De muur is mijn noodlot

Slechts enkele brokstukken van de Berlijnse Muur staan nog overeind. Maar in de hoofden van veel Berlijners is de muur nog niet gevallen. In het spoor van de muur, in gezelschap van een ex-medewerker van de Stasi. 'Er is geen enkele reden de muur te vergeten.'

Middenin het oosten van Berlijn heeft de wereld stilgestaan. Voor het station Friedrichsfelde-Ost, waar de S-Bahn stopt, staan armoedige marktstalletjes met een handvol waren. Tweedehands truien, broeken en een stoffig servies. Achter de markt doemen kolossale, kleurloze woonblokken op. Straat na straat, een wijk vol. Zes jaar na de Duitse eenwording, op 3 oktober 1990, hebben Westerse verfkwasten de wijk Friedrichsfelde nog niet van haar troosteloze aanblik kunnen verlossen.

Als de deur van een flat openzwaait, verraadt het trappenhuis achterstallig onderhoud. “Er is wel íets veranderd”, grijnst bewoner Hagen Koch. “De huur is vertienvoudigd. Eerst betaalde ik 120 mark per maand, nu 1.200 mark. Sinds de val van de muur is onroerend goed in Oost-Berlijn wel wat meer waard geworden.”

De Berlijnse Muur, symbool van de Koude Oorlog en Duitse deling, is vrijwel verdwenen. Toch tikt de oude tijd verder. “Het beton mag zijn afgebroken, in de hoofden van de Berlijners staat nog steeds een muur”, weet Koch. “Iedereen die naar de nieuwe hoofdstad komt, vraagt: waar liep de muur? Veel belangrijker is de vraag: wat wàs de muur?”

Sinds de muur op 9 november 1989 werd neergehaald, heeft het grauwe beton Hagen Koch niet meer losgelaten. Deze kleine, gedrongen Oostduitser van 56 jaar oud vergaarde de laatste jaren alles wat met de muur te maken heeft. Plattegronden, documenten, technische tekeningen van grensversperringen, foto's, zelfs originele orders van het ministerie van Veiligheid. Inmiddels heeft Koch een omvangrijk Mauer-Archiv opgebouwd.

Zijn persoonlijke geschiedenis is nauw met de muur verbonden. Hagen Koch is de man van de beroemde Grenzstrich. Op 15 augustus 1961 trok hij als 21-jarige in aanwezigheid van politburo-lid Erich Honecker een 15 centimeter dikke witte streep dwars door de Friedrichstrasse. Een dag later begon de bouw van de muur.

Achtentwintig jaar verder hielp Koch diezelfde muur weer neer te halen. “Klinkt onwaarschijnlijk, niet?”, zegt hij schamper. “De muur is mijn noodlot.”

In de woelige dagen van de val van de muur werkte Koch als Kulturoffizier bij het ministerie voor Staatssicherheit, beter bekend als de Stasi, de Oostduitse veiligheidsdienst. Hij was de laatste burger die bij het beroemde Checkpoint Charlie in de volle schijnwerpers van tv-camera's een stempel in zijn Oostduitse pas kreeg.

Voor Koch was de val van de muur het begin van diepgravend zelfonderzoek. Hoe had het zover kunnen komen? Hij dook in zijn eigen geschiedenis en in die van de muur. Hij ontmaskerde zichzelf. Hij ontrafelde de totalitaire spiraal van afhankelijkheid en medeplichtigheid. Hij had zijn geld verdiend bij de Stasi. Als cartograaf kende hij alle strategische plekken in de DDR. Koch zegt dat hij in 1966 met de Stasi had willen breken, maar dat ze hem niet lieten gaan. Meer dan twintig jaar zou hij nog de 'staatsveiligheid' dienen.

Nu houdt Koch lezingen en voordrachten over de geschiedenis van wat hij het “onmenselijke mensenwerk” noemt. Recentelijk nam de politie een deel van zijn archief in beslag omdat Koch politiek 'gevoelig' materiaal zou hebben verzameld. Als Stasi-man had hij documenten achtergehouden die hij had moeten verbranden.

Koch: “De muur was meer dan alleen beton en prikkeldraad. Dit monster heeft decennia lang verhinderd dat we met elkaar konden praten, in Oost en West. Er werd óver elkaar gepraat, niet mèt elkaar. Dat heeft tot verschrikkelijke vooroordelen en misverstanden geleid. Nog steeds. Er is geen enkele reden de muur te vergeten.”

