Britse Rode Barones strijdend ten onder

BLACKPOOL, 3 OKT. Ze ziet niet meer zo goed. Ze loopt moeilijk. Ze is vaak moe. Gisteren moest ze uit haar stoel worden geholpen en op het podium gehesen om in Blackpool het jaarlijkse partijcongres van Labour te kunnen toespreken. Maar eenmaal achter het spreekgestoelte maakte ze haar koosnaam - de Britse La Pasionaria (een legendarische communistische verzetsstrijdster uit de Spaanse Burgeroorlog, red.) - voor een laatste keer waar.

Niet dat ze een schijn van kans had in wat ze zelf als haar “laatste gevecht” heeft omschreven. Daarvoor was de Labourleiding er in de aanloop naar de verkiezingen te veel aan gelegen om kost wat kost de eenheid binnen de partij te bewaren. Daarvoor was het partijcongres te strak geregisseerd. Met het hoofd steunden de gedelegeerden gisteren de leiding van Nieuw Labour, de partij van het politieke centrum. Maar hun hart ging uit naar de 85-jarige oud-minister Barbara Castle, symbool van Oud Labour, de partij die opkwam voor de minstbedeelden. Voortdurend vuurden ze haar aan met geroep en applaus tijdens haar vlammend betoog.

Castle kwam op voor de tien miljoen Britse gepensioneerden. Ze eiste dat de koppeling tussen AOW en lonen hersteld zou worden die ze in 1974 als minister van Sociale Zaken zelf nog had ingevoerd. Een koppeling die de Conservatieve regering onder Thatcher ongedaan heeft gemaakt. Sindsdien is de AOW van 20 procent van het modaal inkomen tot 14 procent gedaald.

Ze eiste ook een onmiddellijke verhoging van de staatspensioenen. De AOW voor een alleenstaande bejaarde is in Groot-Brittannië 61,15 pond per week, ruim 150 gulden. Veertig procent van de gepensioneerden leeft onder de armoedegrens.

Castle's eisen vormden nog niet zo lang geleden bijna als vanzelfsprekend deel van het partijbeleid. Nog bij de laatste verkiezingen in 1992 beloofde Labour de koppeling tussen AOW en lonen te herstellen. Onder een Labourregering zou het staatspensioen onmiddellijk met vijf pond per week worden verhoogd. Maar afgelopen zomer schrapte Labour die beloften. Kostbare beloften zouden de Conservatieven maar in de kaart spelen die Labour graag afschilderen als een partij die belastingen en bestedingen de pan uit laat rijzen. Angst voor een kwistig Labour had de partij vier jaar geleden de verkiezingsoverwinning gekost.

Barbara Castle vond dat ze “niet met een gerust geweten kon sterven” als ze zich niet tot de laatste ademstoot tegen “dit verraad” zou verzetten. Loslaten van de koppeling zag ze als begin van het einde. Het einde van de volksverzekering, het einde van de welvaartsstaat, het einde van alles waar Labour tijdens haar leven voor heeft gestaan. Vanaf het moment dat ze in 1945 parlementslid werd totdat ze in 1990 als 'rode barones' haar entree maakte in het Hogerhuis.

In haar bloedrode mantelpak bond ze gisteren de strijd aan met Nieuw Labour, in de persoon van de 46-jarige Harriet Harman, Labours schaduwminister voor Sociale Zaken, wier positie binnen de partij onlangs ter discussie was gekomen omdat ze haar zoon niet naar een gewone staatsschool had gestuurd. Harman koos voor de fluwelen aanpak. Ze prees haar opponente. Maar de partijleiding kon onmogelijk akkoord gaan met Castle's eisen. De kosten zouden op jaarbasis ruim vijf miljard pond bedragen, bijna dertien miljard gulden. En het was maar helemaal de vraag of zo'n bedrag binnen de begroting gevonden zou kunnen worden. “ We mogen niets toezeggen zolang we niet zeker weten dat we die belofte ook kunnen waarmaken”, zei Harman. “Dat heb ik van Barbara Castle geleerd.”

Intussen was het pleit achter de schermen allang beslecht. De partijleiding had het in het weekend op een akkoordje gegooid met Jack Jones, de machtige oud-vakbondsman en president van de National Pensioners' Convention. Labour beloofde een commissie die zich over de toekomst van het staatspensioen zou buigen. In ruil zou Jones de partijlijn steunen. Daarna was het nog maar een kwestie van tijd en masseren voordat ook de grote vakorganisaties zich achter de Labourleiding schaarden. Dezelfde vakorganisaties die altijd als vertegenwoordigers van Oud Labour worden afgeschilderd. De rode barones ging strijdend ten onder - tegen een front van Oud en Nieuw labour kon ze niet op.