Duitsers in Oosten hebben hun dromen verloren

BONN, 3 OKT. Hoe je een Ossie herkent? Aan zijn schoenen, die passen gewoon niet bij de rest. Een donkerblauw pak met daarbij lichte zomerschoenen of sandalen. De kleding heeft niets persoonlijks, niets elegants. En dan dat Rudi-Völler-kapsel, die 'matjes'. Als je een voetbal-Profi ziet met kort haar boven zijn oren en lang in de nek, weet je: dat is een Ossie. En een Wessie? Die valt meteen op door zijn vele geld.

Christine en Dietmar Onusseit spelen dit spelletje graag als ze in een café in Dresden zitten: het Ossie-Wessie-spel of hoe herken je een Oostduitser en een Westduitser. Het is niet alleen een spelletje, menen ze. Christine is een Oostduitse uit Dresden, Dietmar een Westduitser uit Bonn. Beiden menen dat deze vooroordelen nog steeds uiting zijn van een wereld van verschil tussen de Oost- en de Westduitser.

Zes jaar na de eenwording van Oost- en West-Duitsland, die vandaag officieel in het hele land wordt gevierd, staat het er met de 'innerlijke eenwording' van de Duitsers slecht voor. Dit blijkt uit een onderzoek van het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung (WBS), dat gisteren werd gepubliceerd. Toch verlangen de Oostduitsers niet terug naar de DDR. Uit bevindingen van een ander sociologisch instituut in Berlijn (SFZ) blijkt dat slechts zeven procent van de Oostduitsers de voorkeur geeft aan herstel van het oude systeem.

Wordt met 'innerlijke eenwording' uitsluitend verbetering van materiële omstandigheden bedoeld, dan is er zeker nog niet genoeg vooruitgang geboekt, schrijft Max Kaase, Demokratieforscher bij het WBS in Berlijn. Hij onderzocht de 'innerlijke eenwording' in Duitsland. Zijn bevindingen zijn onderdeel van het nieuwe standaardwerk Handbuch zur deutschen Einheit dat eveneens gisteren bij uitgeverij Campus in Frankfurt verscheen. Zijn onderzoek spitst zich vooral toe op de maatschappelijke en politieke oriëntatie van burgers in West- en Oost-Duitsland.

Kaase constateert dat snelheid en omvang van de omwenteling in de voormalige DDR diepe emotionele wonden hebben geslagen. De gevolgen van deze 'transformatieschok' brachten tot 1993 een groeiende kloof met het Westen van Duitsland teweeg. Het verleden werd geromantiseerd, het algehele politieke engagement liep snel terug, er waren gewelddadige uitingen bij rechts-extremistische jongeren, en de postcommunistische PDS zag haar aanhang opmerkelijk snel groeien. De economische situatie werd in die jaren uiterst negatief beoordeeld, aldus onderzoeker Kaase.

Pas in het verkiezingsjaar 1994 kwam het onder invloed van het aantrekken van de economie tot een opvallende verbetering. Daardoor nam de tevredenheid toe. Oostduitsers genoten van de vele vakantiemogelijkheden, de renovatie van hun woningen en de verbetering van het milieu.

Kaase gebruikte een aantal vaste indicatoren om de 'innerlijke eenheid' te meten, zoals oordelen van West- en Oostduitsers over elkaar. Als de meest gehoorde anti-West-uitspraken noteerde hij: “Westduitsers hebben onze DDR op een koloniale manier veroverd”, “De Duitsers uit het Westen hebben niet geleerd te delen” en “Oost-Duitsland wordt uitsluitend als afzetgebied voor Westduitse produkten beschouwd”. En ook “De regering in Bonn doet te weinig om arbeidsplaatsen in de voormalige DDR te redden”.

Anti-Oost-uitspraken zijn er ook: “Veel vroegere DDR-burgers maken zich er te gemakkelijk vanaf: ze willen leven zoals in het Westen en weinig werken zoals vroeger in het Oosten”, “De Oostduitsers neigen naar zelfbeklag”, en “Veel werknemers in het Oosten zijn niet opgewassen tegen de Westduitse prestatiedruk”.

Na 1995 polariseerden de opinies weer snel, constateert de Berlijnse socioloog. Dat kwam omdat de economische situatie verslechterde. En meer dan voorheen schuiven de Oostduitsers de Westduitsers de zwartepiet toe. De frustratie in het Oosten neemt toe: Einheitsfrust wordt dat genoemd. De Duitsers in het Oosten zijn hun dromen kwijt, teleurstelling krijgt de overhand.

Begrijpelijk dat bondskanselier Helmut Kohl in zijn feestrede ter gelegenheid van de eenwording vandaag zijn burgers oproept moed en daadkracht te tonen. “De opbouw in de nieuwe deelstaten zal nog jaren duren en grote inspanningen vergen”, aldus de bondskanselier in zijn speech die van tevoren werd uitgereikt. Vanavond spreekt hij het volk op de televisie toe.

“Welvaart en veiligheid zijn niet te verwezenlijken zonder inspanning te leveren en verantwoordelijkheid te nemen.” Toch vindt Kohl dat er sinds 1990 met vereende krachten veel is bereikt. “Ook het buitenland erkent en bewondert onze gemeenschappelijke prestaties bij de opbouw in de nieuwe deelstaten.”

De bondskanselier had ook kritiek. “Als leidende exportnatie moeten wij Duitsers alles doen om ons land gezond te maken voor de uitdagingen van de toekomst. Alleen zo scheppen we de basis voor nieuwe en duurzame arbeidsplaatsen. Alleen zo leggen we de fundamenten voor onze toekomstige welvaartsstaat waar de komende generaties van kunnen profiteren.”

“Er liggen grote taken voor ons. We moeten ze beheerst aanpakken en mogen geen tijd verliezen”, zei Kohl.