Mythe van de Bhutto-dynastie in Pakistan verliest haar glans

De Bhutto's hebben de afgelopen twintig jaar hun stempel gedrukt op het politieke leven in Pakistan. Twee weken geleden werd, met de geweldadige dood van Murtaza Bhutto in Karachi, een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de roerige geschiedenis van de dynastie. Veel Pakistani zetten vraagtekens bij de positie van premier Benazir Bhutto.

LARKANA, 2 okT. De familiebegraafplaats van de Bhutto's, gelegen te midden van hun uitgestrekte landerijen in het vruchtbare noorden van de Pakistaanse provincie Sindh, wordt drastisch gerenoveerd. De Bhutto's, die met hun vaak tragische lotgevallen de Pakistanen de laatste twintig jaar even zeer in hun ban hebben gehouden als de Kennedy's de Amerikanen, vinden kennelijk dat hun dynastie een laatste rustplaats van grotere allure verdient dan het bescheiden terreintje dat daarvoor tot nu toe was gereserveerd.

De werkzaamheden aan het imposante mausoleum dat thans boven de oude graven verrijst, moesten twee weken geleden echter plotseling worden opgeschort wegens de begrafenis van weer een mannelijke telg van de familie, de pas 42-jarige Murtaza. Deze was doodgeschoten in Karachi door de politie die onder het gezag staat van niemand minder dan zijn bloedeigen zuster, de Pakistaanse premier Benazir Bhutto.

Zelf had de onstuimige Murtaza tijdens zijn leven nooit meer dan een marginale invloed op de ontwikkelingen in Pakistan gehad en hij leefde al enkele jaren in onmin met Benazir, maar de dramatische wijze waarop hij de dood vond heeft de Pakistanen de onmacht van zijn zuster pijnlijk onder de neus gewreven. De mythe van de machtige Bhutto-dynastie is er door aan het wankelen geraakt en dreigt te degraderen tot een tweederangs soap opera vol familievetes.

Zelfs in Larkana en omgeving, het kerngebied van de Bhutto's dat altijd pal achter hen heeft gestaan, is er nu twijfel gezaaid. “Benazir is duidelijk lang niet zo machtig als haar vader”, zegt een inwoner van Larkana omzichtig. “Ze is te veel afhankelijk van andere machtige figuren in regeringskringen.” Andere inwoners zeggen dat ze het ministerie van Binnenlandse Zaken, het leger, de politie en de geheime diensten niet onder controle heeft.

Velen nemen haar ook kwalijk dat de voedselprijzen maar blijven stijgen door aanhoudende verhogingen van de indirecte belastingen. De schatrijke grootgrondbezitters daarentegen betalen nog altijd geen cent belasting op hun vorstelijke inkomsten uit de landbouw. Ook Benazir zelf, hoewel zeer vermogend, betaalde in 1994 slechts 14.000 rupees aan belasting, omgerekend 700 gulden.

In Al Murtaza, het oude huis van de Bhutto's in Larkana, zit Mohmand Harif Chandio, een medewerker van Murtaza Bhutto, verslagen naast een fauteuil waarin zijn chef placht te zitten en waarop nu een portret van Murtaza is geplaatst om de herinnering zo tastbaar mogelijk te houden. Hij neemt geen blad voor de mond. “Alle goede wil die Benazir Bhutto had, is verbruikt. Ze moet aftreden”, meent hij. “Velen verdenken haar nu zelfs van medeplichtigheid aan de moord op Murtaza. Laat haar hier komen zodat we kunnen overleggen hoe we de strijd voor de idealen van de Bhutto's voortzetten.”

Met die idealen bedoelt hij vooral het eclectische mengsel van populisme, paternalisme, democratie, socialisme en nationalisme waarmee de vader van Murtaza en Benazir, Zulfikar Ali Bhutto, de Pakistanen in de jaren zeventig het hoofd op hol joeg. De laatste rustplaats van de flamboyante 'Zulfi' ligt op slechts enkele meters van het nog verse graf van zijn zoon en naast een portret van hemzelf met de door hem bewonderde Mao Zedong.

De reputatie van de oude Bhutto, steevast aangeduid als 'martelaar', is voor Bhutto-aanhangers boven alle twijfel verheven. Dat hij zijn tegenstanders, schuldig of niet, meestal direct in de gevangenis liet werpen en zeer autocratische trekjes had, hebben ze uit hun geheugen gewist. Toen hij in 1979 na een schertsproces door de militaire dictator Zia Ul-Haq ter dood werd gebracht, schaarden ze zich allen achter de rest van de familie en streden onder de leuze 'Bhutto leeft' tegen de gehate generaal tot die in 1988 bij een explosie in een vliegtuig zijn einde vond en Zulfikars favoriete dochter Benazir aan het bewind kwam.

Ook de dood in 1985 van de jongste zoon van Zulfikar en zijn weduwe Nusrat, Shah Nawaz, kon door Bhutto-aanhangers met enige goede wil nog worden uitgelegd als die van een martelaar. Shah Nawaz werd in 1985 onder raadselachtige omstandigheden dood aangetroffen in Cannes in Zuid-Frankrijk. Het werk van de agenten van Zia Ul Haq, die hem hadden vergiftigd, zo wisten Bhutto-getrouwen zeker. Dat Shah Nawaz een playboy was met veel dubieuze vrienden, bracht hen niet van hun geloof af. Shah Nawaz ligt nu naast Murtaza in het mausoleum in aanbouw.

