Overbodige mannen

De toekomst is androgyn, die trend lijkt onontkoombaar. Toen ik laatst een opmerking maakte tegen een vriend over het meisjesachtige wat ik soms zie in mijn zoontjes en het jongensachtige in mijn dochter, zei hij: “Is dat niet precies wat wij van onze kinderen verlangen?” En hij heeft natuurlijk gelijk.

Het is voor moderne ouders leuk als hun kinderen afwijken van het stereotiepe beeld van de jongensachtige jongen en het meisjesachtige meisje. Maar zo'n diffusie van eigenschappen is meer dan leuk, het is misschien wel een essentiële voorwaarde om later in het leven te slagen. Dat zorgelijk-empathische van de jongens en het stevige voor zichzelf opkomen van mijn dochter zijn eigenschappen die hun te zijner tijd nog goed van pas zullen komen.

Zij zullen moeiteloos kunnen meedraaien in de androgyne maatschappij, die hier al behoorlijk in de steigers staat en die in Noorwegen het meest is uitgewerkt, althans volgens Grete Berget, de Noorse minister van Gezinszaken, geïnterviewd in deze krant en ook in Opzij. Het beleid daar is gericht op volledige inwisselbaarheid van man en vrouw: gelijke arbeidsparticipatie, verplichting voor de man om zorgverlof op te nemen na de geboorte van een kind, tijdelijke deeltijdarbeidtrajecten voor ouders, alles onder het motto 'niemand mag later spijt hebben dat hij/zij niet meer tijd aan de kinderen heeft besteed in plaats van aan gebeuzel op vergaderingen'.

Het is moeilijk iets tegen dit streven in te brengen. Is het geen prachtig voorland, al die mannen en vrouwen die voortdurend van rol en taak wisselen en zo hun veelvormigheid als mens tot ontwikkeling brengen? Toch wringt er iets. Op de een of andere manier klinkt het allemaal te zoetig, te harmonieus en te afgepast, alsof het leven zich werkelijk op die manier in hokjes zou kunnen laten opdelen. Tegelijk straalt de Noorse blauwdruk ook iets beklemmend luxueus' uit, bijna decadent, op de manier van languissante homoseksuelen die voor de lol flirten met rijpe vrouwen.

Je kunt je afvragen wat er zo decadent is aan een burgerlijk gezinsleven, waarbij man en vrouw gelijkelijk aan hun trekken komen. Naar mijn gevoel heeft het te maken met een ontkenning, althans een veronachtzaming van het fenomeen agressie, meer specifiek: mannelijke agressie en het geweld dat daaruit voortvloeit. In The Economist van vorige week stond een artikel over hoe vrouwen mannen op allerlei fronten aan het voorbijstreven zijn, onder andere in opleidingsniveau en baantjes. De mogelijke gevolgen van dit vrouwelijke succes kunnen door een eenvoudig gedachte-experiment duidelijk worden: stel uzelf eerst een wijk voor waar alle vrouwen werkloos zijn, en vervolgens een wijk waar alle mannen werkloos zijn. In de werkloze-vrouwenwijk zal het er pico bello uitzien en loopt alles op rolletjes. In de werkloze-mannenbuurt daarentegen heersen chaos, verloedering, geweld en drugsgebruik.

Werk is voor mannen essentiëler dan voor vrouwen. Als een vrouw geen werk heeft, zijn er altijd nog de kinderen om de dag mee door te komen. Voor een man gaat dit niet op, want als hij geen werk heeft, zal hij ook niet trouwen (tenzij hij over andere statusverhogende reserves beschikt). Zonder werk zal een man best vrouwen kunnen krijgen voor de seks en hij zal ook best hier en daar wat kinderen verwekken, maar voor de betrokken vrouwen is er geen enkele reden om met zo'n blok aan je been te trouwen. De jonge werkloze man is in diepste wezen overbodig.

Werk is altijd de grote kanalisator van mannelijke agressie geweest. Niet alleen omdat het hebben van werk als ingangseis aan het huwelijk is verbonden (en het huwelijk een sterk domesticerende invloed op mannen uitoefent - getrouwde mannen zitten in het algemeen minder tot diep in de nacht in het café te lallen), maar ook omdat hard en zwaar werk letterlijk de energie opsoupeert die anders mogelijk in maatschappelijk disfunctionele activiteiten wordt gestoken. Een metaalwerker die de hele dag gloeiende staalplaten in mallen klemt, heeft 's avonds geen behoefte aan fysieke krachtpatserij in de vorm van straatmeubilair verbouwen. Die is gewoon moe en strekt zich uit op de bank voor de tv.

De lagere regionen in de maatschappij worden op twee manieren bedreigd door de opkomst van de androgyne cultuur. Ten eerste doordat de waarde ontkend wordt van het ouderwetse voor-wat-hoort-wat-huwelijk: de metaalwerker en zijn vrouw, die nooit het LBO afmaakte, zijn heel tevreden met hun taakverdeling van de een 38 uur in de fabriek en de ander tuttelend met kind en stofzuiger - hij heeft geen behoefte aan ouderschapsverlof en zij wil niet onder een chef/cheffin werken. Maar belangrijker is dat die zogenaamde androgynie eigenlijk neerkomt op feminisering. Er is niet zozeer sprake van een vervlechting van het mannelijke en het vrouwelijke, als wel van een steeds verder uitrangeren van het stereotiep mannelijke. In de midden- en bovenlaag is dat geen probleem. Het doet er niet toe of je een man of een vrouw bent als advocaat of arts of als leraar voor de klas. Er blijven genoeg mogelijkheden voor subtiele (meer geaccepteerde) sekseverschillen.

Onderin de maatschappij ligt het anders. Niet alleen zijn de tegenstellingen tussen de seksen daar scherper en stereotieper dan bovenaan (dat komt doordat er onderin altijd veel harder gewerkt moest worden om te overleven, wat noopt tot een efficiënte taakverdeling), maar het beschikbare werk zelf vervrouwelijkt. De zware industrie is op z'n retour, de landbouw gaat ten onder aan z'n eigen doelmatigheid evenals de visserij, zelfs de dienstplicht is afgeschaft. In opkomst zijn de dienstensector en het verzorgingswezen, niet echt branches die veel aantrekkingskracht uitoefenen op degenen die bruisen van het testosteron.

Geen nood, want vrouwen knappen het werk wel op. Maar daarin schuilt een gevaar: mannen raken nog overbodiger dan ze nu al zijn. Werkloze jonge vrouwen dromen van een man-met-vooruitzichten (en doen intussen vrijwilligerswerk). Werkloze jonge mannen dromen van seks met topmodellen (en beroven intussen oude vrouwtjes). Het is in het belang van de maatschappij om advertenties voor baantjes vanaf minimaal (pizzakoerier) tot en met modaal (zweminstructeur, politieagent) te voorzien van het regeltje: 'Bij gelijke geschiktheid wordt de voorkeur aan een man gegeven'.