Nationale veiligheid als alibi voor Turkije

ANKARA, 2 OKT. Mensenrechtenactivisten en linkse politici in Turkije onderschrijven dat de 'nationale veiligheid' door de Turkse autoriteiten als een alibi wordt gebruikt om de mensenrechten te schenden en democratische hervormingen te saboteren: het motto van het gisteren door Amnesty International uitgebrachte rapport over Turkije.

“In het Koerdische Zuidoost-Turkije”, aldus Yilmaz Ensaroglu, voorzitter van Mazlum-Der, de islamitische organisatie voor de rechten van de mens, “wordt zelfs het meest fundamentele mensenrecht, het recht op leven, niet gegarandeerd. Alleen al in de afgelopen twee weken werden in die regio de lijken van 14 mensen gevonden die geheimzinnig waren verdwenen. Wegens de zware verminkingen konden slechts vier van hen worden geïdentificeerd.”

Ensaroglu wijst tevens op de 2.700 dorpen en nederzettingen in Zuidoost-Turkije die in de afgelopen jaren in de strijd tegen de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) door het Turkse veiligheidsleger op gewelddadige wijze zijn ontvolkt. “Zonder dat de dorpelingen van vervangende woonruimte of een schadevergoeding werden voorzien.”

Mazlum-Der meent dat de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij, die sinds drie maanden aan de macht is in Turkije, zich moet beraden op de vraag of zij de “partij van het volk” wil blijven, of nu net als de andere politieke partijen in Turkije “de belangen van de staat” wenst te verdedigen. Ensaroglu vreest dat de uitslag van die discussie al vaststaat. “De Welvaartspartij heeft zich bij monde van de minister van justitie, Sevket Kazan, in de afgelopen maanden alleen druk gemaakt om weliswaar belangrijke, maar niet de meest wezenlijke vraagstukken in Turkije: zoals het recht om de islamitische hoofdoek te dragen.”

Volgens Okan Akhan, algemeen-secretaris van de Turkse Organisatie voor de rechten van de mens, waait er als gevolg van de al ruim 12 jaar durende guerrilla-oorlog in Zuidoost-Turkije tussen de PKK en het Turkse leger een “anti-democratische wind in Turkije”. “Zolang we niet in staat zijn de problematiek van de Koerden in Turkije op een vreedzame wijze op te lossen”, voorspelt hij, “zijn democratische hervormingen uitgesloten. Zaken als het martelen van verdachten, standrechtelijke executies en de beperkte vrijheid van meningsuiting zijn onderdeel van die anti-democratische politieke cultuur.”

Amnesty International lanceerde gisteren samen met de publikatie van het rapport waarin de situatie in Turkije sinds 1990 wordt beschreven, een internationale campagne tegen martelingen, politieke moorden en 'verdwijningen' in dit land. Tevens wordt de Turkse regering opgeroepen om hervormingen door te voeren. Amnesty stelt de internationale gemeenschap mede verantwoordelijk voor de situatie in Turkije. “Gezien de strategische ligging van dit land en zijn commerciële en economische potentie weigert men kritiek uit te oefenen.”

De organisatie nagelt eveneens de gewapende opppositiegroeperingen in Turkije aan de schandpaal, die “in de jacht op hun politieke doeleinden ongewapende burgers doden die geen deel uitmaken van het conflict”. Onder andere de PKK wordt daarbij genoemd. De Turkse regering meent desondanks dat het rapport van Amnesty International “niet objectief is”.

Erçan Karakas, ex-minister en lid van het parlement namens de Republikeinse Volkspartij (CHP), verwacht niet dat het tij in Turkije op korte termijn te keren valt. “Over de problematiek van de mensenrechten en de gebrekkige democratie in dit land wordt in het regeringsprogramma van de fundamentalisten en conservatieven zelfs met geen woord gerept.”

Karakas zegt volgende week met een voorstel te komen voor een parlementair onderzoek naar onrechtmatigheden van de veiligheidstroepen in het zuidoosten. Samen met twee andere CHP-afgevaardigden stuurde hij zes maanden geleden al een rapport met aanwijzingen daarvoor naar verscheidene bewindslieden, de president en de generale legerstaf, die het toen als “separatistische propaganda” terzijde schoven.

Met de arrestatie eerder deze maand in Hakkari, in het uiterste zuidoosten, van vier leden van de paramilitaire 'speciale teams' in Zuidoost-Turkije, een informant van de politie die voorheen lid was van de PKK en 12 door de staat bewapende dorpswachters schraagt echter het CHP-rapport. De 17 hebben zich onder het mom van de PKK schuldig gemaakt aan onder andere afpersingen en ontvoeringen. Ook zouden dorpelingen zijn gedood.

Karakas verwijst voor de ernst van de situatie in Zuidoost-Turkije naar de verklaring van het hoofd van de Turkse politie, dat circa 1.500 van de 6000 leden van de speciale teams hun positie in de afgelopen maanden hebben misbruikt. Dat sluit aan bij de aantijging van Amnesty dat “de politie en de jandarma (militaire politie) ongestraft kunnen handelen omdat zij worden beschouwd als beschermengelen van de staat”.