Mandarijnen voor schut

UTRECHT, 2 OKT. Natuurlijk heerst de schone schijn van macht, geld en prestige overal in de filmwereld. Op het Nederlands Film Festival krijgt dat vertoon vaak iets potsierlijks in relatie tot kwaliteit en belang van het gebodene.

Krampachtig danst het festival naar het pijpen van lokale potentaten op apegapen: als het moet is festivaldirecteur Jacques van Heijningen niet te beroerd om eigenhandig wat negatieve adjectieven te schrappen uit een bijdrage aan de catalogus van de hand van een daartoe door hemzelf uitgenodigde journalist, of om de redactie van het dagkrantje te weerhouden van een al te kritische berichtgeving.

Af en toe is desondanks ook in Utrecht de menselijke maat zichtbaar. Een voorbeeld was gisteravond de ontroering van journalist-regisseur Gerard Jacobs bij het in ontvangst nemen van het Gouden Kalf voor de beste korte documentaire, Stalin had een brug beloofd. Een positieve ontwikkeling van de laatste jaren is dat steeds meer jonge filmmakers de minimandarijnen voor schut zetten door geheel buiten de traditionele kanalen om interessante films te produceren. Vorig jaar won de ongesubsidieerde 'outsider' Zusje verrassend het Gouden Kalf voor de beste lange speelfilm. Bij wijze van avant-première presenteerde regisseur Eddy Terstall (32) gisteravond een ander staaltje van 'guerrilla filmmaking'. Zijn derde lange speelfilm Hufters & hofdames werd deze zomer in twee weken opgenomen en in acht dagen gemonteerd. Er was geen subsidie, een beetje sponsoring, veel investering van medewerkers, maar geen geld voor een filmkopie, zodat de première op video vertoond moest worden. Inmiddels besloot distributeur Concorde Film de film volgend jaar uit te brengen. Daar zouden ze wel eens een goede slag mee kunnen slaan, want Hufters & hofdames is een leuke komedie, die de taal van de straat spreekt en bijna zo fris, aantrekkelijk en doordacht is als Zusje.

Het ingenieuze scenario vertelt de wederwaardigheden van een groep twintigers uit de Amsterdamse Jordaan twee keer achter elkaar: eerst vanuit het standpunt van een 'hofdame', een dromerige en verlegen jongeman (Marc van Uchelen), die te aardig is om zijn platonische vriendschap met vrouwen seksueel uit te buiten, en dan door de ogen van een 'hufter' (Arthur de Boer), die over ieders gevoelens, zelfs die van zichzelf, heenwalst. Geen van beiden heeft compleet inzicht in de intriges, angsten en verlangens van de anderen, maar de kijker kan de puzzel zelf aardig completeren. Terstall had voor het eerst de volledige controle over zijn film, en beschouwt dat na zijn aanvaringen met de producenten van Transit en Walhalla als een verademing: “Met een paar verkeerde Schnitts kun je een film helemaal kapot maken. Waarom zou ik geen 'final cut' mogen hebben, en de producent wel? Zijn economisch eigendom berust ook maar op geld dat hij grotendeels van de overheid gekregen heeft op grond van mijn scenario.”

Hufters & hofdames geeft niet alleen een herkenbaar tijdsbeeld van misverstanden tussen de seksen en met pakken vanillevla rondsjouwende straatjunks. Het is ook een goedgebekte romantische komedie, waarin geen van de grotendeels onbekende acteurs detoneert: ze zijn stuk voor stuk aantrekkelijk, authentiek en klaar voor het grotere werk. Je vergeet bij het kijken regelmatig dat het hier een 'no-budget'-film betreft, en kunt de grote producenten die steeds weer bedrogen uitkomen in hun bevoogdende inschatting van de wensen van het publiek alleen maar beklagen. Wie ze nog langer respectvol naar de mond blijft praten, bewijst de springlevende nieuwe Nederlandse filmcultuur een slechte dienst.