Tragiek van Hilversum

DE GROTE VRAAG in de massacommunicatie is: welke aanbieders en welke programma's gaan er precies achter de decoder op de kabelnetten? Dit is het vraagstuk van de toekomst waarin nieuwe keuzemogelijkheden in snel tempo bepalend worden voor de mediamarkt. De vraag is niet: wat wordt in Hilversum de precieze verhouding tussen de “netmanagers” en de “supernetmanager” en hun diverse raden van toezicht?

Dat is de kwestie van het verleden, van een publiek omroepbestel dat navelstaren tot het hoogste bestuurlijke doel heeft verheven en dit dan ook nog eens verwart met een programmabeleid.

Toch verkeert Hilversum nu in een verhoogde staat van opwinding. Het heeft een meerjarenplan geproduceerd dat voorziet in een gecoördineerde programmering per net en ook nog eens in afstemming tussen de drie publieke netten. Het is niet helemaal duidelijk wat belangrijker is, het coördinatiebesluit zelf of de omstandigheid dat het notoir lastige gezelschap van zendgemachtigden het eens is kunnen worden.

Voor Hilversumse begrippen is het een hele stap. Maar eens te meer is het een nieuw verhaal in oude spelling. In juni signaleerde de commissie-Ververs in haar rapport aan de regering glashard “dat de oude motieven en grondslag voor de publieke omroep zijn vervallen”. Daarmee is de gedachte van een publieke omroep niet veroordeeld. Integendeel, terwijl de commerciële nieuwkomers ontdekken dat de spoeling dun is, laten Hilversumse programmamakers zien dat zij bepaald niet afgeschreven zijn. Zie Netwerk, de nieuwe nieuwsrubriek die ons de Bolkestein-sage heeft gebracht.

DEZE EPISODE illustreert voor de kenners dat de oude bloedgroepen nog niet helemaal zijn verdwenen, maar vormt tegelijk het teken van een nieuw elan. Dat vraagt eigenlijk om een “megafusie”, zoals de voorzitter van het Commissariaat voor de Media, Geurtsen, het bij zijn afscheid uitdrukte. Maar het meerjarenplan staat, net als de voorstellen van Ververs c.s., toch weer in het teken van “versterking van de legitimatie van de omroepverenigingen”. Met de nadruk op de verenigingen die zich als vanouds allerlei bestuurlijke rechten ten aanzien van “de gezamelijkheid” voorbehouden. De vraag of een beperking tot twee publieke netten niet meer recht doet aan de nieuwe verhoudingen blijft onbespreekbaar. De omroepen eisen integendeel, met behoud van hun wettelijke monopoliepositie, ook nog eens de vrije hand op het gebied van de nieuwe thematische mediadiensten.

Staatssecretaris Nuis is enthousiast over het meerjarenplan, maar de eerste reacties in de Tweede Kamer zijn met reden beduidend minder instemmend. De moeilijkheid is dat de concessies voor de omroepverenigingen tot het jaar 2000 vastliggen. Het meerjarenplan heeft daardoor toch weer het karakter van de spreekwoordelijke adempauze die zo typerend is voor de tragiek van Hilversum.