Citaten uit debat nevenfuncties

DEN HAAG, 3 OKT. In het Kamerdebat over de vermeende belangenverstrengeling van VVD-fractieleider Bolkestein, ging het ook over de normen die voor Kamerleden met nevenfuncties zouden moeten gelden. Hieronder enkele citaten.

F. Bolkestein (VVD): “Ik heb uit de discussie, die mij natuurlijk niet onberoerd heeft gelaten, begrepen dat er in de Kamer verschillend wordt gedacht over tal van aspecten van het hebben van nevenfuncties. Ik wens dat er helderheid komt. Deze discussie is voor mij ook onbevredigend. Het zou mij een lief ding waard zijn, als die helderheid verschaft kan worden.”

J. Wallage (PvdA): “Is het wenselijk dat een Kamerlid betaald commissaris van een bedrijf is? Het PvdA-fractiebestuur adviseert de leden van de fractie dit alleen maar te doen als dit comissariaat niet op het werkterrein van het Kamerlid ligt. In dit debat zal blijken dat het overgrote deel van de fracties geen lobbyende Kamerleden/ commissarissen wil zien. Ik ga er vanuit dat het feit dat een meerderheid van de Kamer iets vindt normstellend is.”

G.J. Wolffensperger (D66): “Het gaat niet alleen om de heer Bolkestein; het gaat om iets wat alle leden van de Kamer raakt. Over de vraag of het al dan niet toelaatbaar is voor een Kamerlid die ook commissaris is om direct te interveniëren bij een minister, bestaat een evident verschil van mening tussen fracties en daarmee tussen individuele leden van deze Kamer. De VVD-fractie acht dat oorbaar, de D66-fractie zou het op grond van de intern afgesproken en vastgelegde regels onwenselijk, zo niet ontoelaatbaar achten.”

P. Rosenmöller (GroenLinks): “Zijn hier regels overtreden? Voor zover wij kunnen overzien is dat niet het geval. Maar dat wil niet zeggen dat er geen verwijten te maken zouden zijn. Want het signaal dat iedereen, dus ook politici, maar kan doen en laten, zolang de wet niet wordt overtreden, zou naar de samenleving een verkeerd signaal zijn. Het signaal namelijk dat bepaalde normen die moeilijk in regels te vervatten zijn, genegeerd kunnen worden.”

J. Marijnissen (SP): “Een Kamerlid moet zijn werk als controleur van de regering in onafhankelijkheid doen. Dat verhoudt zich niet met het vragen van gunsten ten behoeve van derden aan diegenen die je moet controleren. Onvermijdelijk treedt er in dit soort situaties een vermenging van functies en belangen op. Kamerleden dienen zich niet te laten betalen om voor derden bij de regering te lobbyen. Ze degraderen zichzelf dan tot verlengstuk van het bedrijf dat hen betaalt.”

G.J. Schutte (GPV): “Als een Kamerlid zijn optreden in een bepaalde zaak, moet toelichten met een verwijzing naar welke pet hij op dat moment draagt, is een grens bereikt. Het gaat er daarbij niet om of hij op zijn pet wijst, maar of anderen die hij benadert beide petten zullen kunnen onderscheiden. Hoe groter het politieke gewicht van een Kamerlid, hoe moeilijker het in de praktijk zal zijn dit onderscheid te maken.”

E. Heerma (CDA): “Ik ben verbaasd en teleurgesteld dat de heer Bolkestein zegt dat alles wat in een democratie niet verboden is, is toegestaan. Is dit dezelfde Bolkestein die behoefte had aan een discusie over de joods-christelijke waarden en normen in het beginselprogramma van de VVD? Is het dezelfde Bolkestein die de aanzet gaf voor een discussie over de publieke moraal in de VVD?”