Damen haalt drama van oorlog niet naderbij

Voorstelling: Trojaanse vrouwen van Euripides door Koninklijke Nederlandse Schouwburg, Antwerpen. Vertaling: Johan Boonen; decor: Niek Kortekaas; regie: Hubert Damen; spelers: Hans van Cauwenberghe, Hilde Uitterlinden e.a. Gezien 2/10 Bourla Schouwburg, Antwerpen. Te zien t/m 26/10 aldaar. Inl.: 0032-3-2310750.

Nog geen half jaar geleden speelde Toneelgroep Hollandia de Fenicische vrouwen van Euripides in een autosloperij. Nu regisseert Hubert Damen Euripides' Trojaanse vrouwen in de stijlvolle, sjieke Bourla Schouwburg van Antwerpen. Tussen beide ensceneringen kan geen groter verschil bestaan. Wat ze desondanks met elkaar gemeen hebben is dat de voorstellingen meer een regisseursdroom zijn dan een toeschouwersdroom. En daarom voor de bezoeker gesloten werelden worden.

Paul Simons van Hollandia streefde een rauwe, fysieke speelstijl na die Euripides' tragedie tot een oerkracht reduceerde. Hubert Damen stileert in zijn Trojaanse vrouwen het leed tot ijle, hoge koorzangen, begeleid door twee vleugelpiano's. Niek Kortekaas ontwierp een ijzig koel paleisinterieur, eerder met een bunkerachtige dan koninklijke allure.

De vrouwen zijn gekleed in het zwart. Het weidse decor maakt van de personages kleine dolende gestalten. Het kwam me niet als origineel voor. Het Duitse repertoiretheater uit de jaren zeventig werkte al met vergelijkbare beelden.

Trojaanse vrouwen is het verhaal over het verdriet van vrouwen en moeders tijdens de oorlog. Zij en hun kinderen zijn de werkelijke slachtoffers van het brute mannengeweld. De uitvoering draait om Hekabe. Zij, een oudere koningin, wordt met de andere vrouwen uitgeleverd aan het Griekse kamp, waar ze vernederd gaat worden door Odysseus. Kassandra wordt uitgeleverd aan Agamemnon.

Deze berichten, meteen al in het begin door de bode verkondigd, doen de emoties tot gillende hoogte oplaaien. Er is veel theatraal gezwaai van armen en veel uitvergroot verdriet.

Aan het slot, als Troje door de Grieken in brand wordt gestoken en een rode gloed het decor verlicht, wil Hekabe dood. Maar zelfs dat verhinderen de Grieken haar. Intussen is het zoontje van Andromache tegen de grond te pletter gegooid. Zo, de voorstelling terugvertellend, is het verhaal van een onvoorstelbare treurnis. Euripides gaat, kennelijk welbewust, over de schreef om zijn aanklacht tegen de oorlog uit te dragen.

Een regisseur is verplicht het drama dichtbij te halen, alleen al om de gewelddadigheid te temperen, en het tot een kleiner en daardoor menselijker schaal terug te brengen.

Hubert Damen heeft zich door zijn eigen regisseursdroom laten meeslepen. Hij wilde te veel. Het interessantst vond ik de dubbelrol van Athena en Helena: beiden zijn verantwoordelijk voor die eindeloze oorlog die de Trojaanse heet. Een treffend idee.

Maar in de vorm kent Damen geen grenzen. De muziek van Marc de Smet heeft te veel een zelfstandige betekenis. Kettingen die over de snaren striemen klinken weliswaar angstaanjagend, maar de tekst hield zo veel overdaad niet vol.

Wat de uitvoering vooral nodig had is rust en beheersing. In het begin al, wanneer Poseidon en Athena een schitterende en valse tweespraak houden waarin de ondergang van Troje wordt bedisseld, ligt het spreektempo te hoog. De toeschouwer moet uitgenodigd worden om in de tragedie te komen, hij moet worden verleid, en niet meteen met wezenlijke feiten worden geconfronteerd - die vervolgens door de gejaagde toon van spreken alweer verdwijnen.

Tragiek vereist intimiteit. En geen afstand. Wie, zoals ik, de voorstelling van halverwege de zaal zag had het idee naar een opengeslagen krantenpagina te kijken: het witte decor het papier, de kleine figuurtjes de zwarte letters. Net zoals het tragische wereldnieuws in een krant een abstractie blijft, zo bleef ook deze Trojaanse vrouwen een verhaal over wezens in een ondenkbaar verre oorlog.