rivieren de Spree en de Havel, die rondom de stad slingeren, trekken de nodige watersporttoeristen aan. Uit onderzoek van de handelskamer blijkt dat er een markt is voor havens, hotels, restaurants, bungalowparken en paardenstallen.

Een hoge vlucht hebben de Nederlandse investeringen de afgelopen zes jaar niet genomen. Zo'n zestig van de 2.600 ondernemingen die zich in of buiten Berlijn hebben gevestigd, zijn van Nederlandse signatuur, zo blijkt uit cijfers van het marketingbureau BAO, gelieerd aan de Industrie- und Handelskammer Berlin. In de metropool van 4,5 miljoen mensen wonen ongeveer 2.600 Nederlanders.

De omvang van de Berlijnse import uit Nederland beliep vorig jaar circa 730 miljoen mark. Berlijn voerde vooral Nederlandse machines, kunststoffen, papier, groenten en planten in. De Berlijnse industrie leverde aan Nederland goederen als kantoormachines, textiel en cacaoprodukten ter waarde van 830 miljoen mark.

De sporen van Nederlanders in Berlijn dateren niet slechts van na de Duitse eenwording. Al in de zeventiende eeuw leverden Nederlanders een bijdrage aan de wederopbouw van het gebied rondom Spree en Havel, dat in de Dertigjarige Oorlog volledig was verwoest. Net als de Russische tsaar Peter de Grote haalde de Pruisische keurvorst Frederik Willem s boeren, handwerkers, technici en kunstenaars uit Holland om het achtergebleven land te moderniseren.

In Potsdam, even buiten Berlijn, waar het paleis Sanssouci van de filosoof-koning Frederik de Grote ligt, hebben Nederlanders de afgelopen jaren geholpen het aloude Holländerviertel te renoveren.

In Berlijn werkt Ballast Nedam mee aan de bouw van het nieuwe centraal station Lehrterbahnhof, dat tegenover de Rijksdag ligt waar vanaf voorjaar 1999 de Bondsdag moet zetelen. Er wordt een belangrijke noord-zuidroute van treinen en metro aangelegd. In totaal gaat het om 10 kilometer spoor. Momenteel is dit complex één grote bouwput.

De Nederlandse bouwer uit Rotterdam, bedreven in de zware betonconstructies, maakt voor het project twee bouwputten met betonnen wanden. “We gaan 30 meter de grond in”, zegt J. Schroor, bedrijfsleider van het project in Berlijn. In totaal werkt de bouwer met vijftien man aan dit project. “Dat is niet veel”, zegt Schroor, “de machines moeten het werk doen.”

Eind volgend jaar moet Ballast Nedam zijn onderdeel klaar hebben. De aanleg van het nieuwe station is een miljardenproject. Voor Ballast is met deze order bijna 200 miljoen mark gemoeid.

De bouwer hoopt op meer opdrachten. Berlijn heeft nog een aantal ambitieuze plannen op het gebied van infrastructuur op stapel staan, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een nieuwe luchthaven. “Er moet hier in de stad nog zoveel worden gebouwd”, zegt Schroor, “en wij zijn goed in onderwater-beton. Dat is ons specialisme.”

Hoewel Ballast Nedam zelf op uitbreiding van zijn activiteiten hoopt, houdt een aantal andere Nederlandse bouwers het in Berlijn voor gezien. Wilma, Condor Wessels en HBG waren actief in de woningbouw, maar zien in deze sector weinig werk meer. “Projectontwikkelaars blijken de opgeleverde woningen aan de straatstenen niet kwijt te kunnen”, hoorde Schroor onlangs. Er zijn in Berlijn sinds de eenwording in snel tempo zoveel kantoren en woningen gebouwd dat intussen de leegstand toeneemt.

Het wachten is op de vele politici, ambtenaren, diplomaten en journalisten uit Bonn die rond de eeuwwisseling deze kantoren en woningen moeten betrekken. “De magneetfunctie van Berlijn zal toenemen”, zegt Atema van de Duits-Nederlandse Kamer van Koophandel. Dat is aantrekkelijk voor investeerders. Standort Berlin heeft volgens hem een groot aantal voordelen. Zo is er in en rondom de stad een aantal kwalitatief hoogwaardige onderzoeksinstituten op het gebied van milieutechnologie, informatica, verkeerstechnologie en medische technologie. De stad is een multimedia-centrum met 14.000 werknemers in 1.300 bedrijven. Het heeft 24 hogescholen en bijzondere onderzoeksinstellingen. Bovendien is de beroemde studio Babelsberg van de filmer Volker Schlöndorff er gevestigd.

“En”, voegt Atema eraan toe, “er zijn voor ondernemers nog altijd interessante subsidies te krijgen.” Al naar gelang de grootte van de onderneming worden belastingvrije investeringspremies tot tien procent verstrekt. Ook zijn investeringstoeslagen te krijgen die gemiddeld 35 procent bedragen. Tegen speciale voorwaarden is grond te verwerven voor industriële doeleinden. Bij kredietinstellingen van de overheid kan tegen lage rente worden geleend.

Atema schetst een aanlokkelijk beeld, maar voegt eraan toe dat enige haast wel geboden is. “Heel lang zullen deze voordelige investeringsregelingen wel niet meer gelden”, vermoedt hij.