'Alleen de zee was getuige van het drama'

HAARLEM, 3 OKT. De strijkers spelen Tsjaikovski met trage, troostende bewegingen. Met elke noot wordt het rustiger onder het gewelfde plafond van de Haarlemse Grote Kerk.

Violen, onmacht en het noodlot domineren de herdenkingsbijeenkomst ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Dakota-vliegramp. Gedurende het uur in de Haarlemse Grote of St. Bavokerk, waar meer dan 1.400 aanwezigen de overledenen eren, worden meer vragen gesteld dan antwoorden gegeven en vullen muziekstukken ontoereikende woorden van troost aan.

“We worden overmand door gevoelens van machteloosheid”, zegt premier Kok namens het kabinet. “Ik sta hier en spreek tot u, hoewel ik weet dat woorden tekort schieten”, vult minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) hem aan. “Het is onbegrijpelijk en oneerlijk”, constateert de voorzitter van de Dutch Dakota Association, A. Groeneveld.

“O Tod, wie bitter bist du”, zingt bas Maarten Koningsberger in de kerk waar precies 85 jaar geleden Anthony Fokker met zijn 'Spin' omheen vloog.

Even voor achten speelt de organist Johan Sebastian Bachs 'Wenn wir im höchtsten Nöten sein' en ontsteken werknemers van de provincie en aannemer Ballast Nedam stuk voor stuk 32 kaarsen. Voor elk verloren leven één. Bij de ramp met het vliegtuig dat vorige week woensdag boven de Waddenzee neerstortte, kwamen 23 medewerkers van de provinciale dienst Wegen, Verkeer en Vervoer om, drie werknemers van Ballast Nedam en zes bemanningsleden. Er waren geen overlevenden. Vrijwel alle slachtoffers zijn begraven of gecremeerd.

Premier Kok richt zich als eerste spreker met name tot de nabestaanden. “Alleen de zee was getuige van het drama dat zich op de Noordzee voltrok. Een ramp waarbij 32 mannen en vrouwen in één klap uit het leven werden weggerukt. Voor buitenstaanders is het onmogelijk onder woorden te brengen hoe moeilijk het voor u is dit te verwerken. Woorden van troost en intens medeleven? Ze kunnen uw pijn niet wegnemen. Wij wensen u kracht toe om het noodlot te dragen dat de overledenen boven de Noordzee heeft getroffen.”

Medeleven blijkt ook uit de bloemstukken en kransen in de kerk van onder anderen koningin Beatrix en Prins Claus en de nabestaanden van de mensen die omkwamen bij de rampen in de Bijlmer, Faro, en recent in Eindhoven. Onder de aanwezigen is ook Prins Bernhard, beschermheer van de Dutch Dakota Association.

De meest persoonlijke woorden komen van H. Wilshaus, die spreekt namens de medewerkers van de dienst Wegen, Verkeer en Vervoer van de provincie Noord-Holland. Wilshaus was vorige week een van de weinige kantonniers die niet deelnamen aan het personeelsuitje. Zichtbaar geëmotioneerd verhaalt hij van de reis die hij dinsdag maakte door het district Zuid. Langs de zo bekende route waar hij tot drie jaar terug als coördinator dagelijks reed, de route waar zijn 23 omgekomen collega's hun dienst vervulden.

Zo kwam hij langs de werkplek van Siebe Droogsma, “die zijn waffel nooit kon houden”, langs de Schipholdraaibrug van Wim den Breejen en Piet de Leeuw. “Van Wim en Piet moest je altijd je schoenen uittrekken voor je naar binnen mocht. Alles glom je daar tegemoet.” En ook, tot slot, langs de werkplek van Jan de Vos. “Het beste paard van stal”, memoreert Wilhaus met gebroken stem. “Over Jan kan ik wel uren praten, maar helaas moet ik het kort houden.”

Aalmoezenier H. van Horssen, die meteen na de ramp de nabestaanden ter zijde stond, reconstrueerde namens de hulpverleners de noodlottige avond. Horssen: “Het is een avond, een nacht, die wij niet licht zullen vergeten.

Ook de avond erna niet, toen wij berichtten dat alle slachtoffers geborgen waren en niemand de ramp had overleefd. Wij hadden u graag andere dingen verteld, die avond in Den Helder, op Schiphol. Vanavond moesten wij echter 32 kaarsen ontsteken. Denk daarbij aan het licht dat de slachtoffers in ons leven zijn geweest. Moge dit licht hun namen doen voortleven in ons bestaan.''

De violen zwellen nog éénmaal aan.