VN beëindigen sancties tegen Joegoslavië

NEW YORK, 2 OKT. De veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren unaniem de handelssancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) opgeheven. De sancties werden in 1992 ingesteld als straf voor de betrokkenheid van Servië en Montenegro bij de oorlog in Bosnië.

De sancties werden met onmiddellijke ingang ingetrokken, maar het land mag voorlopig nog niet zijn zetel in de Algemene Vergadering van de VN bezetten. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeline Albright, zei dat Joegoslavië voorlopig evenmin mag aankloppen bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. De VS vinden dat het land eerst “belangrijke vooruitgang moet boeken in de provincie Kosovo en volledieg medewerking moet verlenen aan het VN-tribunaal voor oorlogsmisdadigers”, aldus Albright. In Kosovo onderdrukken de Serviërs een meerderheid van Albanezen.

De Veiligheidsraad waarschuwde Joegoslavië dat in het geval het land niet meewerkt aan de verdere invoering van het Dayton-akkoord, de sancties opnieuw ingesteld zouden worden. Waarnemer bij de VN noemden de kans dat dit zou gebeuren uiterst klein omdat Rusland eventuele nieuwe maatregelen tegen Joegoslavië met een veto zou treffen. Rusland zou bereid zijn geweest Joegoslavië met onmiddellijke ingang zijn plaats in alle belangrijke internationale instituties terug te geven.

De Joegoslavische minister van buitenlandse zaken, Milan Milutinovic, noemde het opheffen van de sancties van “buitengewoon belang” voor het land. Hij zei dat Joegoslavië “het recht heeft te verwachten, dat zijn noodzakelijke constructieve en vreedzame rol door de Veiligheids wordt erkend en dat daarom niet lang zal worden gewacht het land zijn plek in de Verenigde Naties terug te geven”. (Reuters, AFP)