Maar Murtaza's dood roept te veel ongemakkelijke vragen op om onverstoorbaar aan de familiemythe vast te kunnen houden. Toen hij in 1993 na jaren van ballingschap uit Syrië was teruggekeerd, kreeg hij het direct met zijn zuster aan de stok. Benazir, net begonnen aan haar tweede ambtstermijn, liet hem direct arresteren wegens zijn rol bij een vliegtuigkaping in 1981, die was bedoeld om Zia's regime in verlegenheid te brengen.

Nadat hij zeven maanden later op borgtocht was vrijgelaten, stelde hij zich aan het hoofd van een afsplitsing van de door zijn vader opgerichte en nu door Benazir geleide Pakistaanse Volkspartij. Erg succesvol was hij niet. Alleen hijzelf wist in het familie-bolwerk Larkana een zetel te winnen voor het provinciale parlement. Wel koos zijn moeder Nusrat vaak partij voor hem in zijn conflict met Benazir. Met enige regelmaat kwam het tot gewelddadige confrontaties tussen de politie en zijn vaak bewapende aanhangers.

Murtaza's dood heeft de gevoelens van onbehagen alleen maar doen toenemen. Aanvankelijk deed de politie het voorkomen alsof hij was doodgeschoten nadat Murtaza's metgezellen het vuur op hen hadden geopend. Inmiddels komen steeds meer bijzonderheden aan het licht waaruit blijkt dat deze versie nogal afwijkt van de werkelijkheid.

Noor Mohammed, die optrad als secretaris van Murtaza Bhutto, geeft in een van Murtaza's werkvertrekken aan Clifton Road in Karachi, een ooggetuigenverslag. “Toen we rond half negen 's avonds terugkwamen van een politieke bijeenkomst”, aldus Noor Mohammed, “werden we dichtbij huis opgewacht door een grote politiemacht. De politie gebaarde dat we moesten stoppen en juist toen Murtaza het raampje naar beneden deed, riep iemand buiten: vuur. Toen brandde het direct los. Ook zijn gewapende begeleiders werden onder vuur genomen. Dit was niet zomaar een politiecontrole. Dit was een hinderlaag. Dit was van tevoren duidelijk zo opgezet, ik weet niet door wie, al heb ik wel enkele ideeën.”

Onverklaard is ook waarom het ruim een half uur duurde voor Murtaza naar het ziekenhuis werd gebracht en waarom de politie in eerste instantie een autopsie probeerde te verhinderen. De politie wringt zich intussen in de gekste bochten. Zo weigerde ze aanvankelijk een officiële klacht te registreren van de Libanese weduwe van Murtaza over de eerste versie van de politie.

Voorts bleek een politieman, die zich ruim een dag na het drama had gemeld met een wond aan zijn voet, die hij zou hebben opgelopen bij de schoten van Murtaza's begeleiders, te hebben gelogen. Artsen konden vaststellen dat hij die zelf naderhand had veroorzaakt. Nog merkwaardiger is dat diezelfde politieman het afgelopen weekeinde dood werd aangetroffen, officieel na zelfmoord maar volgens anderen omdat zijn aanwezigheid te pijnlijk werd voor sommige meer invloedrijke functionarissen. In lokale kranten zijn reportages verschenen over instructies uit Islamabad voor een hardere aanpak van Murtaza kort voor diens dood.

Velen in Karachi menen intussen dat Benazir met de dood van Murtaza slechts een koekje van eigen deeg heeft gekregen. Vorig jaar gaf de regering de politie in Karachi, die hoe langer hoe meer ten prooi was gevallen aan anarchie, de vrije hand om tegen onruststokers op te treden. Dat gebeurde vooral tegen de Mohajir Qami Movement (MQM), een partij van oorspronkelijk uit India afkomstige moslims.

Elke jonge mohajir liep plotseling kans van de straat te worden geplukt voor verhoor en daarna doorzeefd met kogels te worden teruggevonden. Naar verluidt zijn er zo het afgelopen jaar vele honderden mohajirs geliquideerd. De politie, die aan niemand meer verantwoording hoefde af te leggen voor haar harde optreden, kan zich daarom vrij hebben gevoeld ook op te treden tegen de lastige en vaak arrogante Murtaza Bhutto.

Slechts weinigen in Pakistan geloven intussen dat Benazir rechtstreeks de hand heeft gehad in de dood van haar broer. Minder zeker zijn velen echter over mensen in haar nauwe omgeving. In het bijzonder de naam van haar echtgenoot Asif Ali Zardari, aan wie Murtaza een uitgesproken hekel had en die hij sarcastisch omschreef als 'de zwarte prins', duikt dikwijls op. Zardari, die een zeer corrupte reputatie heeft, onderhoudt nauwe betrekkingen met hoge politiefunctionarissen in Karachi. Datzelfde geldt voor de federale minister van Binnenlandse Zaken, Nasrullah Babar.

Veel toegewijde Bhutto-aanhangers vinden het intussen zo onverdragelijk dat de Bhutto-mythe in ontbinding verkeert, dat ze de schuld van alle problemen toch liever afschuiven op een anonieme externe factor: aan een samenzwering van gewetenloze tegenstanders van de familie. Ook Benazir zelf heeft zich de afgelopen dagen al ettelijke malen in die trant uitgelaten. Het kan niet verhullen dat het prestige van de dynastie van de Bhutto's onder haar bewind de laatste jaren snel is verbleekt.