OM eist boete voor giften ex-burgemeester Bergeyk

DEN BOSCH, 2 OKT. De officier van justitie bij de Bossche rechtbank heeft gisteren tegen de ontslagen burgemeester A. van Poppel (55) van het Kempendorp Bergeyk een geldboete van 25.000 gulden, ontzetting uit het ambt voor vijf jaar en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden geëist. Volgens de officier is bewezen dat Van Poppel in ruil voor diensten van onder meer een projectontwikkelaar, die een bestemmingsplan voor de gemeente uitvoerde, giften heeft aangenomen.

Dat gebeurde volgens de officier in de vorm van gratis grond bij zijn nieuw te bouwen huis, een te lage betaling van de grond en het gratis laten doen van bestrating rond dat huis. “Het burgemeesterschap”, aldus de officier, “stelde Van Poppel in staat diensten te leveren in strijd met de ambtsplicht.” Volgens hem was er sprake van “strafrechtelijk laakbaar handelen”.

“De integriteit van ambtenaren zou een vanzelfsprekende eigenschap moeten zijn, maar het geloof van de burger daarin is ernstig aangetast”. De officier zei ook dat de gemeentesecretaris van Bergeyk, die gisteren ten gunste van Van Poppel getuigde, belangrijk bewijsmateriaal heeft laten verdwijnen wat er toe zou hebben geleid dat er “gaten in de bewijsvoering” zaten.

Van Poppel was negen jaar burgemeester van Bergeyk. Nadat vorig jaar in het Eindhovens Dagblad over zijn als onoorbaar aangemerkt handelen was bericht, werd op verzoek van de gemeenteraad een onderzoek ingesteld onder leiding van de Rotterdamse hoogleraar bestuurskunde W. Derksen. Die schreef een vernietigend rapport over Van Poppel waarin hij gewag maakte van “belangenverstrengeling”.

Een meerderheid van de raad zegde het vertrouwen in Van Poppel op. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) ontsloeg hem zonder het predikaat “eervol” of “oneervol”. Daardoor kan Van Poppel gebruik maken van de wachtgeldregeling. De Brabantse commissaris der koningin Houben had Van Poppel laten weten: “Beste Ad, trek het boetekleed aan; dat is de enige manier om je gezicht te redden.”

Maar Van Poppel, die tijdens het requisitoir herhaaldelijk met het hoofd schudde, ontkende gisteren alle ten laste gelegde feiten. Toen een van de rechters opmerkte: “U krijgt kennelijk door uw stijl van werken toch wat meer gedaan dan een ander”, antwoordde hij: “Mijn bestuursstijl was wellicht een aparte, ik was niet de burgemeester van het ambtsketen maar van het management. Ik was misschien wat naief. Nergens heb ik het gevoel gehad dat ik gemanipuleerd werd. Ik heb het ervaren als puur zakelijke transacties zij het dat die wellicht op een Bourgondische of Kempense wijze tot stand zijn gekomen.” De wegenbouwer die gratis de bestrating had verzorgd rond het nieuwe huis, had verklaard: “In mijn achterhoofd speelde dat ik in aanmerking kon komen voor opdrachten in de gemeente. Ik heb nadien er één werk uitgevoerd maar dat was niet winstgevend.”

De verdediger van Van Poppel concludeerde tot vrijspraak. “Deze zaak is een dieptepunt als het gaat om waarheidsvinding. Waarom zou mijn cliënt zijn toekomst op het spel zetten voor een luttel aantal vierkante meters bouwgrond?”