1) Bernauer Strasse Ruim 43 kilometer lang was de muur die door het centrum van Berlijn slingerde. Nog eens 112 kilometer scheidde West-Berlijn van het platteland. Na de eenwording werd het verguisde symbool van de deling rap afgebroken. Op slechts vijf plaatsen zijn stukken van de muur aan de bulldozers ontkomen. Hagen Koch vecht ervoor deze brokstukken als Denkmäler te bewaren.

Wij gaan met de auto, via Prenzlauer Berg, naar de Bernauer Strasse. In de jaren tachtig was deze straat de ontmoetingsplaats voor schrijvers in Oost-Berlijn. Sinds Sascha Anderson, de koning van Prenzlauer Berg, bij de Stasi bleek te zijn, vertrouwt niemand elkaar meer, vertelt een cafébaas. “Velen komen hun huis nauwelijks meer uit.”

Het is een grijze straat, de Bernauer Strasse. Hier staat nog tweehonderd meter van de muur, tussen de Acker- en de Bergstrasse. “Dit is voor mij een belangrijke plek”, zegt Koch. Terwijl hij in augustus '61 de Grenzstrich bij Checkpoint Charlie trok, werd hier een wereldberoemde foto gemaakt van Conrad Schumann, een jonge DDR-soldaat, de eerste die over het prikkeldraad naar het Westen vluchtte. “Schumann zag hoe soldaten in de Bernauer Strasse vensters dichtmetselden. Tegelijkertijd sprongen bewoners van de bovenste etages uit de ramen, naar West-Berlijn. Toen begreep hij dat er iets helemaal fout zat. Er hebben zich hier verschrikkelijke taferelen afgespeeld”, zegt Koch.

Drie houten kruisen herinneren aan de slachtoffers die een vluchtpoging niet overleefden. Achterin de straat ligt een kale vlakte waar Berlijners hun hond uitlaten.

Kijkend naar het noorden is de Böse Brücke zichtbaar, de grensovergang die een belangrijke rol speelt in de film Das Versprechen van Margaretha von Trotta. Een dramatische liefdesgeschiedenis tussen een jongen en meisje uit de tijd dat de muur werd gebouwd. De nacht van de negende november in 1989 was de Böse Brücke op alle internationale televisiestations te zien toen honderden Oostduitse Trabi's zich over de brug persten op weg naar de vrijheid.

2) Invalidenfriedhof Lopend naar het westen, in het spoor van de vroegere muur, ligt het naargeestige Invalidenfriedhof, aangelegd in 1748. Hier ligt de voormalige Pruisische oorlogsminister Hermann von Boyen begraven, die in 1814 de dienstplicht invoerde. Het grafmonument van generaal Gerhard von Scharnhorst is een klein kunstwerk, ontworpen door de 19de-eeuwse Berlijnse bouwmeester Karl Friedrich Schinkel.

De restanten van de muur zijn hier wit geschilderd. In de verte staat nog een Führungsstelle, een wachttoren. “Toen de muur er kwam, werden vele graven geruimd”, vertelt Koch. “Een daad van grote barbarij. Honderden mensen lagen hier begraven. Ze gunden niet eens de doden hun rust. Deze plek herinnert eraan hoe oneerbiedig mensen hun doel najagen.”

3) Potsdamer Platz

Langs de Spree gaan we naar het zuiden. Voorbij de Brandenburger Tor, waar volop wordt gebouwd aan de Amerikaanse en Engelse ambassade en waar aan de Pariser Platz het oude hotel Adlon in nieuwe vorm herrijst, ligt de Potsdamer Platz. Het was een belangrijke grensovergang tussen Oost en West. Al in de jaren twintig was het een van de drukste pleinen van Europa, met volop cafés, hotels, cabarets en mondain nachtleven. Op 17 juni 1953 rolden de Sovjet-tanks over het plein om de opstand in Oost-Berlijn neer te slaan.

Nu doet de Potsdamer Platz denken aan een maanlandschap. Links en rechts proberen gebouwen boven de grond uit te komen. Hijskranen en bulldozers doen hun best de hoofdkantoren van Sony en Daimler-Benz in elkaar te zetten. Het enige oude pand dat het geweld van de eenwording heeft overleefd, is Weinhaus Hut.

Boven het plein torent de rode Info-box, een expositie over de renovatie van de stad. Het is een bonte toeristische attractie geworden. Een groep Japanse kinderen wurmt zich de trappen op. Binnen oogt het nieuwe Berlijn als Madurodam. Op het dakterras, hoog in de lucht, kun je eindeloos kijken naar het grootste bouwterrein in Europa. Steigers, hijskranen en heipalen.

