Ondanks aantal bezwaren; Coalitie achter aanpak crisis bij opsporing

DEN HAAG, 2 OKT. De coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 gaan op hoofdlijnen akkoord met de maatregelen die de ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vorige week hebben aangekondigd naar aanleiding van de parlementaire enquête opsporingsmethoden.

Wel hebben zij op een aantal punten bedenkingen tegen het plan van aanpak voor de afloop van de IRT-affaire. Dit bleek gisteren na afloop van het interne overleg binnen de drie regeringsfacties.

Vorige week brachten Sorgdrager en Dijkstal hun plan van aanpak voor het herstel van het vertrouwen in het opsporingsapparaat naar buiten. Op advies van de enquêtecommissie wordt een omvangrijk wetgevingsprogramma opgesteld voor het gebruik van bijzondere opsporingsmethoden.

Verder zijn indringende gesprekken gevoerd met de betrokkenen bij de IRT-affaire. Een aantal van hen wordt overgeplaatst, onder wie de Haarlemse hoofdofficier De Beaufort, de officieren van justitie Van der Veen en Van Capelle en de korpschefs Straver (van Haarlem naar Hollands Midden) en Wiarda (van Utrecht naar Den Haag).

Binnenkort debatteert de Tweede Kamer met beide ministers over de afronding van de IRT-affaire en de parlementaire enquête onder leiding van het Kamerlid Van Traa.

De Tweede-Kamerfracties van VVD en PvdA zijn tevreden over de overplaatsingen van een aantal hoofdpersonen uit de IRT-affaire, maar zij hebben wel “onbevredigde gevoelens” overgehouden na het lezen van het plan van aanpak.

Het Kamerlid Kalsbeek (PvdA) is “niet steil achterovergeslagen” van de inhoud van de brief, zei zij gistermiddag. De PvdA-fractie vindt het “onbevredigend dat niemand is aan te spreken” op de fouten die door de commissie-Van Traa zijn geconstateerd. Maar Kalsbeek erkent dat dit mede te maken heeft met de ondoorzichtige gezagsstructuur die in het verleden heerste bij politie en justitie.

Zij wil tijdens het komende debat met het kabinet aan Sorgdrager vragen waarom zij geen disciplinaire maatregelen heeft genomen tegen de Haarlemse officier van justitie Van der Veen, die Sorgdrager onvoldoende informeerde over een XTC-zaak. Daardoor gaf de minister verkeerde informatie aan de Tweede Kamer.

De PvdA-fractie is verder “verbaasd” dat Sorgdrager en Dijkstal “geen begin van een wijziging van het ambtenarenrecht” hebben aangekondigd, die het gemakkelijker maakt maatregelen te nemen tegen falende gezagsdragers.

De fracties van D66 en VVD zijn het met de ministers eens dat personele maatregelen tegen betrokken functionarissen bij politie en justitie niet gemakkelijk zijn. Het Kamerlid Korthals (VVD) zegt dat zijn fractie wel meer had gewild, maar berust in de situatie.

D66'er Dittrich vindt de maatregelen die genomen zijn voldoende. Zowel Dittrich als Kalsbeek hebben moeite met de termijn van negen maanden die minister Sorgdrager nodig heeft voor advisering over het wetgevingsprogramma. “Dat kan veel korter”, aldus Dittrich.

De oppositiepartijen CDA, GroenLinks, SP en RPF lieten vorige week weten dat het kabinet te mild is geweest met maatregelen tegen de hoofdpersonen van de IRT-affaire. Hillen (CDA) concludeerde dat “de berg een muis heeft gebaard”.

Ook Rabbae (GroenLinks), voormalig lid van de enquêtecommissie, vindt dat het kabinet te weinig heeft gedaan. Met PvdA-woordvoerster Kalsbeek zegt Rabbae dat hij van het kabinet op zijn minst voorstellen had verwacht voor wijzigingen van de rechtspositie van ambtenaren.