Berlijners zijn geïrriteerd dat de 'eenheid' hen 's nachts uit de slaap houdt. “Ons is niet gevraagd of we dit wilden”, moppert een bewoonster die zich door het opstuivende zand op het plein heenslaat.

Vlakbij de Info-box staat nog een deel van de muur, kleurig geverfd. Het beton zal hier geen lang leven meer beschoren zijn. Koch: “In de stad gaan steeds meer stemmen op om alle overblijfselen van de muur met de grond gelijk te maken, zodat er geen sporen van het verleden meer over zijn.” In het oosten van Duitsland, weet hij, verheimelijken veel mensen het leven dat ze leidden voor het ineenstorten van het communistische bewind. Ze willen nergens over praten, maar juist vergeten. En dat is juist wat Koch niet wil.

4) Niederkirchnerstrasse

Even ten zuidoosten van de Potsdamer Platz loopt de Niederkirchnerstrasse. Tweehonderd meter muur wordt hier nog neergehaald. “Hier zijn tussen 1933 en 1945 de grootste misdaden gepleegd”, vertelt Koch. De Niederkirchnerstrasse kruist immers de Wilhelmstrasse, ook wel die Strasse der Macht genoemd. Bismarck, de kanselier van de eenheid, hield er kantoor. Ook Hitler, Goebbels en Himmler zaten er.

De omgeving van de Niederkirchnerstrasse werd in de jaren veertig beheerst door terreur. De SS en Hitlers geheime staatspolitie, de Gestapo, huisden er. In de kelders werden talloze tegenstanders van het nationaal-socialistische regime verhoord en gefolterd. De meeste gebouwen zijn na de oorlog afgebroken. Zelfs de fundamenten werden gesloopt. Een 200 meter lange en 15 centimeter dikke rode verfstreep op het asfalt markeert het vroegere verloop van de muur. Een tentoonstelling, Topographie des Terrors, moet hier de herinnering aan de terreur levend houden.

5) Checkpoint Charlie

De straat uitlopend komen we bij Checkpoint Charlie, ooit de beroemde grensovergang, nu alleen nog een klein museum. De muur is hier volledig afgebroken, het Checkpoint is weggetakeld. Enkel een wachthuisje en het bord You are leaving the American sector staan er nog. De slagbomen worden door het museum gerepareerd zodat ze weer bij de originele grensovergang geplaatst kunnen worden, als monument.

De grensovergang, die door de nieuwbouw in de Friedrichstrasse helemaal volgebouwd dreigt te worden, mag volgens Koch niet worden vergeten. “In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog stonden hier gepantserde tanks tegenover elkaar, geheime agenten werden uitgewisseld. Er is geen belangrijke president die deze grenspost niet heeft bezocht.” Bondskanselier Helmut Kohl kwam er ooit als 'ongewenste vreemdeling' de grens niet over.

6) Mühlenstrasse

Het meest bonte stuk van de muur staat buiten het centrum, bij de Mühlenstrasse aan de Spree. Kunstenaars uit binnen- en buitenland hebben zich op deze tientallen meters lange East Side Gallery uitgeleefd. Kiddy Citny, Thierry Noir en Christophe Bouchet schilderden er kleurrijke fabeldieren op die Wim Wenders nog heeft gebruikt voor zijn zwart-wit-film Der Himmel über Berlin. Ook de beroemde 'broederkus' tussen Brezjnev en Honecker is levensgroot afgebeeld met de tekst: Mein Gott, hilf mir, diese tödliche Liebe zu überleben.

“Hier reed DDR-leider Honecker met zijn eregasten heen om te laten zien dat het allemaal wel meeviel. De muur was zo hoog dat niemand het Westen kon zien, en zeker de angstaanjagende elf versperringen niet die achter de muur waren opgesteld. Alles was gericht op de grote misleiding”, zegt Koch.

Officieel zouden er 244 mensen bij een vluchtpoging zijn omgekomen. Nu staan de grenswachten en hun officieren terecht. “Er zijn natuurlijk veel meer slachtoffers van het communistische bewind. En veel meer daders. Mijn eigen leraren hebben bij mij meer aangericht dan de hele Stasi.”

De muur in Berlijn is nog lang niet gevallen, zegt Koch. “In '89 vielen onbekenden elkaar in de armen. Na de euforie van de eenwording heeft iedereen zich weer op zijn eiland teruggetrokken. Ossies in Oost-Berlijn, Wessies in West-Berlijn. Met nog steeds de verkeerde beelden in hun hoofd.”